Maak een selectie

100 van 100

   
Datum College Zaaknummer Ontvankelijkheid Kamer
03/09/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.354Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
03/09/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.359Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
03/09/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.363Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
03/09/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.365Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
19/07/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.310Ta Klager geen belanghebbende Jeugdzorgwerkers Toon | Download
09/07/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.260Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
09/07/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.260Tb Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
27/05/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.218Ta Klager geen belanghebbende Pedagogen Toon | Download
06/12/2018 Voorzitter College van Toezicht 18.165T Handelen niet in jeugddomein Jeugdzorgwerkers Toon | Download
12/04/2018 Voorzitter College van Toezicht 18.047T Onvoldoende gewicht Jeugdzorgwerkers Toon | Download
27/03/2018 Voorzitter College van Toezicht 18.037T Onvoldoende gewicht Jeugdzorgwerkers Toon | Download
04/01/2018 Voorzitter College van Toezicht 17.138T Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
28/09/2017 Voorzitter College van Toezicht 17.103Tb Handelen niet in jeugddomein Jeugdzorgwerkers Toon | Download
12/06/2017 Voorzitter College van Toezicht 17.062T Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
28/03/2017 Voorzitter College van Toezicht 16.168T Handelen niet in jeugddomein Jeugdzorgwerkers Toon | Download
Voorzitter College van Toezicht 22.142Ta Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
Voorzitter College van Toezicht 22.145Ta Voldoet niet aan tuchtreglement n.v.t. Toon | Download
Voorzitter College van Toezicht 22.146Tb Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
Voorzitter College van Toezicht 22.132Ta Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
Voorzitter College van Toezicht 21.566Ta Niet geregistreerd n.v.t. Toon | Download
03/09/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.354Ta

Zaaknummer 19.354Ta

Geachte [klager],

Op 1 augustus 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
De klacht die u tegen [de jeugdprofessional] heeft ingediend, is in de kern gelijk aan de eerder door u ingediende klacht tegen haar (zaaknummer 19.172Ta). De voorzitter van het College van Toezicht heeft u toen bij beslissing van 23 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard in uw klacht.

Nu de klacht in de kern gelijk is aan uw eerdere klacht tegen [de jeugdprofessional], bent u op grond van artikel 7.6 sub a van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in uw klacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder
voorzitter College van Toezicht

03/09/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.359Ta

Zaaknummer 19.359Ta

Geachte [klager],

Op 6 augustus 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
U heeft tegen [de jeugdprofessional] een klacht ingediend die in de kern gelijk is aan de eerder door u ingediende klacht tegen haar (zaaknummer 19.323Ta). De voorzitter van het College van Toezicht heeft u toen bij beslissing van 29 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard in uw klacht.

Nu de klacht in de kern gelijk is aan uw eerdere klacht tegen [de jeugdprofessional], bent u op grond van artikel 7.6 sub a van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in uw klacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder
voorzitter College van Toezicht

03/09/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.363Ta

Zaaknummer 19.363Ta

Geachte [de vader],

Op 7 augustus 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
U heeft tegen [de jeugdprofessional] een klacht ingediend die in de kern gelijk is aan de eerder door u ingediende klacht tegen hem (zaaknummer 19.332Ta). De voorzitter van het College van Toezicht heeft u toen bij beslissing van 23 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard in uw klacht.

Nu de klacht in de kern gelijk is aan uw eerdere klacht tegen [de jeugdprofessional], bent u op grond van artikel 7.6 sub a van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in uw klacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder
voorzitter College van Toezicht

03/09/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.365Ta

Zaaknummer 19.365Ta

Geachte [de vader],

Op 7 augustus 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
U heeft tegen [de jeugdprofessional] een klacht ingediend die in de kern gelijk is aan de eerder door u ingediende klacht tegen haar (zaaknummer 19.307Ta). De voorzitter van het College van Toezicht heeft u toen bij beslissing van 23 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard in uw klacht.

Nu de klacht in de kern gelijk is aan uw eerdere klacht tegen [de jeugdprofessional], bent u op grond van artikel 7.6 sub a van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in uw klacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder
voorzitter College van Toezicht

19/07/2019
Voorzitter College van Toezicht
Klager geen belanghebbende
zaaknummer: 19.310Ta

Zaaknummer 19.310Ta

Geachte [klager],

Op 1 juli 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Toetsing van de klacht

Uw klacht is gericht tegen een professional (jeugdzorgwerker) die in het Kwaliteitsregister Jeugd van SKJ is geregistreerd.

