Maak een selectie

727 van 727

   

Klacht tegen een casushouder, betrokken in het drangkader, met name over de beslissing de kinderen op het vliegtuig te zetten (terug naar de moeder). Ook wordt geklaagd over afhandeling van het dossier.

Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en beslist in de volgende samenstelling:

mevrouw mr. M. Fiege, voorzitter,
mevrouw mr. C.M.H.M. van Lent, lid-jurist,
de heer E.A.J. Ouwerkerk, lid-beroepsgenoot,
mevrouw M. de Roos, lid-beroepsgenoot,
mevrouw M. Bijnoe, lid-beroepsgenoot,

over de door:

[Klager], hierna te noemen: klager, wonende te [Woonplaats],

ingediende klacht tegen:

[Beklaagde], hierna te noemen: beklaagde, werkzaam als casushouder bij [instelling], te [Vestigingsplaats], hierna te noemen: [instelling].

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. B. Marell.

Klager wordt in deze zaak bijgestaan door zijn gemachtigde de heer mr. B.P.G. Dijkers, werkzaam bij Mr. Mediators te Twello.

Beklaagde wordt in deze zaak bijgestaan door haar gemachtigde mevrouw mr. I.M.I. Apperloo, werkzaam bij DAS te Utrecht.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het College heeft kennis genomen van:
– het klaagschrift ontvangen op 10 april 2017;
– de aanvulling op het klaagschrift ontvangen op 13 april 2017;
– de aanvulling op het klaagschrift ontvangen op 1 september 2017;
– het verweerschrift ontvangen op 6 november 2017.

1.2

Op 27 juni 2017 heeft vanuit SKJ tussen de betrokken partijen een bemiddelingsgesprek plaats gevonden. Op 28 augustus 2017 is besloten dat de bemiddeling niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd en is de tuchtklacht verder in behandeling genomen.

1.3

De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 1 december 2017 in aanwezigheid van klager, beklaagde en de hiervoor genoemde gemachtigden. Als toehoorder aan de zijde van beklaagde is tijdens de mondelinge behandeling van de klacht aanwezig geweest […] (teamleider).

1.4

Na afloop van de hoorzitting heeft de voorzitter aan partijen medegedeeld dat de beslissing over acht weken verstuurd zal worden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, gaat het College van de volgende relevante feiten uit:

2.1

Klager is vader van de op [geboortedatum] 2000 geboren minderjarige tweeling: [dochter], hierna te noemen: [dochter], en [zoon], hierna te noemen: [zoon], samen aan te duiden als: de kinderen.

2.2

Klager en zijn ex-partner, hierna te noemen: de moeder, zijn sinds 28 januari 2005 gescheiden. De moeder heeft de […] nationaliteit en zij is woonachtig in [naam land].

2.3

Klager en de moeder zijn belast met het gezamenlijk gezag over de kinderen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is in 2005 vastgesteld bij de moeder.

2.4

Klager is na de echtscheiding teruggekeerd naar Nederland. De kinderen hebben jaarlijks in de zomermaanden in Nederland conform de geldende regeling, omgang gehad met klager.

2.5

Op 21 augustus 2016 is de hoofdverblijfplaats van de kinderen, met instemming van de moeder, gewijzigd van de moeder naar klager. Feitelijk verbleven de kinderen sinds 21 augustus 2016 bij klager. Per [datum] 2016 staan zij ingeschreven op het adres van klager. Met ingang van 31 augustus 2016 zijn de kinderen ingeschreven op een middelbare school in [Plaatsnaam].

2.6

Op 15 september 2016 heeft [dochter] voor schooltijd aan klager aangegeven dat zij terug wilde naar [naam land]. Klager heeft hier geen toestemming voor gegeven. De moeder heeft vervolgens contact opgenomen met klager en meerdere malen met de politie.

2.7

In de avond van 15 september 2016 hebben de kinderen hun koffers gepakt. Klager heeft toen het paspoort van [dochter] ingenomen. Dezelfde avond heeft de moeder voor de kinderen een vlucht naar [naam land] voor de volgende dag, 16 september 2016, geboekt.

2.8

Omstreeks 23.15 uur, op 15 september 2016, heeft de politie een huisbezoek gebracht aan klager, naar aanleiding van een telefonische melding van moeder. De politie heeft ter plaatse met de crisisdienst van [instelling] contact opgenomen en de kinderen, ingevolge het advies van [instelling], meegenomen en ondergebracht in een hotel.

