Maak een selectie

67 van 67

   
Datum College Zaaknummer Ontvankelijkheid Kamer
08/02/2022 Voorzitter College van Toezicht 21.570Td Verzuim Jeugd- en Gezinsprofessionals
24/01/2022 Voorzitter College van Toezicht 21.587Ta Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
24/01/2022 Voorzitter College van Toezicht 21.587Tb Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
24/01/2022 Voorzitter College van Toezicht 21.587Tc Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
17/01/2022 Voorzitter College van Toezicht 21.556Ta Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
17/01/2022 Voorzitter College van Toezicht 21.556Tb Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
13/01/2022 Voorzitter College van Toezicht 21.555Ta Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
10/01/2022 Voorzitter College van Toezicht 21.560Ta Voldoet niet aan tuchtreglement Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
19/07/2021 Voorzitter College van Toezicht 21.127Ta n.v.t. Jeugd- en Gezinsprofessionals Toon | Download
20/03/2020 Voorzitter College van Toezicht 20.050Ta Handelen niet door beklaagde Jeugdzorgwerkers Toon | Download
09/09/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.360Ta Klager geen belanghebbende Jeugdzorgwerkers Toon | Download
03/09/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.354Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
03/09/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.359Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
03/09/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.363Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
03/09/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.365Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
19/07/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.310Ta Klager geen belanghebbende Jeugdzorgwerkers Toon | Download
09/07/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.260Ta Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
09/07/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.260Tb Eerder over geoordeeld Jeugdzorgwerkers Toon | Download
27/05/2019 Voorzitter College van Toezicht 19.218Ta Klager geen belanghebbende Pedagogen Toon | Download
06/12/2018 Voorzitter College van Toezicht 18.165T Handelen niet in jeugddomein Jeugdzorgwerkers Toon | Download
08/02/2022
Voorzitter College van Toezicht
Verzuim
zaaknummer: 21.570Td

Zaaknummer 21.570Td

24/01/2022
Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 21.587Ta

Zaaknummer 21.587Ta

24/01/2022
Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 21.587Tb

Zaaknummer 21.587Tb

24/01/2022
Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 21.587Tc

Zaaknummer 21.587Tc

17/01/2022
Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 21.556Ta

Zaaknummer 21.556Ta

17/01/2022
Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 21.556Tb

Zaaknummer 21.556Tb

13/01/2022
Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 21.555Ta

Zaaknummer 21.555Ta

10/01/2022
Voorzitter College van Toezicht
Voldoet niet aan tuchtreglement
zaaknummer: 21.560Ta

Zaaknummer 21.560Ta

19/07/2021
Voorzitter College van Toezicht
n.v.t.
zaaknummer: 21.127Ta

Zaaknummer 21.127Ta

De voorzitter van het College van Toezicht, mevrouw mr. E.M. Jacquemijns, heeft in de onderhavige zaak beslist over de door:

mevrouw K. Koole van AKJ, namens [klager] (vader),

op 7 april 2021 ingediende klacht tegen:

[de jeugdprofessional] (jeugdprofessional), raadsonderzoeker bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). De jeugdprofessional is van [datum] 2013 tot en met [datum] 2018 als jeugdzorgwerker geregistreerd geweest in het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ). Sinds
[datum] 2018 is zij als jeugd- en gezinsprofessional geregistreerd.

1     Het verloop van de procedure

De voorzitter heeft kennisgenomen van het aangepaste klaagschrift, ontvangen op 3 juni 2021, en heeft op grond van artikel 7.8 lid a van het Tuchtreglement, versie 1.4, besloten om direct over te gaan tot de beoordeling van het klaagschrift.

2     Omschrijving van de situatie

2.1 Op 5 februari 2019 heeft de rechtbank de RvdK verzocht een onderzoek uit te voeren om te adviseren omtrent het ouderlijk gezag, de hoofdverblijfplaats en de zorg- of omgangsregeling met betrekking tot de twee kinderen van de vader. De jeugdprofessional heeft dit onderzoek uitgevoerd.

2.2 Op 18 maart 2019 heeft de RvdK dit onderzoek ambtshalve uitgebreid naar een beschermingsonderzoek. Op 10 mei 2019 is dit onderzoek afgerond.