In artikel 6.1 van het Tuchtreglement (versie 1.3) staat dat een klacht kan worden ingediend door een ‘belanghebbende’ wegens het vermoeden dat een jeugdprofessional door zijn handelen de algemene tuchtnorm, zoals genoemd in artikel 3.1 van het Tuchtreglement, heeft geschonden.

Artikel 3.1 luidt: ‘De jeugdprofessional is onderworpen aan de algemene tuchtnorm. Deze tuchtnorm is geschonden indien sprake is van:

  1. enig handelen in strijd met de professionele standaard die ‘in het jeugddomein’ geldt voor een behoorlijke uitoefening van het beroep waarvoor de jeugdprofessional is geregistreerd;
  2. elk ander dan onder a. bedoeld handelen dat in strijd is met hetgeen een behoorlijk jeugdprofessional betaamt.

Dit betekent dat alleen naar het handelen van [de jeugdprofessional] gekeken kan worden voor zover dit betrekking heeft op zijn werk in het jeugddomein. Echter uit uw klacht is gebleken dat u 47 jaar was (uw geboortedatum [datum] 1968) op het moment dat [de jeugdprofessional] – anders dan zijnde uw broer – bij u betrokken is geraakt op 1 november 2015 (tot 27 juni 2019). Derhalve voldoet u niet aan de definitie van ‘jeugdige’ in de Jeugdwet. In artikel 1.1 onder 3 Jeugdwet staat dat een jeugdige een persoon is, die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt, en (….). Dat impliceert dat [de jeugdprofessional] geen professionele (behandel)relatie met u heeft in het kader van het jeugddomein, zoals genoemd in de tuchtnorm.

Toetsing van uw klacht

Ik stel vast dat het handelen van [de jeugdprofessional] waarover u klaagt, niet heeft plaatsgevonden in het jeugddomein. Uw klacht heeft geen betrekking op het werk van [de jeugdprofessional] als jeugdzorgwerker.

Beslissing
Op grond van artikel 7.6 onder a van het Tuchtreglement verklaar ik u niet-ontvankelijk in uw klacht. U bent geen gerechtigde in de zin van artikel 6.1 Tuchtreglement.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder

voorzitter College van Toezicht

09/07/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.260Ta

Zaaknummer 19.260Ta

Geachte [klager],

Op 29 mei 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk

Het SKJ acht het, gelet op een efficiënte procesorde en de op het spel staande belangen van klager en jeugdprofessional, zonder meer wenselijk dat een klager zijn klachten tegen een jeugdprofessional zo veel mogelijk concentreert in één tuchtprocedure.

Op 25 januari 2019 diende u een eerste klacht in bij het College van Toezicht tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.038Ta). Samengevat verweet u de jeugdprofessional in deze tuchtprocedure dat zij zonder uw toestemming uw medische en psychische gegevens in rapportages heeft vermeld en dat zij u onterecht in rapportages heeft beschuldigd van hacken. Bij beslissing van 21 juni 2019 heeft het College van Toezicht uw twee klachtonderdelen ongegrond verklaard.

Nog tijdens de tuchtprocedure in zaaknummer 19.038Ta diende u, op 29 mei 2019, opnieuw een tuchtklacht in tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.260Ta). In deze tuchtprocedure verwijt u de jeugdprofessional samengevat dat zij bewust niet aan waarheidsvinding heeft gedaan in de rapportage en dat zij bij het opstellen daarvan op een foutieve wijze gebruik heeft gemaakt van een gedragsdeskundige.

Op het moment van het indienen van de tuchtklacht in zaaknummer 19.038Ta was u reeds op de hoogte van de nu door u gestelde verwijten in zaaknummer 19.260Ta. U had gelijktijdig met de door u op 25 januari 2019 ingediende tuchtklacht tegen de jeugdprofessional de nu ingediende klachtonderdelen tegen haar kunnen indienen. De jeugdprofessional is in zaak 19.038Ta reeds ten overstaan van het tuchtcollege ter verantwoording geroepen over haar handelen. De klachten betreffen hetzelfde feitencomplex en hetzelfde handelen van de jeugdprofessional en zijn dusdanig op grote hoogte met elkaar verweven dat beoordeling van uw tweede klacht onredelijk is en afbreuk zou doen aan de beoordeling van de eerste klacht.