2.9

Op 16 september 2016 omstreeks 14.00 uur zijn de kinderen vanaf Schiphol teruggevlogen naar [land naam].

2.10

Beklaagde is werkzaam als jeugdprofessional bij [instelling] en heeft zichzelf op 16 september 2016 als casushouder aangesteld. Beklaagde heeft op dezelfde dag rond 14.15 uur contact opgenomen met klager om hem te informeren over de situatie, uitleg te geven over de triage en te informeren naar de gemoedstoestand van klager.

2.11

Op 20 september 2016 heeft beklaagde het dossier overgedragen aan het buurtteam. Beklaagde heeft het buurtteam geadviseerd om met klager in gesprek te gaan, met het doel om het contact tussen klager en de kinderen te herstellen.

2.12

Beklaagde is geregistreerd bij SKJ sinds [datum] 2016.

3 De klacht

3.1

Klager verwijt beklaagde samengevat en zakelijk weergegeven het volgende:

I

Beklaagde heeft geen feitenonderzoek gedaan. Beklaagde heeft gehandeld op basis van het eenzijdige verhaal van de moeder. De identiteit van de moeder noch de door haar verstrekte informatie zijn op juistheid getoetst. De moeder heeft een melding van huiselijk geweld gedaan en heeft de politie voorgehouden dat zij het eenhoofdig gezag heeft over de kinderen.

II

Beklaagde heeft geen wederhoor gepleegd. Beklaagde heeft geen advies, inhoudende dat de politie de kinderen mee moest nemen, mogen verstrekken aan de politie zonder hierover contact te hebben met de kinderen en hun wettelijk vertegenwoordigers.

III

Beklaagde heeft overhaast, en daarmee onzorgvuldig, gehandeld, terwijl daarvoor geen rechtvaardigheidsgrond aanwezig was. Beklaagde heeft de positie van de wettelijk vertegenwoordigers niet getoetst en niet in acht genomen.

IV

Beklaagde heeft in strijd met de wettelijke positie van de kinderen en klager gehandeld. Zolang kinderen niet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, staan zij krachtens de Nederlandse wetgeving onder gezag van hun ouders. Als de met gezag belaste ouders geen overeenstemming kunnen bereiken over het hoofdverblijf van de kinderen, moet een dergelijk geschil worden voorgelegd aan een daartoe bevoegde rechtbank. Van een inhoudelijke behandeling van voornoemd geschil bij de rechtbank is in de onderhavige zaak geen sprake geweest. Beklaagde heeft door het voorgaande het vertrouwen in haar beroepsgroep geschaad. Ook is gebleken dat de deskundigheid van beklaagde niet voldoende op peil is, doordat zij er ten onrechte van uit is gegaan dat kinderen van zestien jaar het recht hebben om te bepalen waar zij willen wonen.

V

Het dossier is onvolledig en onjuist. Het adviestraject dat is ingezet op 15 september 2016 ontbreekt in het dossier. Het dossier bevat onvoldoende gegevens om te kunnen achterhalen op basis waarvan de beslissing is genomen om de kinderen op 15 september 2016 mee te nemen en op 16 september 2016 op het vliegtuig te zetten. Het is voor klager tot op heden onduidelijk of hij over het gehele dossier beschikt.

VI

Het is onvoldoende duidelijk wie binnen [instelling] welke beslissingen neemt en wie welke verantwoordelijkheden heeft. Klager heeft, ondanks herhaaldelijk verzoek hiertoe, geen antwoord gekregen op het voornoemde.

4 Het verweer

Beklaagde heeft, samengevat en zakelijk weergegeven, het navolgende in haar verweerschrift aangevoerd.

Beklaagde is niet betrokken geweest bij de beslissing de kinderen op het vliegtuig naar [naam land] te zetten, noch bij het voortraject daarvan. Beklaagde is pas op 16 september 2016 bij de zaak betrokken geraakt. Zij heeft rond 14.00 uur de politiemelding onder ogen gekregen. Hierin stond het vluchtnummer en de vertrektijd van het vliegtuig waarmee de kinderen naar [naam land] zouden vliegen. Beklaagde heeft allereerst onderzoek gedaan naar de actuele situatie van de vlucht, waarna haar bleek dat het vliegtuig reeds was vertrokken. Zij heeft vervolgens direct contact opgenomen met klager om hem hiervan op de hoogte te stellen.
Klager dicht aan beklaagde verantwoordelijkheden toe die zij niet heeft. Beklaagde is kort en pas laat in het dossier van klager betrokken geraakt. Beklaagde heeft gehandeld conform de geldende beroepsregels.

