Maak een selectie

100 van 100

   

Klager is niet gerechtigd een klacht in te dienen omdat het handelen niet in het jeugddomein heeft plaatsgevonden.

Geachte [klager],

Op 1 juli 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Toetsing van de klacht

Uw klacht is gericht tegen een professional (jeugdzorgwerker) die in het Kwaliteitsregister Jeugd van SKJ is geregistreerd.

In artikel 6.1 van het Tuchtreglement (versie 1.3) staat dat een klacht kan worden ingediend door een ‘belanghebbende’ wegens het vermoeden dat een jeugdprofessional door zijn handelen de algemene tuchtnorm, zoals genoemd in artikel 3.1 van het Tuchtreglement, heeft geschonden.

Artikel 3.1 luidt: ‘De jeugdprofessional is onderworpen aan de algemene tuchtnorm. Deze tuchtnorm is geschonden indien sprake is van:

  1. enig handelen in strijd met de professionele standaard die ‘in het jeugddomein’ geldt voor een behoorlijke uitoefening van het beroep waarvoor de jeugdprofessional is geregistreerd;
  2. elk ander dan onder a. bedoeld handelen dat in strijd is met hetgeen een behoorlijk jeugdprofessional betaamt.

Dit betekent dat alleen naar het handelen van [de jeugdprofessional] gekeken kan worden voor zover dit betrekking heeft op zijn werk in het jeugddomein. Echter uit uw klacht is gebleken dat u 47 jaar was (uw geboortedatum [datum] 1968) op het moment dat [de jeugdprofessional] – anders dan zijnde uw broer – bij u betrokken is geraakt op 1 november 2015 (tot 27 juni 2019). Derhalve voldoet u niet aan de definitie van ‘jeugdige’ in de Jeugdwet. In artikel 1.1 onder 3 Jeugdwet staat dat een jeugdige een persoon is, die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt, en (….). Dat impliceert dat [de jeugdprofessional] geen professionele (behandel)relatie met u heeft in het kader van het jeugddomein, zoals genoemd in de tuchtnorm.

Toetsing van uw klacht

Ik stel vast dat het handelen van [de jeugdprofessional] waarover u klaagt, niet heeft plaatsgevonden in het jeugddomein. Uw klacht heeft geen betrekking op het werk van [de jeugdprofessional] als jeugdzorgwerker.

Beslissing
Op grond van artikel 7.6 onder a van het Tuchtreglement verklaar ik u niet-ontvankelijk in uw klacht. U bent geen gerechtigde in de zin van artikel 6.1 Tuchtreglement.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder

voorzitter College van Toezicht