Maak een selectie

497 van 497

   

Een verslag van het intakegesprek dient onderdeel te zijn van het dossier van de jeugdige.

Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en beslist in de volgende samenstelling:

mevrouw mr. A.M. van Riemsdijk, voorzitter,
mevrouw M. Bijnoe, lid-beroepsgenoot,
mevrouw T. Roosblad, lid-beroepsgenoot,

over het door:

[Klager] (hierna te noemen: de vader) en [klaagster] (hierna te noemen: de moeder), klagers, hierna gezamenlijk aan te duiden als: de ouders, wonende te [woonplaats],

op 16 juli 2020 ingediende klaagschrift tegen:

[Jeugdprofessional], beklaagde, hierna te noemen: de jeugdprofessional, werkzaam als ambulant spoedhulpmedewerker bij [de instelling], locatie: [locatie], hierna te noemen: [de instelling].

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. M.R. Veerman.

De ouders worden in deze zaak bijgestaan door hun gemachtigde mevrouw K. Koole, werkzaam bij AKJ.

1 Het verloop van de procedure

1.1 Het College heeft kennisgenomen van:

  • het klaagschrift ontvangen op 16 juli 2020;
  • het verweerschrift ontvangen op 30 september 2020;
  • de conclusie van repliek ontvangen op 9 november 2020;
  • de conclusie van dupliek ontvangen op 17 november 2020.

1.2 De voorzitter heeft op grond van artikel 3 van de tijdelijke regeling werkwijze van het College van Toezicht en het College van Beroep in verband met COVID-19 (Corona), hierna: tijdelijke regeling, besloten om de klacht schriftelijk af te handelen. Op grond van artikel 5 van de tijdelijke regeling zijn partijen in de gelegenheid gesteld om nog eenmaal schriftelijk te reageren op hetgeen door de wederpartij naar voren is gebracht (repliek en dupliek).

1.3 De schriftelijke behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 30 november 2020. De beslissing is op 11 januari 2021 aan partijen verzonden.

2 De feiten

Op grond van de stukken gaat het College van de volgende feiten uit:

2.1 De ouders hebben drie kinderen, twee zonen en een dochter. De klacht ziet toe op hulpverlening aan de jongste zoon, geboren in 2004, hierna aan te duiden als: de zoon. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen, zij vormen samen een gezin.

2.2 In oktober 2017 heeft de moeder contact opgenomen met het Sociaal Wijkteam en een hulpvraag gesteld met betrekking tot de zoon. Op 27 november 2017 heeft de vader met de gemeente gebeld. De vader heeft toen ingestemd met de inzet van spoedhulp voor hulp aan huis binnen het gezin. De ouders wensten tevens een diagnose voor de psychische problematiek van de zoon.

2.3 De ouders zijn door het Sociaal Wijkteam doorverwezen naar [de instelling]. De jeugdprofessional is vanuit [de instelling] in de periode van 28 november 2017 tot en met 26 december 2017 als ambulant spoedhulpverlener betrokken geweest. Op 4 januari 2018 heeft hij het eindrapport opgesteld.

2.4 Op 28 november 2017 heeft er een intakegesprek plaatsgevonden op het kantoor van [de instelling]. Bij het intakegesprek zijn de volgende personen aanwezig geweest: de ouders, de jeugdprofessional, een tweede medewerker van [de instelling] en een medewerker van het Sociaal Wijkteam. Tijdens dit gesprek heeft de tweede medewerker van [de instelling] aantekeningen gemaakt. De moeder heeft tijdens het intakegesprek onder meer aangegeven dat zij op 5 december 2017 een afspraak bij de psycholoog voor de zoon heeft gemaakt en dat zij ondersteuning wenst van de jeugdprofessional om de zoon naar deze afspraak te laten gaan.

2.5 De jeugdprofessional is na het intakegesprek op 28 november 2017 dezelfde avond nog op huisbezoek geweest bij de ouders en de kinderen. Hij heeft toen kennisgemaakt met de zoon. De jeugdprofessional heeft de zoon in de periode van 28 november 2017 tot 5 december 2017 meerdere keren thuis bezocht.