5 De beoordeling van de klachtonderdelen

5.1

Het College wijst allereerst op het volgende:

5.1.1

Bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen gaat het er niet om of dat handelen beter had gekund. Het gaat om een beantwoording van de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met hetgeen ten tijde van het klachtwaardig handelen in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard.

5.1.2

Het College toetst het beroepsmatig handelen van de bij SKJ geregistreerde professional aan de algemene tuchtnorm. Het College is niet bevoegd om klachten over het handelen en nalaten van andere personen of van de instelling te toetsen.

5.2

Het College oordeelt als volgt:

I, II, III en IV

Deze klachtonderdelen worden vanwege de samenhang gezamenlijk behandeld. Nu de klachtonderdelen zien op de beslissing om de kinderen op het vliegtuig terug naar [land naam] te zetten, is het voor het College van belang om vast te stellen wanneer beklaagde betrokken is geraakt bij het dossier.

Klager stelt zich op het standpunt dat, gelet op het feit dat de werkdag van beklaagde om 08:30 uur begint en de politiemelding om 09:21 uur bij [instelling] is binnen gekomen, er vanuit dient te worden gegaan dat beklaagde vanaf 09:21 uur als casushouder verantwoordelijk is geworden voor het dossier van klager. Volgens klager heeft beklaagde bewust pas contact met klager opgenomen op het moment dat het vliegtuig was vertrokken. Beklaagde stelt daarentegen dat eerst een aantal administratieve handelingen worden verricht wanneer een melding binnen komt. Zij heeft pas rond 14:00 uur de politiemelding c.q. het dossier opgepakt en is derhalve eerst vanaf dat moment als casushouder betrokken bij de zaak. Het is toeval dat het vliegtuig met daarin de kinderen op dat moment net was vertrokken.

Het College is van oordeel dat beklaagde ter zitting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij pas rond 14:00 uur de casushouder van het dossier van klager is geworden. Het College heeft geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van beklaagde over de gang van zaken op 16 september 2016. Het enkele feit dat het moment waarop beklaagde stelt betrokken te zijn geraakt bij het dossier nagenoeg tegelijk valt met het moment waarop het vliegtuig naar [naam land] vertrok, is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van beklaagde. Het College neemt daarom als vaststaand aan dat beklaagde pas betrokken is geraakt bij het dossier van klager toen de situatie reeds onomkeerbaar was. Klachtonderdelen I, II, III en IV zijn derhalve ongegrond.

V

Het College stelt vast dat noch uit de stukken, noch uit hetgeen ter zitting is besproken, feiten of omstandigheden zijn gebleken die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat beklaagde haar dossierplicht heeft geschonden. Het kan niet aan beklaagde verweten worden dat, mogelijk, informatie over de beslissing om de kinderen op het vliegtuig naar [naam land] te zetten in het dossier ontbreekt. Beklaagde is slechts verantwoordelijk voor de informatie in het dossier in de periode dat zij als casushouder bij de zaak betrokken was. Klachtonderdeel V is ongegrond.

VI

Klager stelt zich op het standpunt dat hij [instelling] meerdere malen heeft verzocht om informatie aan hem te doen toekomen over wie welke verantwoordelijkheid voor het dossier van klager heeft gedragen. Het College kan klager volgen in zijn stelling dat het voor hem niet duidelijk is wie welke verantwoordelijkheid heeft. Echter, naar het oordeel van het College, is beklaagde voldoende transparant geweest over haar rol als casushouder. Het feit dat het voor klager tot op heden niet duidelijk is wie wanneer verantwoordelijk is geweest, is volgens het College een klacht die niet bij beklaagde, maar bij [instelling], als instelling, thuis hoort. Klachtonderdeel VI is ongegrond.

6 De beslissing

Dit alles overwegende komt het College van Toezicht tot de volgende beslissing:

– verklaart alle klachtonderdelen ongegrond.

Aldus gedaan door het College van Toezicht en op 26 januari 2018 aan partijen toegezonden.

mevrouw mr. M. Fiege, voorzitter
mevrouw mr. B. Marell, secretaris