2.3 Op 14 april 2020 heeft de vader klachten ingediend over de jeugdprofessional bij de RvdK en zijn de klachten voor advies voorgelegd aan de klachtadviescommissie.

2.4 Op 21 juli 2020 heeft de klachtadviescommissie een advies uitgebracht aan de directeur van de RvdK. Daarin staat onder meer: Niet duidelijk uitgewerkt wordt óf en hóe de zorgen die de RvdK heeft ten aanzien van [de vader] en de moeder worden geduid in pedagogisch opzicht en wat nodig is om de situatie voor de kinderen te verbeteren dan wel de bedreiging van de ontwikkeling af te wenden, waardoor het onder punt 7 voorspelde “duidelijk beeld van de veiligheid van de kinderen in de huidige situatie” niet helder naar voren komt. De vraag is daarmee ook of in het rapport inhoudelijk voldoende aandacht is besteed aan de zorgen die [de vader] heeft geuit op het gebied van ouderverstoting. Ongeacht of hiervoor, in de optiek van de RvdK, al dan niet aanwijzingen zijn, mist de commissie dat de RvdK in haar conclusies is ingegaan op deze hypothese van [de vader]. Ook mist de commissie een visie van de RvdK op het thema “ouderverstoting” in het algemeen en in relatie tot de situatie van [de vader]. Nu dit onderwerp door [de vader] zo nadrukkelijk en herhaaldelijk naar voren is gebracht, en dit in de conclusies min of meer genegeerd wordt, kan de commissie begrijpen dat dit voor [de vader] onbevredigend is en hij het gevoel heeft niet gehoord te zijn. Dat de reactie van [de vader] op het conceptrapport, met daarin een heel aantal opmerkingen en vragen, slechts [is] meegezonden naar de rechtbank als bijlage bij het rapport draagt daar niet aan bij. Een inhoudelijke toelichting hierop had volgens de commissie meer in lijn gelegen.

3     De klacht en de beoordeling

De klacht

3.1 De vader verwijt de jeugdprofessional onzorgvuldig gehandeld te hebben door in het raadsrapport inhoudelijk geen aandacht te besteden aan de zorgen van de vader. De vader heeft soms meerdere keren per dag naar de jeugdprofessional gebeld om zijn zorgen over ouderverstoting te delen. De jeugdprofessional omschrijft dit als: “waarin hij zijn visie over het probleem, en zijn conclusie ten aanzien van ouderverstoting, blijft herhalen”. De vader voert aan dat hij zichzelf bleef herhalen, omdat hij zich niet gehoord voelde. De vader is zich er inmiddels van bewust dat de jeugdprofessional vrij is om – binnen de kaders van het Kwaliteitskader van de RvdK (hierna: het Kwaliteitskader) en de protocollen – zelf invulling te geven aan de inhoud van het onderzoek. Wat de vader echter mist, is dat de jeugdprofessional in het rapport ingaat op de zorgen van de vader over ouderverstoting. Daarmee heeft zij onvoldoende oog gehad voor de veiligheid van de kinderen.

De jeugdprofessional heeft volgens de vader ook onzorgvuldig gehandeld door de vragen die de vader had naar aanleiding van het conceptrapport, als bijlage bij de rapportage mee te sturen naar de rechtbank. De klachtadviescommissie heeft bevestigd dat de zorgen van de vader over ouderverstoting zijn genegeerd en dat de jeugdprofessional hem niet heeft uitgelegd waarom zij ervoor heeft gekozen daar niet verder op in te gaan.

Beoordeling

3.2 De voorzitter leest in de klacht van de vader twee verwijten, namelijk 1. dat de jeugdprofessional onzorgvuldig heeft gehandeld omdat zij in het raadsrapport inhoudelijk geen aandacht heeft besteed aan zijn zorgen, en 2. dat zij de vragen van de vader als bijlage bij het raadsrapport naar de rechtbank heeft gestuurd.