2.6 De jeugdprofessional is in de ochtend van 5 december 2017, zoals afgesproken, naar het huis van de ouders gegaan om de zoon naar de psycholoog te brengen. De situatie is die ochtend geëscaleerd. De moeder heeft toen aangegeven dat zij de zoon niet thuis wilde/kon houden. De jeugdprofessional was het hiermee eens, wat heeft geleid tot het plaatsen van de zoon in een crisisopvang. De ouders hebben toestemming gegeven voor het verblijf van de zoon in de [verblijfplaats] van [de instelling].

2.7 De vader heeft de zoon op 9 december 2017 opgehaald uit de [verblijfplaats]. De zoon is toen in het eigen netwerk ondergebracht.

2.8 De moeder heeft op 19 juni 2019 per e-mailbericht aan de jeugdprofessional het complete dossier van de zoon over de maanden november en december 2017 opgevraagd. Op 9 juli 2019 heeft de moeder het dossier opgehaald.

2.9 De moeder heeft op 9 juli 2019 per e-mailbericht aan de jeugdprofessional kenbaar gemaakt dat in het dossier het verslag van het intakegesprek van 28 november 2017 ontbreekt. Het intakeverslag was voor de moeder de reden om het dossier op te vragen. De moeder wil weten waarom er – na kort overleg tussen de jeugdprofessional en een medewerker van het Sociaal Wijkteam – terplekke besloten werd tot ‘crisisinterventie’ in plaats van gewone ambulante hulpverlening.

2.10. De jeugdprofessional heeft op 11 juli 2019 per e-mailbericht aan de moeder laten weten dat van het intakegesprek geen officieel verslag is gemaakt en deze derhalve niet in het dossier zit. In reactie hierop heeft de moeder het volgende geschreven: ‘’Er zat een onbekende dame driftig te schrijven. Daar moet toch iets mee zijn gedaan? Jullie moeten toch ergens iets over de intake in het dossier hebben?’’

2.11 De jeugdprofessional heeft van [datum] 2013 tot [datum] 2018 als jeugdzorgwerker geregistreerd gestaan in het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ). Sinds [datum] 2018 staat de jeugdprofessional als jeugd- en gezinsprofessional geregistreerd.

3 Het beoordelingskader

3.1 Het College beantwoordt de vraag of een jeugdprofessional met het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met de professionele standaard (de voor de jeugdprofessional geldende beroepscode, de richtlijnen en de veldnormen) ten tijde van het klachtwaardig handelen. Bij de tuchtrechtelijke toetsing gaat het er niet om of het handelen van de jeugdprofessional beter had gekund.

3.2 Het College toetst het beroepsmatig handelen van de bij SKJ geregistreerde professional aan de algemene tuchtnorm. Het College is niet bevoegd om klachten over het handelen en nalaten van andere personen of van de instelling te toetsen.

4 De klacht, het verweer, de conclusie van repliek, de conclusie van dupliek en de beoordeling

De klacht, het verweer, de conclusie van repliek en de conclusie van dupliek (voor zover hierin relevante informatie voor de klachtonderdelen is aangeleverd) worden zakelijk weergegeven. Daarna volgt het oordeel van het College. De reikwijdte van een klacht dient voor alle betrokkenen, inclusief het College, helder te zijn. Het College richt zich dan ook uitsluitend op de klacht die is ingediend op 16 juli 2020. Voor zover de ouders in de conclusie van repliek hun klacht hebben uitgebreid, geeft het College hier geen oordeel over.

4.1 Klachtonderdeel 1

4.1.1 De ouders verwijten de jeugdprofessional dat hij onvoldoende informatie heeft verstrekt over het te volgen hulpverleningstraject.