Ik verklaar u op grond van het voorgaande en artikel 14.3 van het Tuchtreglement (versie 1.3) niet-ontvankelijk in uw tuchtklacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Voor wat betreft de procedure in beroep verklaar ik artikel 7.9 sub b van het Tuchtreglement (versie 1.3) van overeenkomstige toepassing.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder

voorzitter College van Toezicht

09/07/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.260Tb

Zaaknummer 19.260Tb

Geachte [klager],

Op 29 mei 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk

Het SKJ acht het, gelet op een efficiënte procesorde en de op het spel staande belangen van klager en jeugdprofessional, zonder meer wenselijk dat een klager zijn klachten tegen een jeugdprofessional zo veel mogelijk concentreert in één tuchtprocedure.

Op 25 januari 2019 diende u een eerste klacht in bij het College van Toezicht tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.038Tb). Samengevat verweet u de jeugdprofessional in deze tuchtprocedure dat zij zonder uw toestemming uw medische en psychische gegevens in rapportages heeft vermeld en dat zij u onterecht in rapportages heeft beschuldigd van hacken. Bij beslissing van 21 juni 2019 heeft het College van Toezicht uw twee klachtonderdelen ongegrond verklaard.

Nog tijdens de tuchtprocedure in zaaknummer 19.038Tb diende u, op 29 mei 2019, opnieuw een tuchtklacht in tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.260Tb). In deze tuchtprocedure verwijt u de jeugdprofessional samengevat dat zij bewust niet aan waarheidsvinding heeft gedaan in de rapportage en dat zij bij het opstellen daarvan op een foutieve wijze gebruik heeft gemaakt van een gedragsdeskundige.

Op het moment van het indienen van de tuchtklacht in zaaknummer 19.038Tb was u reeds op de hoogte van de nu door u gestelde verwijten in zaaknummer 19.260Tb. U had gelijktijdig met de door u op 25 januari 2019 ingediende tuchtklacht tegen de jeugdprofessional de nu ingediende klachtonderdelen tegen haar kunnen indienen. De jeugdprofessional is in zaak 19.038Tb reeds ten overstaan van het tuchtcollege ter verantwoording geroepen over haar handelen. De klachten betreffen hetzelfde feitencomplex en hetzelfde handelen van de jeugdprofessional en zijn dusdanig op grote hoogte met elkaar verweven dat beoordeling van uw tweede klacht onredelijk is en afbreuk zou doen aan de beoordeling van de eerste klacht.

Ik verklaar u op grond van het voorgaande en artikel 14.3 van het Tuchtreglement (versie 1.3) niet-ontvankelijk in uw tuchtklacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Voor wat betreft de procedure in beroep verklaar ik artikel 7.9 sub b van het Tuchtreglement (versie 1.3) van overeenkomstige toepassing.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder

voorzitter College van Toezicht

27/05/2019
Voorzitter College van Toezicht
Klager geen belanghebbende
zaaknummer: 19.218Ta

Zaaknummer 19.218Ta

Geachte [klager],

Op 27 april 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Toetsing van de klacht

Uw klacht is gericht tegen een professional (gedragsdeskundige) die in het Kwaliteitsregister Jeugd van SKJ is geregistreerd.

In artikel 6.1 van het Tuchtreglement (versie 1.3) staat dat een klacht kan worden ingediend door een ‘belanghebbende’ wegens het vermoeden dat een jeugdprofessional door zijn handelen de algemene tuchtnorm, zoals genoemd in artikel 3.1 van het Tuchtreglement, heeft geschonden.

Artikel 3.1 luidt: ‘De jeugdprofessional is onderworpen aan de algemene tuchtnorm. Deze tuchtnorm is geschonden indien sprake is van:

  1. enig handelen in strijd met de professionele standaard die ‘in het jeugddomein’ geldt voor een behoorlijke uitoefening van het beroep waarvoor de jeugdprofessional is geregistreerd;
  2. elk ander dan onder a. bedoeld handelen dat in strijd is met hetgeen een behoorlijk jeugdprofessional betaamt.

Op het moment van handelen van [de jeugdprofessional] op 18 februari 2016 was u 23 jaar oud (uw geboortedatum is [datum] 1992). Derhalve voldoet u niet aan de definitie van ‘jeugdige’ in de Jeugdwet. In artikel 1.1 onder 3 Jeugdwet staat dat een jeugdige een persoon is, die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt, en (….). Dat impliceert dat [de jeugdprofessional] geen onderzoek naar u heeft verricht in het kader van het jeugddomein, zoals genoemd in de tuchtnorm.

