Maak een selectie

100 van 100

   

Een klager dient zijn klachten zoveel mogelijk te concentreren in één tuchtprocedure

Geachte [klager],

Op 29 mei 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk

Het SKJ acht het, gelet op een efficiënte procesorde en de op het spel staande belangen van klager en jeugdprofessional, zonder meer wenselijk dat een klager zijn klachten tegen een jeugdprofessional zo veel mogelijk concentreert in één tuchtprocedure.

Op 25 januari 2019 diende u een eerste klacht in bij het College van Toezicht tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.038Tb). Samengevat verweet u de jeugdprofessional in deze tuchtprocedure dat zij zonder uw toestemming uw medische en psychische gegevens in rapportages heeft vermeld en dat zij u onterecht in rapportages heeft beschuldigd van hacken. Bij beslissing van 21 juni 2019 heeft het College van Toezicht uw twee klachtonderdelen ongegrond verklaard.

Nog tijdens de tuchtprocedure in zaaknummer 19.038Tb diende u, op 29 mei 2019, opnieuw een tuchtklacht in tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.260Tb). In deze tuchtprocedure verwijt u de jeugdprofessional samengevat dat zij bewust niet aan waarheidsvinding heeft gedaan in de rapportage en dat zij bij het opstellen daarvan op een foutieve wijze gebruik heeft gemaakt van een gedragsdeskundige.

Op het moment van het indienen van de tuchtklacht in zaaknummer 19.038Tb was u reeds op de hoogte van de nu door u gestelde verwijten in zaaknummer 19.260Tb. U had gelijktijdig met de door u op 25 januari 2019 ingediende tuchtklacht tegen de jeugdprofessional de nu ingediende klachtonderdelen tegen haar kunnen indienen. De jeugdprofessional is in zaak 19.038Tb reeds ten overstaan van het tuchtcollege ter verantwoording geroepen over haar handelen. De klachten betreffen hetzelfde feitencomplex en hetzelfde handelen van de jeugdprofessional en zijn dusdanig op grote hoogte met elkaar verweven dat beoordeling van uw tweede klacht onredelijk is en afbreuk zou doen aan de beoordeling van de eerste klacht.

Ik verklaar u op grond van het voorgaande en artikel 14.3 van het Tuchtreglement (versie 1.3) niet-ontvankelijk in uw tuchtklacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Voor wat betreft de procedure in beroep verklaar ik artikel 7.9 sub b van het Tuchtreglement (versie 1.3) van overeenkomstige toepassing.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder

voorzitter College van Toezicht