Maak een selectie

100 van 100

   

De voorzitter is van oordeel dat de klacht die een vader heeft ingediend van onvoldoende gewicht is.

Geachte [de vader],

Op 12 maart 2018 heeft u bij het College van Toezicht van Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. De behandelend secretaris heeft de klacht doorgestuurd naar mij, de voorzitter van het College van Toezicht, met het verzoek een beslissing te nemen. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Klacht van onvoldoende gewicht
Ik heb uw klacht bestudeerd en bepaald dat uw klacht van onvoldoende gewicht is conform artikel 8.8 lid a van het Tuchtreglement.

In uw klacht en de overgelegde bijlagen lees ik, voor zo ver van belang voor mijn oordeel, het volgende.

U bent ontevreden over het handelen van [de jeugdprofessional] in relatie tot een afspraak die zou plaatsvinden op 22 maart 2018. Deze afspraak is tijdens het oudergesprek op 22 februari 2018, in aanwezigheid van [de jeugdprofessional], tot stand gekomen. Op 9 maart 2018 laat [de jeugdprofessional] echter aan de betrokkenen, waaronder u, weten dat de afspraak op het geplande tijdstip niet door kan gaan, omdat er van 16:00 uur tot 17:00 uur geen spreekruimte beschikbaar is. [De jeugdprofessional] geeft daarbij te kennen dat de geplande afspraak evenwel eerder kan plaatsvinden, namelijk van 15:30 uur tot 16:30 uur. U geeft vervolgens aan dat u niet eerder dan 16:00 uur aanwezig kan zijn, zoals u reeds tijdens het gesprek op 22 februari 2018 aangegeven heeft. In reactie op uw bericht stelt [de jeugdprofessional] twee andere mogelijkheden voor om de afspraak dezelfde week te laten plaatsvinden, namelijk op 20 maart 2018 tussen 09:00 uur en 17:00 uur of op 23 maart 2018 tussen 09:00 uur en 15:00 uur. Nu blijkt dat het niet mogelijk is om op voornoemde data een afspraak tot stand te laten komen, laat [de jeugdprofessional] vervolgens weten dat de afspraak voor week twaalf niet gelukt is en dat zij de betrokkenen zal zien op de eerstvolgende afspraak van 29 maart 2018.

Tot slot bent u het er niet mee eens dat [de jeugdprofessional] besloten heeft de evaluatie van de afgesproken werkwijze aan het einde van het vierde gesprek in te plannen. Dit gaat immers tegen de afspraak in dat de afgesproken werkwijze na vier afspraken geëvalueerd zou worden. U bent van mening dat de evaluatie tijdens een vijfde gesprek moet plaatsvinden.

Ik kan begrijpen dat het u het lastig vindt of dat u het er niet mee eens bent dat de geplande afspraak van 22 maart 2018 niet heeft kunnen plaatsvinden. Blijkens de stukken heeft [de jeugdprofessional] echter tijdig alternatieven aangeboden om toch een afspraak in dezelfde week tot stand te laten komen. Het plannen van een afspraak in dezelfde week is, mede door uw beschikbaarheid, kennelijk niet gelukt. In de stukken lees ik evenwel dat de afspraak naar de eerstvolgende afspraak verzet is, welke (slechts) een week later plaatsvindt. Wat betreft de ingeplande evaluatie van de afgesproken werkwijze, acht ik het onvoldoende bezwaarlijk dat [de jeugdprofessional] de evaluatie aan het einde van het vierde gesprek heeft ingepland. Ik raad u aan om uw ongenoegen hierover met [de jeugdprofessional] zelf te bespreken.

Hoewel uw ongenoegen over de gang van zaken voldoende helder is, acht ik uw klachten over het handelen van [de jeugdprofessional], zoals hiervoor beschreven, van onvoldoende gewicht om te beoordelen in het licht van de algemene tuchtnorm zoals omschreven in artikel 3.1 van het Tuchtreglement, nog daargelaten of kan worden gesproken van een overtreding van die norm.

Dit brengt met zich dat het dossier zal worden gesloten.

Beroep instellen
Indien u het niet eens bent met deze beslissing, bestaat op grond van artikel 8.8 lid b van het Tuchtreglement voor u de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de voorzitter van het College van Beroep. U dient het beroep in te stellen binnen vier weken na de verzenddatum van deze beslissing.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. E.M. Jacquemijns,
voorzitter College van Toezicht