Verder is geconstateerd dat het onderzoek is verricht op 18 februari 2016. De klacht is ingediend op 29 april 2019. In artikel 6.5 van het Tuchtreglement staat verwoord dat de mogelijkheid tot het indienen van een klacht vervalt door ‘verjaring na drie jaar’. De termijn van verjaring begint op de dag volgend op die waarop het desbetreffende handelen heeft plaatsgevonden, dan wel volgend op het handelen waarop de belanghebbende van het handelen op de hoogte raakte. Of de termijn door u verschoonbaar is overschreden (artikel 6.7 Tuchtreglement) wordt buiten beschouwing gelaten nu u reeds op grond van uw leeftijd niet gerechtigd bent een tuchtklacht bij SKJ in te dienen.

Oordeel

Op grond van artikel 7.6 onder a van het Tuchtreglement verklaar ik u niet-ontvankelijk in uw klacht. U bent geen gerechtigde in de zin van artikel 6.1 Tuchtreglement.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

de heer mr. drs. P.H.A. van Geel

voorzitter College van Toezicht

06/12/2018
Voorzitter College van Toezicht
Handelen niet in jeugddomein
zaaknummer: 18.165T

Zaaknummer 18.165T

Geachte [klager],

U heeft op 27 november 2018 bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Toetsing van een klacht

[de jeugdprofessional] staat als jeugdzorgwerker geregistreerd in het Kwaliteitsregister Jeugd van SKJ. Bij het SKJ wordt het handelen van een jeugdprofessional getoetst aan de professionele standaard die geldt in het jeugddomein. Dit betekent dat alleen naar het handelen van [de jeugdprofessional] gekeken kan worden voor zover dit betrekking heeft op zijn werk in het jeugddomein.

Op grond van artikel 6.1 en 3.1 van het Tuchtreglement kan een klacht worden ingediend tegen de jeugdprofessional wanneer hij heeft gehandeld in strijd met de algemene tuchtnorm die in het jeugddomein geldt. U kunt alleen een klacht indienen wanneer de jeugdprofessional u direct of indirect schade heeft aangericht in de uitoefening van zijn werk als jeugdprofessional.

Toetsing van uw klacht

Ik stel vast dat het handelen van [de jeugdprofessional] waarover u klaagt, niet heeft plaatsgevonden in het jeugddomein. Uw klacht heeft geen betrekking op het werk van [de jeugdprofessional] als jeugdzorgwerker.

Oordeel

Op grond van artikel 8.8 sub a van het Tuchtreglement verklaar ik u niet-ontvankelijk in uw klacht. Uw klacht zal niet door het College van Toezicht worden behandeld.

Tegen deze beslissing staat beroep open.

Met vriendelijke groet,

de heer mr. drs. P.H.A. van Geel,

voorzitter College van Toezicht

12/04/2018
Voorzitter College van Toezicht
Onvoldoende gewicht
zaaknummer: 18.047T

Zaaknummer 18.047T

Geachte [de vader],

Op 28 maart 2018 heeft u bij het College van Toezicht van Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. De behandelend secretaris heeft de klacht doorgestuurd naar mij, voorzitter van het College van Toezicht, met het verzoek een beslissing te nemen. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Klacht van onvoldoende gewicht
Ik heb kennisgenomen van uw klacht en ben van oordeel dat uw klacht van onvoldoende gewicht is zoals bedoeld in artikel 8.8 lid a van het Tuchtreglement.