Ten aanzien van het eerste verwijt overweegt de voorzitter als volgt. Omdat raadsonderzoekers – zoals de vader ook benoemt in zijn klacht – binnen bepaalde regels en randvoorwaarden (waaronder het Kwaliteitskader) zelf bepalen hoe het onderzoek wordt uitgevoerd, acht de voorzitter van het College van Toezicht een tuchtrechtelijke beoordeling of de jeugdprofessional onzorgvuldig heeft gehandeld daarom niet aan de orde. De voorzitter acht dit deel van de klacht kennelijk ongegrond, waarbij zij wijst op het raadsrapport van 10 mei 2021, pagina 4 (kopje 7: ‘Relevante factoren tijdens het verloop van het onderzoek’). Hier is aandacht besteed aan de wens van de vader MASIC-3 (Mediator’s Assessment of Safety Issues and Concerns) in te zetten, omdat hiermee volgens hem ouderverstoting vastgesteld zou kunnen worden. Op dezelfde pagina staat beschreven dat multidisciplinair is besloten deze methode niet in te zetten en de redenen die tot dat besluit hebben geleid. Dit maakt dat er in het raadsrapport inhoudelijk wel aandacht is besteed aan de zorgen van de vader over ouderverstoting, maar dat de jeugdprofessional – in overleg – een bepaalde afweging heeft gemaakt. De klachtadviescommissie heeft reeds erkend dat de jeugdprofessional de vader meer tegemoet had kunnen komen.

Voor wat betreft het tweede verwijt van de vader dat de jeugdprofessional zijn vragen naar aanleiding van het conceptrapport als bijlage bij het rapport heeft meegestuurd naar de rechtbank, overweegt de voorzitter als volgt. Voorop gesteld wordt dat het recht op inzage en correctie voortvloeit uit artikel M (verslaglegging/dossiervorming) van de Beroepscode voor de jeugd- en gezinsprofessional. In lijn met dit artikel is het volgens de voorzitter zorgvuldig als de reactie of een correctie van een ouder wordt verwerkt in de rapportage vóórdat de stukken aan de rechtbank worden verstuurd. Het komt in de praktijk echter voor dat de reactie van (een) ouder(s) als bijlage aan de rechtbank wordt (na)gestuurd, mede vanwege de (hoge) werkdruk en de gestelde termijnen van de rechtbank. In het Kwaliteitskader staat ook vermeld dat feitelijke onjuistheden moeten worden aangepast, en dat overige aanvullingen of opmerkingen aan het einde van het raadsrapport worden verwerkt of als bijlage aan het rapport wordt toegevoegd. Dit laatste heeft de jeugdprofessional gedaan. Daarom is ook dit deel van de klacht kennelijk ongegrond. Wel was het naar het oordeel van de voorzitter beter geweest indien de jeugdprofessional een inhoudelijke toelichting had gegeven op de vragen van de vader, zoals ook de klachtadviescommissie schrijft. Dit had mogelijk meer recht gedaan aan de vader. Echter, bij tuchtrechtelijke toetsing gaat het niet om het antwoord op de vraag of het handelen beter had gekund.

4     De beslissing

Dit alles overwegende komt de voorzitter op grond van artikel 7.8 lid a van het Tuchtreglement tot de volgende beslissing:

  • verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

Aldus gedaan door de voorzitter en op 19 juli 2021 aan partijen toegezonden.

Mevrouw mr. E.M. Jacquemijns, voorzitter

20/03/2020
Voorzitter College van Toezicht
Handelen niet door beklaagde
zaaknummer: 20.050Ta

Zaaknummer 20.050Ta

Geachte [de moeder],

Op 31 januari 2020 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Toetsing van de klacht

In het tuchtrecht staat het individuele handelen van een (jeugd)professional centraal. Op grond van artikel 6.1 van het Tuchtreglement kan een klacht worden ingediend door een belanghebbende wegens het vermoeden dat een jeugdprofessional door zijn handelen de algemene tuchtnorm, zoals genoemd in artikel 3.1 van het Tuchtreglement, heeft geschonden.

