Maak een selectie

100 van 100

   

Een vader wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het College van Beroep al eerder over de ingediende klacht heeft geoordeeld

Geachte [de vader],

U heeft op 15 november 2017 bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional], [jeugdbeschermer] bij [de instelling]. De behandelend secretaris heeft de klacht doorgestuurd naar mij, de voorzitter van het College van Toezicht, met het verzoek een beslissing te nemen. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
Ik heb uw klacht bestudeerd en besloten u op grond van artikel 7.3 van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in de klacht te verklaren.

Op 6 april 2016 heeft u immers bij het College van Toezicht ook een klacht tegen [de jeugdprofessional] ingediend (zaaknummer 16.033Ta). Het College van Toezicht heeft een inhoudelijke beslissing genomen over uw klacht inzake 16.033Ta, die op 24 januari 2017 aan partijen is gezonden. U heeft vervolgens op 24 maart 2017 beroep ingesteld tegen de beslissing inzake 16.033Ta (zaaknummer 17.010B). In de zaak met nummer 17.010B is op uw beroep een inhoudelijke beslissing genomen, die aan partijen is toegezonden op 8 november 2017.

Het College van Toezicht neemt op grond van artikel 7.3 Tuchtreglement geen klacht in behandeling waarover het eerder een inhoudelijke beslissing heeft genomen op basis van het Tuchtreglement.

Op 8 december 2017 heeft de behandelend secretaris u bericht dat het College van Toezicht op basis van de door u toegestuurde stukken onvoldoende kan vaststellen of eerder een inhoudelijke beslissing is genomen betreffende de klacht. Het College heeft u om die reden verzocht toe te lichten waarom uw nieuwe klacht met nummer 17.138T aangaande het handelen van [de jeugdprofessional] naar tijd en plaats anders is dan het handelen waarover de Colleges in de zaken met nummers 16.033Ta en 17.010B hebben geoordeeld.

U heeft op 9 december 2017 hierop inhoudelijk gereageerd.

Uw nieuwe klacht luidt – kort en zakelijk weergegeven – dat [de jeugdprofessional] heeft nagelaten om haar rapportages volledig en naar waarheid op te stellen. U geeft aan dat er ten onrechte geen notitie is van het feit dat uw ex-partner, de moeder, ondanks aandringen door de [jeugdbeschermer], [de jeugdprofessional] uw kinderen niet heeft aangemeld voor therapie.

Ik ben van oordeel dat uw klacht inzake 17.138T ziet op het handelen van [de jeugdprofessional] dat onlosmakelijk is verbonden naar tijd en plaats met het handelen waarover het College van Beroep in de zaak met nummer 17.010B heeft geoordeeld. In uw toelichting van 9 december 2017 stelt u dit ook zelf door aan te geven: “Mijn klacht dien ik dan ook in aan de hand van nieuwe informatie, deze informatie is door [de jeugdprofessional] zelf aangevoerd in haar verweerschriften, en vervolgens beoordeeld door uw College.” In zijn beslissing van 8 november 2017 stelt het College van Beroep inderdaad vast dat [de jeugdprofessional] een folder van [instelling] aan de moeder heeft overhandigd en dat zij de moeder meermaals heeft aangeraden de kinderen aan te melden bij [instelling], alsmede dat een en ander niet in het dossier is opgenomen. Het College van Beroep overweegt hierover dat niet kan worden geconcludeerd dat [de jeugdprofessional] onjuiste informatie heeft opgenomen in een rapportage van de eerste aanmelding bij [de instelling], dat [de jeugdprofessional] ter zitting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de e-mails waarin een en ander is besproken niet zijn opgenomen in het dossier, omdat dat niet bij de werkwijze van [de instelling] hoort, en dat [de jeugdprofessional] heeft gehandeld binnen de grenzen van haar bevoegdheden. Aldus heeft het College van Beroep reeds een inhoudelijke beslissing gegeven over de door u gestelde nieuwe omstandigheden, die in de procedure in beroep zijn gebleken.

Ik zal u daarom niet-ontvankelijk verklaren in uw klacht met nummer 17.138T. Dit betekent dat het dossier zal worden gesloten.

Beroep instellen
Indien u het niet eens bent met deze beslissing, bestaat de mogelijkheid om binnen vier weken na het versturen van deze beslissing op grond van artikel 8.8 lid b van het Tuchtreglement beroep in te stellen bij het College van Beroep.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. A.M. van Riemsdijk,
voorzitter College van Toezicht