Toelichting:
De moeder heeft zich aangemeld bij het Sociaal Wijkteam met een hulpvraag omtrent de zoon. De moeder was op zoek naar hulp voor de zoon binnen het gezin én beoogde dat een diagnose werd gesteld wegens de psychische problematiek van de zoon. Met deze hulpvraag namen de ouders deel aan het intakegesprek op 28 november 2017 bij [de instelling]. Het intakegesprek heeft 2,5 uur geduurd. Tijdens het intakegesprek, waarbij ook iemand aanwezig was die gespreksaantekeningen maakte, hadden de jeugdprofessional en de medewerker van het Sociaal Wijkteam een kort moment onder elkaar waarbij de vraag werd gesteld of het om ambulante hulpverlening of crisishulpverlening ging. Op dat moment is  gekozen voor crisishulpverlening. De jeugdprofessional heeft de ouders hierover geen uitleg verschaft. Het traject waarvoor de ouders waren aangemeld was evenmin duidelijk. De jeugdprofessional is tussen 28 november 2017 en 5 december 2017 een aantal keer in het gezin aanwezig geweest. Op 5 december 2017 is de jeugdprofessional, zoals afgesproken, naar het huis van de ouders gekomen om te ondersteunen in het begeleiden van de zoon naar de afspraak met zijn psycholoog. De ouders gingen er hierbij vanuit dat dit onderdeel was van de door hun verzochte hulp. De situatie is die ochtend geëscaleerd, nadat de zoon aangaf niet mee te willen naar de afspraak met de psycholoog. De jeugdprofessional heeft uiteindelijk besloten dat de zoon niet thuis kon blijven, maar nog diezelfde dag naar de crisisopvang moest. Hierbij is door de jeugdprofessional lichte dwang gebruikt en gesproken over het inschakelen van de politie. De jeugdprofessional heeft aan het einde van dit incident bij de moeder aangegeven dat nog steeds sprake was van hulpverlening in het vrijwillig kader. De moeder heeft dit echter niet zo ervaren en deze gebeurtenis is voor haar en het gezin traumatisch geweest. De moeder is zich achteraf gaan afvragen wat er precies is gebeurd en waarom er tijdens het intakegesprek tussen de jeugdprofessional en de medewerker van het Sociaal Wijkteam is gesproken over het woord crisis. De zoon werd een aantal dagen later naar de crisisopvang gebracht. Doordat het intakeverslag van het gesprek van 28 november 2017 ontbreekt in het dossier, kan de moeder niet anders dan concluderen dan dat zij onvoldoende informatie heeft gekregen over het te volgen hulpverleningstraject. In een periode van een paar dagen, namelijk tussen 28 november 2017 en 5 december 2017 is een grote ommekeer geweest in de hulp die zij als gezin ontvingen. In een paar dagen tijd is er, in plaats van hulp binnen het gezin, gekozen voor plaatsing in een crisisopvang. De moeder is op de ochtend van 5 december 2017 overvallen door deze ommekeer en heeft daardoor niet om uitleg kunnen vragen. Zij hoopte de overwegingen terug te kunnen vinden in het dossier, maar deze ontbreken.