Niet-ontvankelijk

De twee klachtonderdelen gaan in de kern beide over zwart gearceerde delen tekst in het aan uw dochter verstrekte dossier. Deze klachtonderdelen zien niet toe op het individuele beroepsmatig handelen van [de jeugdprofessional]. Zo blijkt uit de bijlage ‘[naam bijlage]’ dat een andere (jeugd)professional dan [de jeugdprofessional] betrokken is geweest bij de inzage tot/verstrekken van het dossier. Uit de overgelegde stukken is het voorts niet vast te stellen wie de stukken tekst zwart gearceerd heeft. Het individuele handelen van [de jeugdprofessional] staat derhalve onvoldoende centraal in uw klacht. Daarom verklaar ik u op grond van artikel 14.3 jo. 7.6 sub a van het Tuchtreglement niet ontvankelijk in uw klacht.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Volledigheidshalve wijs ik u nog op het volgende. Op grond van artikel 7.3.10 Jeugdwet kan verstrekking van het dossier achterwege blijven voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een ander. Uit de bijlage ‘[naam bijlage]’ blijkt dat de werkgever van [de jeugdprofessional] gemotiveerd heeft dat sommige delen tekst in het dossier zwart gearceerd zijn vanwege de bescherming van de privacy (de persoonlijke levenssfeer) van een ander.

Klacht opnieuw indienen

U kunt uw klacht opnieuw indienen met inachtneming van de vereisten uit het Tuchtreglement. Dat betekent dat de verwijten die u de individuele jeugdprofessional maakt duidelijk omschreven, toegelicht en onderbouwd moeten zijn. Ik wijs u opnieuw op de mogelijkheid om ondersteuning te vragen voor het indienen van de klacht bij een vertrouwenspersoon van het AKJ of in uw gemeente, uw eventuele rechtsbijstandsverzekering of een advocaat.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. E.M. Jacquemijns
voorzitter College van Toezicht

09/09/2019
Voorzitter College van Toezicht
Klager geen belanghebbende
zaaknummer: 19.360Ta

Zaaknummer 19.360Ta

Geachte [de vader],

Op 6 augustus 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional].

Niet-ontvankelijk
Artikel 3.2 van het Tuchtreglement, versie 1.3, omschrijft dat een belanghebbende een klacht kan indienen bij het Tuchtcollege, wanneer de belanghebbende meent dat de jeugdprofessional de algemene tuchtnorm schendt. Op basis van wat u heeft aangevoerd, kan niet worden vastgesteld dat de jeugdprofessional betrokken is (geweest) bij uw gezin. U heeft in deze casus dan ook geen direct of indirect belang bij het beroepsmatig handelen van de jeugdprofessional.

Nu de klacht niet voldoet aan artikel 3.2 van het Tuchtreglement, bent u op grond van artikel 14.3 van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in uw klacht.

Het dossier wordt gesloten.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder
voorzitter College van Toezicht

03/09/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.354Ta

Zaaknummer 19.354Ta

Geachte [klager],

Op 1 augustus 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
De klacht die u tegen [de jeugdprofessional] heeft ingediend, is in de kern gelijk aan de eerder door u ingediende klacht tegen haar (zaaknummer 19.172Ta). De voorzitter van het College van Toezicht heeft u toen bij beslissing van 23 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard in uw klacht.

Nu de klacht in de kern gelijk is aan uw eerdere klacht tegen [de jeugdprofessional], bent u op grond van artikel 7.6 sub a van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in uw klacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder
voorzitter College van Toezicht

03/09/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.359Ta

Zaaknummer 19.359Ta

Geachte [klager],

Op 6 augustus 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
U heeft tegen [de jeugdprofessional] een klacht ingediend die in de kern gelijk is aan de eerder door u ingediende klacht tegen haar (zaaknummer 19.323Ta). De voorzitter van het College van Toezicht heeft u toen bij beslissing van 29 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard in uw klacht.

Nu de klacht in de kern gelijk is aan uw eerdere klacht tegen [de jeugdprofessional], bent u op grond van artikel 7.6 sub a van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in uw klacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder
voorzitter College van Toezicht

03/09/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.363Ta

Zaaknummer 19.363Ta

Geachte [de vader],

Op 7 augustus 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
U heeft tegen [de jeugdprofessional] een klacht ingediend die in de kern gelijk is aan de eerder door u ingediende klacht tegen hem (zaaknummer 19.332Ta). De voorzitter van het College van Toezicht heeft u toen bij beslissing van 23 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard in uw klacht.

Nu de klacht in de kern gelijk is aan uw eerdere klacht tegen [de jeugdprofessional], bent u op grond van artikel 7.6 sub a van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in uw klacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder
voorzitter College van Toezicht

03/09/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.365Ta

Zaaknummer 19.365Ta

Geachte [de vader],

Op 7 augustus 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk
U heeft tegen [de jeugdprofessional] een klacht ingediend die in de kern gelijk is aan de eerder door u ingediende klacht tegen haar (zaaknummer 19.307Ta). De voorzitter van het College van Toezicht heeft u toen bij beslissing van 23 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard in uw klacht.