In uw klacht en de bijgevoegde bijlagen lees ik, voor zo ver van belang voor mijn oordeel, het volgende.
U bent ontevreden over het handelen van [de jeugdprofessional] in relatie tot de schriftelijke afspraken die u met elkaar gemaakt heeft tijdens een bemiddelingsgesprek op 1 februari 2018. Eén van de gemaakte afspraken is dat “niet behandelde agendapunten worden verschoven naar de volgende afspraak”. Op donderdag 22 februari 2018 heeft een zogenoemd “oudergesprek” tussen u en de moeder van uw dochter plaatsgevonden, in aanwezigheid van [de jeugdprofessional]. Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie tussen u en [de jeugdprofessional] maak ik op dat tijdens dit oudergesprek kennelijk slechts de eerste twee (van de elf) agendapunten zijn behandeld. U bent het vervolgens niet eens met de door [de jeugdprofessional] toegestuurde agenda voor het volgende geplande oudergesprek op 29 maart 2018. Op deze agenda staan namelijk andere agendapunten geagendeerd dan de niet-behandelde agendapunten van het oudergesprek van 22 februari 2018. U bent van mening dat eerst de niet-behandelde agendapunten van het oudergesprek van 22 februari 2018 behandeld moeten worden. [De jeugdprofessional] laat in reactie op uw bezwaar hierover het volgende weten: “de agendapunten die het belangrijkste zijn voor [uw dochter] zullen als eerste aan bod komen tijdens ons gesprek a.s. donderdag. Mocht er nog tijd over zijn dan pakken we de overige agendapunten op.” In de schriftelijke afspraken die u met elkaar gemaakt heeft tijdens het bemiddelingsgesprek op 1 februari 2018 lees ik voorts dat [de jeugdprofessional] de agenda van de oudergesprekken vaststelt.

Hoewel uw ongenoegen over de gang van zaken voldoende helder is, acht ik, gelet op bovenstaande, het handelen [de jeugdprofessional] onvoldoende bezwaarlijk en daarom van onvoldoende gewicht om te beoordelen in het licht van de algemene tuchtnorm zoals omschreven in artikel 3.1 van het Tuchtreglement. Een tuchtprocedure is niet bedoeld voor dergelijke klachten.

Dit brengt met zich mee dat het dossier zal worden gesloten.

Beroep instellen
Indien u het niet eens bent met deze beslissing, bestaat op grond van artikel 8.8 lid b van het Tuchtreglement voor u de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de voorzitter van het College van Beroep. U dient het beroep in te stellen binnen vier weken na de verzenddatum van deze beslissing.

Met vriendelijke groet,

de heer mr. drs. P.H.A. van Geel,
voorzitter College van Toezicht

27/03/2018
Voorzitter College van Toezicht
Onvoldoende gewicht
zaaknummer: 18.037T

Zaaknummer 18.037T

Geachte [de vader],

Op 12 maart 2018 heeft u bij het College van Toezicht van Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. De behandelend secretaris heeft de klacht doorgestuurd naar mij, de voorzitter van het College van Toezicht, met het verzoek een beslissing te nemen. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Klacht van onvoldoende gewicht
Ik heb uw klacht bestudeerd en bepaald dat uw klacht van onvoldoende gewicht is conform artikel 8.8 lid a van het Tuchtreglement.

In uw klacht en de overgelegde bijlagen lees ik, voor zo ver van belang voor mijn oordeel, het volgende.

U bent ontevreden over het handelen van [de jeugdprofessional] in relatie tot een afspraak die zou plaatsvinden op 22 maart 2018. Deze afspraak is tijdens het oudergesprek op 22 februari 2018, in aanwezigheid van [de jeugdprofessional], tot stand gekomen. Op 9 maart 2018 laat [de jeugdprofessional] echter aan de betrokkenen, waaronder u, weten dat de afspraak op het geplande tijdstip niet door kan gaan, omdat er van 16:00 uur tot 17:00 uur geen spreekruimte beschikbaar is. [De jeugdprofessional] geeft daarbij te kennen dat de geplande afspraak evenwel eerder kan plaatsvinden, namelijk van 15:30 uur tot 16:30 uur. U geeft vervolgens aan dat u niet eerder dan 16:00 uur aanwezig kan zijn, zoals u reeds tijdens het gesprek op 22 februari 2018 aangegeven heeft. In reactie op uw bericht stelt [de jeugdprofessional] twee andere mogelijkheden voor om de afspraak dezelfde week te laten plaatsvinden, namelijk op 20 maart 2018 tussen 09:00 uur en 17:00 uur of op 23 maart 2018 tussen 09:00 uur en 15:00 uur. Nu blijkt dat het niet mogelijk is om op voornoemde data een afspraak tot stand te laten komen, laat [de jeugdprofessional] vervolgens weten dat de afspraak voor week twaalf niet gelukt is en dat zij de betrokkenen zal zien op de eerstvolgende afspraak van 29 maart 2018.