4.1.2 De jeugdprofessional voert het volgende aan:
De ouders hebben zich via het Sociaal Wijkteam voor crisishulp van [de instelling] aangemeld. Op 28 november 2017 heeft het intakegesprek plaatsgevonden. Dit gesprek duurde iets langer dan een uur. Een gedragswetenschapper van [de instelling] was hierbij aanwezig. Het doel van het gesprek was om te bezien welke vorm van crisishulpverlening het meest passend zou zijn. Er zijn twee soorten crisishulpverlening, te weten de Intensief Kort Ambulant (IKA) en de Ambulante Spoedhulp (ASH). Gewoonlijk informeert de medewerker van het Sociaal Wijkteam de ouders over de insteek van de hulpverlening en het doel van het intakegesprek. Bij de start van een intakegesprek worden vervolgens de redenen genoemd van het gesprek, hoe het traject eruit kan zien en waar de informatie op de website van [de instelling]is terug te vinden. De jeugdprofessional kan zich niet meer herinneren of dit tijdens het intakegesprek met de ouders ook daadwerkelijk is gebeurd. Hij gaat er wel vanuit, omdat dit de standaardprocedure is. De aanwezige gedragswetenschapper gaat er tevens vanuit dat dit met de ouders is besproken. Het is echter bijna drie jaar geleden, waardoor ook de gedragswetenschapper het niet met zekerheid kan bevestigen.
Gedurende het intakegesprek werd duidelijk dat ASH de meest passende vorm van hulpverlening was. De inzet van ASH is kort en krachtig en gericht op actie. Er wordt ingezet om een uithuisplaatsing te voorkomen en de rust en veiligheid in het gezin te herstellen.
Vanwege de escalatie op 5 december 2017 was het niet meer mogelijk de rust en veiligheid in het gezin te herstellen en is er op een tijdelijke uithuisplaatsing ingezet. Een uithuisplaatsing binnen het netwerk van de ouders is niet gelukt, waardoor er voor een tijdelijk verblijf op een groep is gekozen. De jeugdprofessional verwijst naar pagina 4 van de eindrapportage voor de overwegingen om de zoon tijdelijk uit huis te plaatsen, in afstemming met de ouders. In de rapportage is het volgende opgenomen: ‘’De medewerker [Ambulante Spoedhulp] is om 8.30 uur bij de moeder en de zoon om samen met moeder en de zoon (dit op verzoek van moeder) naar de psycholoog te gaan. De avond en ochtend was goed verlopen. De zoon was positief gestemd. Rond 9.00 uur had hij de ruimte waar hij zat plots gebarricadeerd. Desondanks was er makkelijk bij hem te komen. Mee naar de keuken genomen, maar hij weigerde elke medewerking. Met lichte drang hem naar buiten gekregen (dit 2x geprobeerd). Uiteindelijk weer in de keuken. De zoon werd alleen maar bozer en omdat naar de psycholoog niet meer lukte moest hij van moeder naar school. Ook dit wilde hij niet. Moeder wilde terecht (grote zorg voor escalatie) dat de zoon niet thuis zou blijven maar naar school of een andere plek gaat. In gesprek met ouders (in het bijzijn van de zoon, omdat hij de keuken niet uit mocht) over mogelijke logeerplek bij vrienden omdat moeder hem absoluut niet thuis wilde houden. De medewerker [Ambulante Spoedhulp] staat achter dit besluit omdat thuis de veiligheid voor het gezin niet gewaarborgd kon worden. Uiteindelijk besloten dat hij een plek op de [verblijfplaats] [afkorting] van [de instelling] zou krijgen. De zoon heeft deze gesprekken kunnen volgen. De medewerker [Ambulante Spoedhulp] heeft (na dit met ouders besproken was) de zoon de keus gegeven vrijwillig mee te gaan. Zo niet dan zou de politie gebeld worden zodat die hem zouden brengen. De zoon leek wel opgelucht, trok zijn schoen aan, pakte zijn spullen. Ouders zijn mee gegaan en hij zit nu op de [verblijfplaats].’’
De jeugdprofessional geeft aan dat hij het vervelend vindt dat de ouders dit achteraf als traumatisch hebben ervaren en het idee hebben gehad dat hij de zoon uit huis wilde laten plaatsen. Hij kan het zich voorstellen, omdat de gebeurtenissen elkaar snel opvolgde. Het doel was om de zoon uit de thuissituatie te halen en de rust te herstellen. De plaatsing bij de [verblijfplaats] was heel kort, omdat het de ouders daarna wel lukte een plek in het eigen netwerk te vinden. Het ASH-advies voor vervolghulp was ook gericht op een thuisplaatsing. De jeugdprofessional is van mening dat de ouders voldoende zijn geïnformeerd over het traject door de informatie die tijdens het intakegesprek is verschaft, door de informatie die in de folders en op de website van [de instelling] is terug te vinden en door het tussentijds overleg met de ouders zoals beschreven in de eindrapportage.

4.1.3 De moeder voert in de conclusie van repliek het volgende aan:
De kritiek die de ouders op het intakegesprek in hun klaagschrift hebben geuit, hebben de ouders na het lezen van het verweerschrift van de jeugdprofessional nog steeds. Het verweer komt ongeïnteresseerd over en getuigt niet van zelfreflectie. De jeugdprofessional en de medewerker van het Sociaal Wijkteam hebben tijdens het intakegesprek gezegd ‘’Laten we maar spoed’’ ofwel crisishulp doen. Aan de ouders is op dat moment niet uitgelegd wat ASH inhoudt. Ook is aan de ouders geen folder overhandigd en zijn zij niet op de website geattendeerd. Daarnaast zijn de ouders niet gewezen op de klachtenregeling van [de instelling]. De ouders zijn naar huis gegaan zonder verdere informatie. Het werd de ouders na enkele bezoeken al duidelijk dat de jeugdprofessional niet de beloofde hulpverlening ging bieden: het gezin gedurende 28 dagen observeren en intensief begeleiden.
De jeugdprofessional stelt dat aan de ouders is gevraagd of de zoon ondergebracht kon worden in het eigen netwerk. Met de ouders is nooit over een netwerk gesproken. Hij heeft enkel tijdens het uit huis plaatsen van de zoon naar het netwerk van de ouders gevraagd. De jeugdprofessional heeft op dat moment ook nog geroepen ‘’Alles is wel vrijwillig he?’’.