Nu de klacht in de kern gelijk is aan uw eerdere klacht tegen [de jeugdprofessional], bent u op grond van artikel 7.6 sub a van het Tuchtreglement niet-ontvankelijk in uw klacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder
voorzitter College van Toezicht

19/07/2019
Voorzitter College van Toezicht
Klager geen belanghebbende
zaaknummer: 19.310Ta

Zaaknummer 19.310Ta

Geachte [klager],

Op 1 juli 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Toetsing van de klacht

Uw klacht is gericht tegen een professional (jeugdzorgwerker) die in het Kwaliteitsregister Jeugd van SKJ is geregistreerd.

In artikel 6.1 van het Tuchtreglement (versie 1.3) staat dat een klacht kan worden ingediend door een ‘belanghebbende’ wegens het vermoeden dat een jeugdprofessional door zijn handelen de algemene tuchtnorm, zoals genoemd in artikel 3.1 van het Tuchtreglement, heeft geschonden.

Artikel 3.1 luidt: ‘De jeugdprofessional is onderworpen aan de algemene tuchtnorm. Deze tuchtnorm is geschonden indien sprake is van:

  1. enig handelen in strijd met de professionele standaard die ‘in het jeugddomein’ geldt voor een behoorlijke uitoefening van het beroep waarvoor de jeugdprofessional is geregistreerd;
  2. elk ander dan onder a. bedoeld handelen dat in strijd is met hetgeen een behoorlijk jeugdprofessional betaamt.

Dit betekent dat alleen naar het handelen van [de jeugdprofessional] gekeken kan worden voor zover dit betrekking heeft op zijn werk in het jeugddomein. Echter uit uw klacht is gebleken dat u 47 jaar was (uw geboortedatum [datum] 1968) op het moment dat [de jeugdprofessional] – anders dan zijnde uw broer – bij u betrokken is geraakt op 1 november 2015 (tot 27 juni 2019). Derhalve voldoet u niet aan de definitie van ‘jeugdige’ in de Jeugdwet. In artikel 1.1 onder 3 Jeugdwet staat dat een jeugdige een persoon is, die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt, en (….). Dat impliceert dat [de jeugdprofessional] geen professionele (behandel)relatie met u heeft in het kader van het jeugddomein, zoals genoemd in de tuchtnorm.

Toetsing van uw klacht

Ik stel vast dat het handelen van [de jeugdprofessional] waarover u klaagt, niet heeft plaatsgevonden in het jeugddomein. Uw klacht heeft geen betrekking op het werk van [de jeugdprofessional] als jeugdzorgwerker.

Beslissing
Op grond van artikel 7.6 onder a van het Tuchtreglement verklaar ik u niet-ontvankelijk in uw klacht. U bent geen gerechtigde in de zin van artikel 6.1 Tuchtreglement.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder

voorzitter College van Toezicht

09/07/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.260Ta

Zaaknummer 19.260Ta

Geachte [klager],

Op 29 mei 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk

Het SKJ acht het, gelet op een efficiënte procesorde en de op het spel staande belangen van klager en jeugdprofessional, zonder meer wenselijk dat een klager zijn klachten tegen een jeugdprofessional zo veel mogelijk concentreert in één tuchtprocedure.

Op 25 januari 2019 diende u een eerste klacht in bij het College van Toezicht tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.038Ta). Samengevat verweet u de jeugdprofessional in deze tuchtprocedure dat zij zonder uw toestemming uw medische en psychische gegevens in rapportages heeft vermeld en dat zij u onterecht in rapportages heeft beschuldigd van hacken. Bij beslissing van 21 juni 2019 heeft het College van Toezicht uw twee klachtonderdelen ongegrond verklaard.

Nog tijdens de tuchtprocedure in zaaknummer 19.038Ta diende u, op 29 mei 2019, opnieuw een tuchtklacht in tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.260Ta). In deze tuchtprocedure verwijt u de jeugdprofessional samengevat dat zij bewust niet aan waarheidsvinding heeft gedaan in de rapportage en dat zij bij het opstellen daarvan op een foutieve wijze gebruik heeft gemaakt van een gedragsdeskundige.

