Maak een selectie

727 van 727

   

De klacht van de vader tegen de jeugdbeschermer is niet-ontvankelijk. De vader heeft het beginsel van ‘concentratie van klachten‘ geschonden. Op het moment van indienen van een eerdere tuchtklacht was de vader op de hoogte van de verwijten, die hij nu opnieuw maakt. De vader had de klachten gelijktijdig kunnen indienen.

19.098Ta Beslissing van de voorzitter van het College van Toezicht van het Kwaliteitsregister Jeugd van 19 november 2019

Geachte [de vader],

Op 24 oktober 2019 heeft u bij SKJ een tuchtklacht ingediend tegen [de jeugdprofessional]. Met deze brief informeer ik u over mijn beslissing. 

Niet-ontvankelijk

Ik verklaar uw klacht van 24 oktober jl. niet-ontvankelijk. Op 19 februari 2019 diende u een eerste tuchtklacht in bij het College van Toezicht tegen [de jeugdprofessional] (hierna ook te noemen: de jeugdprofessional), met zaak: [nummer-Ta]. Samengevat, verweet u de jeugdprofessional dat zij onvoldoende rekening heeft gehouden met de voorgeschiedenis van de casus en de lopende omgangsregeling niet na kwam, dat zij geen informatie verstrekte over de zoon, noch over de hulpverlening, dat zij niet heeft geïnvesteerd in de werkrelatie met u, u onterecht heeft weggezet als niet meewerkend en agressief en voorts beslissingen nam zonder die met u te bespreken.

Bij beslissing van 15 juli 2019 heeft het College van Toezicht één klachtonderdeel gegrond en twee klachtonderdelen deels gegrond verklaard. Aan de jeugdprofessional is de maatregel van waarschuwing opgelegd. De jeugdprofessional heeft op 3 oktober 2019 beroep aangetekend tegen deze beslissing (zaak: [nummer-B]). Dit beroep is in behandeling.

Het SKJ acht het, gelet op een efficiënte procesorde en de op het spel staande belangen van klager en jeugdprofessional, aangewezen dat een klager zijn klachten tegen een jeugdprofessional zo veel mogelijk concentreert in één tuchtprocedure. Ik heb geconstateerd dat de door u genoemde klachtonderdelen 1 (de jeugdprofessional geeft niet de benodigde hulpverlening aan de zoon), 4 (de jeugdprofessional bejegent klager en zijn partner respectloos) en 5 (de communicatie met de jeugdprofessional verloopt moeizaam) gebeurtenissen betreffen die reeds speelden in 2017.  Daarnaast vertonen de klachtonderdelen 2 (de zoon krijgt niet de benodigde rust door de werkwijze van de jeugdprofessional), 3 (de jeugdprofessional komt afspraken niet na) en 6 (het vertrouwen in de jeugdprofessional is er niet meer) overlap met de klachtonderdelen uit de eerdere tuchtklacht, onder zaak: [nummer-Ta], waarover door het College van Toezicht reeds is beslist.

Op het moment van indienen van de tuchtklacht in zaak: [nummer-Ta] was u reeds op de hoogte van de verwijten, die u nu maakt in zaaknummer 19.098Ta. U had gelijktijdig met uw op 19 februari 2019 ingediende tuchtklacht de nu ingediende klachtonderdelen tegen de jeugdprofessional kunnen indienen. [de jeugdprofessional] is in zaak: [nummer-Ta] al ten overstaan van het tuchtcollege van SKJ ter verantwoording geroepen over haar handelen. De klachten gaan terug tot dezelfde gebeurtenissen als in 2017, betreffen in de kern het zelfde handelen van [de jeugdprofessional] en zijn zodanig sterk met elkaar verweven dat beoordeling van uw tweede klacht onredelijk is en afbreuk zou doen aan de beoordeling van de eerste klacht.

In aanmerking genomen dat er tegen de beslissing in zaak: [nummer-Ta] beroep is ingesteld en u de gelegenheid is geboden een verweerschrift in te dienen, als ook incidenteel beroep in te stellen, verklaar ik u op grond van het voorgaande en artikel 14.3 van het Tuchtreglement (versie 1.3) niet-ontvankelijk in uw tuchtklacht.

Tegen deze beslissing staat geen beroep open. Het dossier wordt daarom gesloten.

Met vriendelijke groet,

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder, voorzitter College van Toezicht