Maak een selectie

727 van 727

   

Een moeder is niet-ontvankelijk in haar beroep omdat onvoldoende is gebleken wat de beroepsgronden zijn

Het College van Beroep heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en beslist in de volgende samenstelling:

de heer mr. P.A.J.Th. van Teeffelen, voorzitter,
mevrouw J.E. Blaauw-Glas, lid-beroepsgenoot,
mevrouw A. Wilting, lid-beroepsgenoot.

over het door:

[appellante], wonende te [woonplaats], klaagster in eerste aanleg, hierna te noemen: appellante,

ingediende beroepschrift tegen:

[verweerder], werkzaam als pedagoog bij [organisatie], beklaagde in eerste aanleg, hierna te noemen: verweerder.

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. R.A.E. Thijssen.

1     Het verloop van de procedure

1.1 Het College van Beroep heeft kennisgenomen van:

– het door appellante bij het College van Toezicht ingediende klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 9 januari 2018;
– het door appellante bij het College van Toezicht ingediende aanvullende klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 13 februari 2018;
– het door verweerder bij het College van Toezicht ingediende verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 2 maart 2018;
– de beslissing van het College van Toezicht in zaaknummer 18.007T van 13 juli 2018;
– het door appellante ingediende beroepschrift tegen voornoemde beslissing ontvangen op 3 september 2018;
– het door appellante ingediende aanvullende beroepschrift ontvangen op 17 september 2018.

1.2 Bij voornoemde beslissing heeft het College van Toezicht de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard.

1.3 Tegen deze beslissing is door appellante op 3 september 2018 – tijdig – beroep aangetekend.

2     De ontvankelijkheid

2.1 Appellante heeft op 3 september 2018 beroep ingesteld tegen de beslissing van het College van Toezicht van 13 juli 2018. Appellante heeft in dit beroepschrift enkele vragen geformuleerd welke zij aan het College van Beroep wenste voor te leggen. Appellante is vervolgens door het College van Beroep op grond van artikel 12.7 van het Tuchtreglement verzocht om het beroepschrift aan te vullen. In dit e-mailbericht van 7 september 2018 zijn door het College van Beroep onder andere de volgende eisen gesteld aan het beroepschrift:

“Op dit moment zijn de gronden van uw beroepschrift niet duidelijk voor het College van Beroep. Dit betekent dat u precies moet aangeven met welke punten van de beslissing van het College van Toezicht u het niet eens bent, en om welke reden niet. U kunt hierbij verwijzen naar de nummering in de beslissing van het College van Toezicht, of naar de genoemde klachtonderdelen in die beslissing. Wij wijzen u erop dat het niet mogelijk is om in beroep nieuwe klachtonderdelen aan de klacht toe te voegen.”

2.2 Uit het beroepschrift van appellante blijkt naar het oordeel van het College van Beroep, ook na de aanvulling van 17 september 2018, onvoldoende wat de gronden van het beroep zijn. Voor het College van Beroep wordt niet duidelijk waarom de beslissing in eerste aanleg volgens appellante een onjuiste beslissing is, anders dan dat appellante volhardt in haar klachten jegens verweerder en daarnaast nieuwe klachtonderdelen toevoegt, hetgeen in een procedure bij het College van Beroep niet mogelijk is.

2.3 Indien een beroepschrift niet voldoet aan de in artikel 12.3 en 12.4 gestelde eisen, kan het College van Beroep op voorstel van de voorzitter, zonder verder onderzoek, besluiten om een beroepschrift niet-ontvankelijk te verklaren. Dit staat in artikel 12.10 van het Tuchtreglement. Nu de gronden van het beroepschrift niet duidelijk zijn, voldoet het beroepschrift niet aan de in artikel 12.3 sub c gestelde eis. Het College van Beroep heeft appellante daarop verzocht het beroepschrift nader te onderbouwen. Dit is, ook in het aanvullend beroepschrift van 17 september 2018, onvoldoende gebeurd. Om die reden kan appellante op grond van artikel 12.10 en artikel 12.3 sub c van het Tuchtreglement niet worden ontvangen in haar beroep.

2.4 Het College van Beroep geeft nog de volgende aanbeveling mee. In het algemeen is het aan te raden voor de leek, die niet juridisch onderlegd is, om bij het indienen van een formele klacht of het indienen van een beroepschrift, ondersteuning en begeleiding te vragen van een gemachtigde of vertrouwenspersoon, bijvoorbeeld van AKJ – vertrouwenspersonen in de jeugdhulp.

3          De beslissing

Dit alles overwegende komt het College van Beroep tot de volgende beslissing:

  • verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar beroep.

Het dossier in zaak 18.018B zal worden gesloten.

Aldus gedaan door het College van Beroep en op 18 oktober 2018 aan partijen toegezonden.

 

de heer mr. P.A.J.Th. van Teeffelen,
voorzitter

mevrouw mr. R.A.E. Thijssen,
secretaris