Op het moment van het indienen van de tuchtklacht in zaaknummer 19.038Ta was u reeds op de hoogte van de nu door u gestelde verwijten in zaaknummer 19.260Ta. U had gelijktijdig met de door u op 25 januari 2019 ingediende tuchtklacht tegen de jeugdprofessional de nu ingediende klachtonderdelen tegen haar kunnen indienen. De jeugdprofessional is in zaak 19.038Ta reeds ten overstaan van het tuchtcollege ter verantwoording geroepen over haar handelen. De klachten betreffen hetzelfde feitencomplex en hetzelfde handelen van de jeugdprofessional en zijn dusdanig op grote hoogte met elkaar verweven dat beoordeling van uw tweede klacht onredelijk is en afbreuk zou doen aan de beoordeling van de eerste klacht.

Ik verklaar u op grond van het voorgaande en artikel 14.3 van het Tuchtreglement (versie 1.3) niet-ontvankelijk in uw tuchtklacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Voor wat betreft de procedure in beroep verklaar ik artikel 7.9 sub b van het Tuchtreglement (versie 1.3) van overeenkomstige toepassing.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder

voorzitter College van Toezicht

09/07/2019
Voorzitter College van Toezicht
Eerder over geoordeeld
zaaknummer: 19.260Tb

Zaaknummer 19.260Tb

Geachte [klager],

Op 29 mei 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Niet-ontvankelijk

Het SKJ acht het, gelet op een efficiënte procesorde en de op het spel staande belangen van klager en jeugdprofessional, zonder meer wenselijk dat een klager zijn klachten tegen een jeugdprofessional zo veel mogelijk concentreert in één tuchtprocedure.

Op 25 januari 2019 diende u een eerste klacht in bij het College van Toezicht tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.038Tb). Samengevat verweet u de jeugdprofessional in deze tuchtprocedure dat zij zonder uw toestemming uw medische en psychische gegevens in rapportages heeft vermeld en dat zij u onterecht in rapportages heeft beschuldigd van hacken. Bij beslissing van 21 juni 2019 heeft het College van Toezicht uw twee klachtonderdelen ongegrond verklaard.

Nog tijdens de tuchtprocedure in zaaknummer 19.038Tb diende u, op 29 mei 2019, opnieuw een tuchtklacht in tegen [de jeugdprofessional] (zaaknummer 19.260Tb). In deze tuchtprocedure verwijt u de jeugdprofessional samengevat dat zij bewust niet aan waarheidsvinding heeft gedaan in de rapportage en dat zij bij het opstellen daarvan op een foutieve wijze gebruik heeft gemaakt van een gedragsdeskundige.

Op het moment van het indienen van de tuchtklacht in zaaknummer 19.038Tb was u reeds op de hoogte van de nu door u gestelde verwijten in zaaknummer 19.260Tb. U had gelijktijdig met de door u op 25 januari 2019 ingediende tuchtklacht tegen de jeugdprofessional de nu ingediende klachtonderdelen tegen haar kunnen indienen. De jeugdprofessional is in zaak 19.038Tb reeds ten overstaan van het tuchtcollege ter verantwoording geroepen over haar handelen. De klachten betreffen hetzelfde feitencomplex en hetzelfde handelen van de jeugdprofessional en zijn dusdanig op grote hoogte met elkaar verweven dat beoordeling van uw tweede klacht onredelijk is en afbreuk zou doen aan de beoordeling van de eerste klacht.

Ik verklaar u op grond van het voorgaande en artikel 14.3 van het Tuchtreglement (versie 1.3) niet-ontvankelijk in uw tuchtklacht. Het dossier wordt daarom gesloten.

Voor wat betreft de procedure in beroep verklaar ik artikel 7.9 sub b van het Tuchtreglement (versie 1.3) van overeenkomstige toepassing.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder

voorzitter College van Toezicht

27/05/2019
Voorzitter College van Toezicht
Klager geen belanghebbende
zaaknummer: 19.218Ta

Zaaknummer 19.218Ta

Geachte [klager],

Op 27 april 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Toetsing van de klacht

Uw klacht is gericht tegen een professional (gedragsdeskundige) die in het Kwaliteitsregister Jeugd van SKJ is geregistreerd.