4.1.4 De jeugdprofessional voert in de conclusie van dupliek het volgende aan:
De jeugdprofessional kan niet met zekerheid stellen dat hij tijdens het intakegesprek informatie heeft gegeven, of de ouders heeft geattendeerd op de informatie zoals opgenomen op de website van [de instelling]. De jeugdprofessional biedt al ruim zeventien jaar deze vorm van hulp en de beschreven werkwijze is de manier waarop hij een intakegesprek vormgeeft. Daarnaast was en is alle informatie terug te vinden op de website van [de instelling]. Ouders kunnen de website zelf raadplegen indien zij meer informatie willen. De uithuisplaatsing van de zoon is gericht geweest op het creëren van rust en veiligheid in het gezin om daarna het vervolgtraject vanuit rust te kunnen vormgeven. Dit was ook de wens van ouders.

4.1.5 Het College overweegt als volgt:
Op grond van artikel F (Informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker (hierna te noemen: de Beroepscode), dient de jeugdprofessional de jeugdige en diens wettelijke vertegenwoordigers de voor een goede professionele relatie relevante informatie te verschaffen, zoveel mogelijk in een voor hen begrijpelijke taal. Blijkens de toelichting op dit artikel dient de jeugdprofessional na te gaan of zij de informatie hebben begrepen. De ouders klagen dat de jeugdprofessional onvoldoende informatie heeft verstrekt over het te volgen hulpverleningstraject en de redenen voor de gemaakte keuze. Zij voeren hiertoe als voorbeeld aan dat het onduidelijk was waarom  gekozen is voor crisishulpverlening in plaats van ambulante hulpverlening. Het College volgt dit standpunt van de ouders en overweegt hiertoe als volgt. In zijn verweerschrift heeft de jeugdprofessional aangevoerd dat hij niet met zekerheid kan stellen dat de ouders tijdens het intakegesprek geïnformeerd zijn over de redenen van het gesprek en hoe het hulpverleningstraject er uit zal zien. Het College merkt op dat een verslag van het intakegesprek hierin helpend was geweest en verwijst naar 4.2.4 van deze beslissing, waarin een oordeel is gegeven over het ontbreken van het intakeverslag. Voorts heeft de jeugdprofessional aangevoerd dat informatie over ASH te vinden is op de website en de folder van [de instelling]. Het College overweegt dat de website en de folder summiere informatie bevat over ASH in het algemeen en niet over hoe een ASH-traject er uit kan zien. Bovendien is een ASH-traject maatwerk, waardoor de informatie over het traject van de ouders en de zoon niet op de website of in de folder te lezen is. Het College kan uit de overgelegde stukken niet vaststellen of de jeugdprofessional al dan niet informatie heeft gegeven over het te volgen hulpverleningstraject en waarom gekozen is voor crisishulpverlening in plaats van ambulante hulpverlening. Wel merkt het College op dat als de jeugdprofessional deze informatie wel heeft gegeven, dit kennelijk niet op een voor de ouders begrijpelijke manier is uitgelegd. Hetgeen een schending van artikel F (Informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) van de Beroepscode met zich meebrengt. Indien de jeugdprofessional aan het einde van het intakegesprek verduidelijkingsvragen had gesteld of de ouders alles hadden begrepen, hij dit zelf mogelijk had gemerkt en de informatie op een (nog) voor de ouders begrijpelijkere manier kunnen uitleggen. Bovendien hoort de beslissing over het te volgen hulpverleningstraject duidelijk te worden vastgelegd in zowel het intakeverslag als de eindrapportage. Ook in de eindrapportage leest het College niet terug wat de overwegingen van de jeugdprofessional waren voor het inzetten van ASH in plaats van IKA. Door de ouders onvoldoende mee te nemen in de besluitvorming heeft de jeugdprofessional eveneens in strijd met artikel D (Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdhulp en jeugdbescherming) en E (Respect) van de Beroepscode gehandeld, voor zover deze ziet op het maken van eigen keuzes door de ouders in de opvoeding en ontwikkeling van de zoon.
Voor zover de klacht ziet op het incident van 5 december 2017 overweegt het College het volgende. Het College ziet in het eindrapport dat de jeugdprofessional de ‘Richtlijn crisisplaatsing voor jeugdhulp en jeugdbescherming’ en de daarbij behorende werkkaart 2 heeft opgevolgd. Zo heeft hij met ouders gesproken over een mogelijke logeerplek bij vrienden. Toen dat niet mogelijk bleek is  in overleg met de ouders besloten dat de zoon, gelet op het waarborgen van de veiligheid van het gezin, niet thuis kon blijven, waardoor de zoon – met toestemming van de ouders –  op de [verblijfplaats] is geplaatst. Vervolgens is met de ouders gesproken over de vervolghulpverlening. Het College oordeelt derhalve dat voor wat betreft de informatieverstrekking ten aanzien van dit incident en de vervolg hulpverlening, de jeugdprofessional geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken.