Tot slot bent u het er niet mee eens dat [de jeugdprofessional] besloten heeft de evaluatie van de afgesproken werkwijze aan het einde van het vierde gesprek in te plannen. Dit gaat immers tegen de afspraak in dat de afgesproken werkwijze na vier afspraken geëvalueerd zou worden. U bent van mening dat de evaluatie tijdens een vijfde gesprek moet plaatsvinden.

Ik kan begrijpen dat het u het lastig vindt of dat u het er niet mee eens bent dat de geplande afspraak van 22 maart 2018 niet heeft kunnen plaatsvinden. Blijkens de stukken heeft [de jeugdprofessional] echter tijdig alternatieven aangeboden om toch een afspraak in dezelfde week tot stand te laten komen. Het plannen van een afspraak in dezelfde week is, mede door uw beschikbaarheid, kennelijk niet gelukt. In de stukken lees ik evenwel dat de afspraak naar de eerstvolgende afspraak verzet is, welke (slechts) een week later plaatsvindt. Wat betreft de ingeplande evaluatie van de afgesproken werkwijze, acht ik het onvoldoende bezwaarlijk dat [de jeugdprofessional] de evaluatie aan het einde van het vierde gesprek heeft ingepland. Ik raad u aan om uw ongenoegen hierover met [de jeugdprofessional] zelf te bespreken.

Hoewel uw ongenoegen over de gang van zaken voldoende helder is, acht ik uw klachten over het handelen van [de jeugdprofessional], zoals hiervoor beschreven, van onvoldoende gewicht om te beoordelen in het licht van de algemene tuchtnorm zoals omschreven in artikel 3.1 van het Tuchtreglement, nog daargelaten of kan worden gesproken van een overtreding van die norm.

Dit brengt met zich dat het dossier zal worden gesloten.

Beroep instellen
Indien u het niet eens bent met deze beslissing, bestaat op grond van artikel 8.8 lid b van het Tuchtreglement voor u de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de voorzitter van het College van Beroep. U dient het beroep in te stellen binnen vier weken na de verzenddatum van deze beslissing.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. E.M. Jacquemijns,
voorzitter College van Toezicht

04/01/2018
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 17.138T

Zaaknummer 17.138T

Geachte [de vader],

U heeft op 15 november 2017 bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional], [jeugdbeschermer] bij [de instelling]. De behandelend secretaris heeft de klacht doorgestuurd naar mij, de voorzitter van het College van Toezicht, met het verzoek een beslissing te nemen. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
Ik heb uw klacht bestudeerd en besloten u op grond van artikel 7.3 van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in de klacht te verklaren.

Op 6 april 2016 heeft u immers bij het College van Toezicht ook een klacht tegen [de jeugdprofessional] ingediend (zaaknummer 16.033Ta). Het College van Toezicht heeft een inhoudelijke beslissing genomen over uw klacht inzake 16.033Ta, die op 24 januari 2017 aan partijen is gezonden. U heeft vervolgens op 24 maart 2017 beroep ingesteld tegen de beslissing inzake 16.033Ta (zaaknummer 17.010B). In de zaak met nummer 17.010B is op uw beroep een inhoudelijke beslissing genomen, die aan partijen is toegezonden op 8 november 2017.

Het College van Toezicht neemt op grond van artikel 7.3 Tuchtreglement geen klacht in behandeling waarover het eerder een inhoudelijke beslissing heeft genomen op basis van het Tuchtreglement.

Op 8 december 2017 heeft de behandelend secretaris u bericht dat het College van Toezicht op basis van de door u toegestuurde stukken onvoldoende kan vaststellen of eerder een inhoudelijke beslissing is genomen betreffende de klacht. Het College heeft u om die reden verzocht toe te lichten waarom uw nieuwe klacht met nummer 17.138T aangaande het handelen van [de jeugdprofessional] naar tijd en plaats anders is dan het handelen waarover de Colleges in de zaken met nummers 16.033Ta en 17.010B hebben geoordeeld.

U heeft op 9 december 2017 hierop inhoudelijk gereageerd.

Uw nieuwe klacht luidt – kort en zakelijk weergegeven – dat [de jeugdprofessional] heeft nagelaten om haar rapportages volledig en naar waarheid op te stellen. U geeft aan dat er ten onrechte geen notitie is van het feit dat uw ex-partner, de moeder, ondanks aandringen door de [jeugdbeschermer], [de jeugdprofessional] uw kinderen niet heeft aangemeld voor therapie.