In artikel 6.1 van het Tuchtreglement (versie 1.3) staat dat een klacht kan worden ingediend door een ‘belanghebbende’ wegens het vermoeden dat een jeugdprofessional door zijn handelen de algemene tuchtnorm, zoals genoemd in artikel 3.1 van het Tuchtreglement, heeft geschonden.

Artikel 3.1 luidt: ‘De jeugdprofessional is onderworpen aan de algemene tuchtnorm. Deze tuchtnorm is geschonden indien sprake is van:

  1. enig handelen in strijd met de professionele standaard die ‘in het jeugddomein’ geldt voor een behoorlijke uitoefening van het beroep waarvoor de jeugdprofessional is geregistreerd;
  2. elk ander dan onder a. bedoeld handelen dat in strijd is met hetgeen een behoorlijk jeugdprofessional betaamt.

Op het moment van handelen van [de jeugdprofessional] op 18 februari 2016 was u 23 jaar oud (uw geboortedatum is [datum] 1992). Derhalve voldoet u niet aan de definitie van ‘jeugdige’ in de Jeugdwet. In artikel 1.1 onder 3 Jeugdwet staat dat een jeugdige een persoon is, die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt, en (….). Dat impliceert dat [de jeugdprofessional] geen onderzoek naar u heeft verricht in het kader van het jeugddomein, zoals genoemd in de tuchtnorm.

Verder is geconstateerd dat het onderzoek is verricht op 18 februari 2016. De klacht is ingediend op 29 april 2019. In artikel 6.5 van het Tuchtreglement staat verwoord dat de mogelijkheid tot het indienen van een klacht vervalt door ‘verjaring na drie jaar’. De termijn van verjaring begint op de dag volgend op die waarop het desbetreffende handelen heeft plaatsgevonden, dan wel volgend op het handelen waarop de belanghebbende van het handelen op de hoogte raakte. Of de termijn door u verschoonbaar is overschreden (artikel 6.7 Tuchtreglement) wordt buiten beschouwing gelaten nu u reeds op grond van uw leeftijd niet gerechtigd bent een tuchtklacht bij SKJ in te dienen.

Oordeel

Op grond van artikel 7.6 onder a van het Tuchtreglement verklaar ik u niet-ontvankelijk in uw klacht. U bent geen gerechtigde in de zin van artikel 6.1 Tuchtreglement.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open.

Met vriendelijke groet,

de heer mr. drs. P.H.A. van Geel

voorzitter College van Toezicht

06/12/2018
Voorzitter College van Toezicht
Handelen niet in jeugddomein
zaaknummer: 18.165T

Zaaknummer 18.165T

Geachte [klager],

U heeft op 27 november 2018 bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing.

Toetsing van een klacht

[de jeugdprofessional] staat als jeugdzorgwerker geregistreerd in het Kwaliteitsregister Jeugd van SKJ. Bij het SKJ wordt het handelen van een jeugdprofessional getoetst aan de professionele standaard die geldt in het jeugddomein. Dit betekent dat alleen naar het handelen van [de jeugdprofessional] gekeken kan worden voor zover dit betrekking heeft op zijn werk in het jeugddomein.

Op grond van artikel 6.1 en 3.1 van het Tuchtreglement kan een klacht worden ingediend tegen de jeugdprofessional wanneer hij heeft gehandeld in strijd met de algemene tuchtnorm die in het jeugddomein geldt. U kunt alleen een klacht indienen wanneer de jeugdprofessional u direct of indirect schade heeft aangericht in de uitoefening van zijn werk als jeugdprofessional.

Toetsing van uw klacht

Ik stel vast dat het handelen van [de jeugdprofessional] waarover u klaagt, niet heeft plaatsgevonden in het jeugddomein. Uw klacht heeft geen betrekking op het werk van [de jeugdprofessional] als jeugdzorgwerker.

Oordeel

Op grond van artikel 8.8 sub a van het Tuchtreglement verklaar ik u niet-ontvankelijk in uw klacht. Uw klacht zal niet door het College van Toezicht worden behandeld.

Tegen deze beslissing staat beroep open.

Met vriendelijke groet,

de heer mr. drs. P.H.A. van Geel,

voorzitter College van Toezicht