4.1.6 Het College is van oordeel dat het klachtonderdeel, voor wat betreft de informatieverstrekking tijdens het intakegesprek, gegrond is.

4.2 Klachtonderdeel 2

4.2.1 De ouders verwijten de jeugdprofessional dat hij onprofessioneel heeft gehandeld door geen verslag te (laten) maken van het intakegesprek.

Toelichting:
De moeder was pas in juli 2019 er mentaal aan toe om het dossier bij [de instelling] op te vragen om te kunnen begrijpen wat er precies was gebeurd. In het bijzonder was voor de moeder het intakegesprek belangrijk. Zij kon zich nog herinneren dat  tijdens het intakegesprek een notulist aanwezig is geweest. Na ontvangst van het dossier kwam de moeder erachter dat het dossier geen intakeverslag bevatte. De moeder heeft de jeugdprofessional alsnog om het intakeverslag verzocht. In reactie hierop heeft de jeugdprofessional op 11 juli 2019 laten weten dat van het intakegesprek geen officieel verslag is gemaakt. De moeder vindt het onbegrijpelijk dat  in een gesprek met privacygevoelige informatie een ‘’notulist’’ aanwezig is, maar dat er geen officieel intakeverslag en/of notulen worden gemaakt. De jeugdprofessional heeft enkel zelf een korte weergave van het gesprek in het dossier opgenomen. Gezien het voorval dat zich enkele dagen na het intakegesprek heeft voorgedaan, is het onprofessioneel van de jeugdprofessional dat hij geen officieel verslag heeft (laten) maken. Het bijhouden van een dossier is van belang voor de kwaliteit en continuïteit van de hulpverlening. Het geeft weer welke afwegingen een jeugdprofessional heeft gemaakt.

4.2.2 De jeugdprofessional voert het volgende aan:
Er is geen verslag opgesteld van het intakegesprek. Dit gebeurt niet bij ASH, omdat de hulp meteen start, kortdurend is en er nog veel uitgezocht moet worden. De reden van aanmelding en het verloop van de hulpverlening is wel in de eindrapportage beschreven. Er is tijdens het intakegesprek geen notulist aanwezig geweest. Het is ook niet nodig dat er een notulist aanwezig is, aangezien er alleen afwegingen worden gemaakt over welke hulp het meest passend is. De aanwezige gedragswetenschapper heeft werkaantekeningen gemaakt. In de eindrapportage is terug te lezen dat ASH is ingezet, omdat de thuissituatie als heel kritiek werd ervaren.

4.2.3 De ouders en de jeugdprofessional reageren in respectievelijk de conclusie van repliek en de conclusie van dupliek niet (aanvullend) op hetgeen door partijen naar voren is gebracht in het klaagschrift en het verweerschrift ten aanzien van dit klachtonderdeel.