Ik ben van oordeel dat uw klacht inzake 17.138T ziet op het handelen van [de jeugdprofessional] dat onlosmakelijk is verbonden naar tijd en plaats met het handelen waarover het College van Beroep in de zaak met nummer 17.010B heeft geoordeeld. In uw toelichting van 9 december 2017 stelt u dit ook zelf door aan te geven: “Mijn klacht dien ik dan ook in aan de hand van nieuwe informatie, deze informatie is door [de jeugdprofessional] zelf aangevoerd in haar verweerschriften, en vervolgens beoordeeld door uw College.” In zijn beslissing van 8 november 2017 stelt het College van Beroep inderdaad vast dat [de jeugdprofessional] een folder van [instelling] aan de moeder heeft overhandigd en dat zij de moeder meermaals heeft aangeraden de kinderen aan te melden bij [instelling], alsmede dat een en ander niet in het dossier is opgenomen. Het College van Beroep overweegt hierover dat niet kan worden geconcludeerd dat [de jeugdprofessional] onjuiste informatie heeft opgenomen in een rapportage van de eerste aanmelding bij [de instelling], dat [de jeugdprofessional] ter zitting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de e-mails waarin een en ander is besproken niet zijn opgenomen in het dossier, omdat dat niet bij de werkwijze van [de instelling] hoort, en dat [de jeugdprofessional] heeft gehandeld binnen de grenzen van haar bevoegdheden. Aldus heeft het College van Beroep reeds een inhoudelijke beslissing gegeven over de door u gestelde nieuwe omstandigheden, die in de procedure in beroep zijn gebleken.

Ik zal u daarom niet-ontvankelijk verklaren in uw klacht met nummer 17.138T. Dit betekent dat het dossier zal worden gesloten.

Beroep instellen
Indien u het niet eens bent met deze beslissing, bestaat de mogelijkheid om binnen vier weken na het versturen van deze beslissing op grond van artikel 8.8 lid b van het Tuchtreglement beroep in te stellen bij het College van Beroep.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. A.M. van Riemsdijk,
voorzitter College van Toezicht

28/09/2017
Voorzitter College van Toezicht
Handelen niet in jeugddomein
zaaknummer: 17.103Tb

Zaaknummer 17.103Tb

Geachte [klager],

U heeft op 5 september 2017 bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. De behandelend secretaris heeft de klacht doorgestuurd naar mij, voorzitter van het College van Toezicht, met het verzoek een beslissing te nemen. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Toetsing van een klacht
Uw klacht is gericht tegen een jeugdprofessional die in het Kwaliteitsregister Jeugd van SKJ is geregistreerd. Het College van Toezicht en het College van Beroep van SKJ zien toe op de naleving van de beroepscode door jeugdprofessionals die geregistreerd zijn in het Kwaliteitsregister Jeugd van SKJ. Beide colleges toetsen het handelen van een jeugdprofessional aan de professionele standaard  geldend in het jeugddomein.

In artikel 6.1 van het Tuchtreglement staat dat een klacht kan worden ingediend door een belanghebbende wegens het vermoeden dat een jeugdprofessional door zijn handelen de algemene tuchtnorm, zoals genoemd in artikel 3.1 van het Tuchtreglement, heeft geschonden.

Artikel 3.1 a van het Tuchtreglement luidt: “De jeugdprofessional is onderworpen aan de algemene tuchtnorm. Deze kan worden omschreven als volgt: enig handelen in strijd met de professionele standaard die in het jeugddomein geldt voor een behoorlijke uitoefening van het beroep waarvoor de jeugdprofessional is geregistreerd.”

Toetsing van uw klacht
Ik stel vast dat het handelen van [de jeugdprofessional] waarover u klaagt, niet heeft plaatsgevonden in het jeugddomein.

Oordeel
Op grond van artikel 8.8 sub a van het Tuchtreglement verklaar ik u niet-ontvankelijk in uw klacht.

Tegen deze beslissing staat beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. A.M. van Riemsdijk,
voorzitter College van Toezicht

12/06/2017
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 17.062T

Zaaknummer 17.062T

Geachte [klaagster],

U heeft op 3 mei 2017 bij SKJ een klacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. De behandelend secretaris heeft de klacht doorgestuurd naar mij, de voorzitter van het College van Toezicht, met het verzoek een beslissing te nemen. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Klacht niet-ontvankelijk
Ik heb uw klacht bestudeerd en besloten op grond van artikel 7.3 van het Tuchtreglement de klacht niet in behandeling te nemen.