4.2.4 Het College overweegt als volgt:
Als eerste wordt opgemerkt dat de aard van ASH het toe laat om als jeugdprofessional een eigen persoonlijke stijl in de uitvoering van de werkzaamheden te hebben. In het kader van ASH is het echter in het veld gebruikelijk om te starten met een aanmeldformulier, opgesteld door de aanmeldende instantie. Op dit aanmeldformulier staat dan beschreven wat de crisissituatie is, aan welke doelen er gewerkt moeten worden tijdens het traject, welke bodemeisen er zijn en wat de consequenties zijn als de bodemeisen niet zijn gehaald. Een intakegesprek is het startpunt van de samenwerking tussen de jeugdprofessional en de ouder(s). Tijdens het intakegesprek wordt aan de hand van het aanmeldformulier beoordeeld welke hulp het beste kan worden ingezet en worden doelen vastgesteld of afspraken gemaakt waaraan gewerkt moet worden tijdens de (spoed)hulpverlening. Het verslag van het intakegesprek geeft alle partijen handvatten en structuur in de te volgen (spoed)hulpverlening en de te bereiken doelen. Bovendien kan dit verslag gebruikt worden bij afronding en evaluatie van het traject. Tijdens ASH is het des te belangrijker dat er van het intakegesprek een verslag wordt gemaakt, omdat de hulpverlening van korte duur is, er (vaak) sprake is van een crisissituatie waardoor de betrokkenen overvallen kunnen worden met de informatie tijdens het intakegesprek. Het intakeverslag kan gedurende het hulpverleningstraject worden gebruikt om op gemaakte afspraken terug te vallen en indien nodig de opgestelde doelen gedurende het traject aan te scherpen. Naar het oordeel van het College dient een intakeverslag of andere vorm van schriftelijke verslaglegging derhalve onderdeel te zijn van het dossier van de jeugdige, hetgeen ook gebruikelijk is binnen het veld en conform de geldende beroepsstandaard. Omdat de jeugdprofessional heeft nagelaten enig schriftelijk verslag van het intakegesprek, de doelen en de werkafspraken  op te stellen, oordeelt het College dat sprake is van een schending van artikel M (verslaglegging/dossiervorming) van de Beroepscode.

4.2.4 Het College is van oordeel dat het klachtonderdeel gegrond is.

4.3 Conclusie

4.3.1 Het College komt op grond van het vorengaande tot de slotsom dat de jeugdprofessional met betrekking tot klachtonderdelen 1 en 2 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het is niet gebleken dat de jeugdprofessional in een voor de ouders begrijpelijke taal informatie heeft verstrekt over het te volgen hulpverleningstraject althans hen onvoldoende inzage heeft gegeven in zijn overwegingen en hij heeft geen verslag gemaakt van het intakegesprek. De jeugdprofessional heeft met dit nalaten artikelen D (Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdhulp en jeugdbescherming), E (Respect), F (Informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) en M (Verslaglegging/ dossiervorming) van de Beroepscode geschonden.

Bij de beoordeling van de mate van verwijtbaarheid en de op te leggen maatregel overweegt het College dat de jeugdprofessional ten aanzien van beide klachtonderdelen tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zich in zijn verweerschrift en conclusie van dupliek weinig reflectief heeft opgesteld. Dit alles in haar overweging meegenomen  hebbend, acht het College het passend en geboden om aan de jeugdprofessional de maatregel van waarschuwing op te leggen. Het College hoopt met dit oordeel de jeugdprofessional, en de gehele beroepsgroep, bewust te maken van het belang van duidelijke informatieverschaffing, het meenemen van ouders in de keuzes voor bepaalde vormen van hulpverlening, vooral in het vrijwillig kaderen het inrichten van een dossier conform de beroepsstandaard, waaronder, juist bij ASH, ook een intakeverslag valt.

5 De beslissing

Dit alles overwegende komt het College tot de volgende beslissing:

  • verklaart klachtonderdeel 1 gedeeltelijk gegrond;
  • verklaart klachtonderdeel 2 gegrond;
  • legt aan de jeugdprofessional op de maatregel van waarschuwing.

Aldus gedaan door het College en op 11 januari 2021 aan partijen toegezonden.

mevrouw mr. A.M. van Riemsdijk                                             mevrouw mr. M.R. Veerman

voorzitter                                                                                    secretaris