Op 9 augustus 2016 heeft u immers bij het College van Toezicht ook een klacht tegen [de jeugdprofessional] ingediend (zaaknummer: 16.101Ta). Het College van Toezicht heeft op 4 mei 2017 een inhoudelijke beslissing genomen over uw klacht inzake 16.101Ta.

Het College van Toezicht neemt geen klacht in behandeling waarover het eerder een inhoudelijke beslissing heeft genomen op basis van het Tuchtreglement. Ik ben van oordeel dat uw klacht inzake 17.062T ziet op het handelen van [de jeugdprofessional] dat onlosmakelijk is verbonden naar tijd en plaats met het handelen waarover het College in de zaak met zaaknummer 16.101Ta heeft geoordeeld.

Ik verklaar u daarom niet-ontvankelijk in uw klacht met nummer 17.062T. Dit betekent dat het dossier zal worden gesloten.

Beroep instellen
Indien u het niet eens is met deze beslissing, bestaat de mogelijkheid om binnen vier weken na het versturen van deze beslissing op grond van artikel 8.8 lid b van het Tuchtreglement beroep in te stellen bij de voorzitter van het College van Beroep.

Met vriendelijke groet,

 

Dhr. mr. A.R.O. Mooy,
voorzitter College van Toezicht

28/03/2017
Voorzitter College van Toezicht
Handelen niet in jeugddomein
zaaknummer: 16.168T

Zaaknummer 16.168T

Geachte [klager]

U heeft op 27 december 2016 bij SKJ een tuchtklacht ingediend over uw ex-partner, [beklaagde]. SKJ heeft uw klacht doorgestuurd naar de voorzitter van het College van Toezicht met het verzoek een beslissing te nemen. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Klacht niet in behandeling

Ik heb uw klacht bestudeerd en heb besloten deze niet in behandeling te nemen.

Mij is ter ore gekomen dat u eerder, op 18 augustus 2016, een gelijkluidende klacht heeft ingediend over [beklaagde].

SKJ heeft u op 31 augustus 2016 bericht dat [beklaagde] niet bij SKJ is geregistreerd.

Dit is deels correct. [beklaagde] was bij SKJ geregistreerd tot en met 12 mei 2016.

U klaagt, als ex-partner, over gebeurtenissen die in de privésfeer hebben plaatsgevonden. In artikel 3.2. van het Tuchtreglement staat het volgende omschreven: ‘als een belanghebbende meent dat een jeugdprofessional de algemene tuchtnorm overtreedt, kan hij hiertegen een klacht indienen bij het College van Toezicht van SKJ. De klacht kan slechts betrekking hebben op beroepsmatig handelen van de jeugdprofessional.’

Het Tuchtreglement verstaat onder belanghebbende: elke (rechts)persoon die direct of indirect is betrokken bij het beroepsmatig handelen of nalaten van de jeugdprofessional.

Uw klacht heeft geen betrekking op het beroepsmatig handelen van de jeugdprofessional. Voorts merk ik u niet aan als belanghebbende nu u niet direct of indirect betrokken bent geweest bij het beroepsmatig handelen of nalaten van de jeugdprofessional.

Tot slot heb ik uit de afgegeven verklaring van de directeur [instelling] opgemaakt dat dit onderdeel van uw klacht betrekking heeft op de periode nadat de registratie is beëindigd. Het College is niet bevoegd te oordelen over gebeurtenissen die na de beëindiging van de registratiedatum hebben plaatsgevonden.

Sluiten dossier

U bent derhalve op grond van het bovenstaande niet ontvankelijk in uw klacht. Het dossier inzake uw klacht zal worden gesloten.

Beroep instellen

Als u het niet eens bent met deze beslissing kunt u binnen 4 weken na het versturen van deze beslissing beroep instellen bij de voorzitter van het College van Beroep.

 

Met vriendelijke groet,

Dhr. mr. A.R.O. Mooy

voorzitter College van Toezicht

Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 22.142Ta

Zaaknummer 22.142Ta

Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 22.145Ta

Zaaknummer 22.145Ta

Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 22.146Tb

Zaaknummer 22.146Tb

Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 22.132Ta

Zaaknummer 22.132Ta

Voorzitter College van Toezicht
Niet geregistreerd
zaaknummer: 21.566Ta

Zaaknummer 21.566Ta