Maak een selectie

718 van 718

   
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.011T

De jeugdprofessional wordt verweten dat zij geen invoelingsvermogen heeft en dat zij niet kan of wil samenwerken met de moeder. Tevens verwijt de moeder de jeugdprofessional dat zij het aanwezig zijn van de uit huis geplaatste kinderen op het huwelijksfeest van ouders heeft tegengewerkt.

De moeder van vijf onder toezicht gestelde kinderen klaagt de jeugdprofessional aan voor niet adequate communicatie, tegenwerken van aanwezigheid kinderen op huwelijksfeest ouders en gebrek aan invoelingsvermogen. Alle klachten worden door het College van Toezicht ongegrond verklaard. De jeugdprofessional voert gemotiveerd verweer tegen alle klachten. Zij herkent zich niet in de weergave van de moeder. Wel geeft ze aan dat het mogelijk is dat de ouders haar voortvarende manier van werken als direct en onprettig ervaren hebben, echter is dit nooit de opzet geweest. Het belang van de kinderen heeft te allen tijde voorop gestaan. De jeugdprofessional vermoedt dat zij niet heeft kunnen voldoen aan het verwachtingspatroon van de ouders, en dat daardoor de beleving van de communicatie tussen de moeder en haarzelf zo ver uit elkaar ligt. Het eerste verwijt van de moeder wordt door het College van Toezicht ongegrond verklaard doordat de feitelijke gang van zaken niet vastgesteld kan worden. De moeder verweet de jeugdprofessional dat zij haar bij het eerste contact geen hand had gegeven en zij verwijt haar bepaalde uitspraken te hebben gedaan. De rest van de klachten wordt op grond van het verweer van de jeugdprofessional ongegrond verklaard.
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.016T

Een gemachtigde dient een klacht in die uitdrukkelijk niet valt binnen de machtiging die de moeder heeft afgegeven.

Het College ontvangt een klaagschrift ingediend door een vertrouwenspersoon, die als gemachtigde van moeder optreedt. Tijdens de mondelinge behandeling bij het College verklaart de vertrouwenspersoon echter dat het indienen van een klacht een te zware belasting is voor moeder. Hij heeft zonder klaagster in te lichten een klacht namens haar ingediend. Het College is van oordeel dat het indienen van de klacht uitdrukkelijk niet valt binnen de door moeder gegeven machtiging aan klager. Het College verklaart de vertrouwenspersoon niet-ontvankelijk in zijn klacht.    
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 14.006T

Moeder klaagt over het feit dat gezinsvoogd onvoldoende handelt in belang van haar dochter, onzorgvuldig communiceert, afspraken niet nakomt en zich intimiderend opstelt.

Moeder vreest voor de veiligheid van haar dochter wanneer zij bij haar vader is, en voelt zich hierin niet gesteund door de gezinsvoogd.  Voor zover de klachtonderdelen betrekking hebben op het handelen van de gezinsvoogd in de periode voor de registratiedatum, en op andere personen (zoals een gedragsdeskundige) is klaagster niet ontvankelijk in haar klacht. Bij de andere klachtonderdelen is door de gezinsvoogd voldoende gemotiveerd dat hij in het belang van de dochter handelde of is de klacht onvoldoende onderbouwd door moeder. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Het College heeft geconstateerd dat de gezinsvoogd heeft gereflecteerd op zijn professionele handelen, en heeft vastgesteld dat hij onderdeel is geworden van de strijd tussen vader en moeder. In het vervolg zou de gezinsvoogd bij een soortgelijke situatie eerder overleg hebben met een collega over de situatie of de zaak overdragen.
College van Beroep
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.003B

Het College van Beroep handhaaft de eerder opgelegde maatregel, ondanks het deels gegronde beroep, vanwege de ernst van de aan de gezinsvoogd verwijtbare feiten.

De moeder klaagt, dat zij bij het College van Toezicht van de NVMW niet meer in de gelegenheid is gesteld een beschikking van het gerechtshof in het geding te brengen. Drie klachten hebben betrekking op vermoedens van grensoverschrijdend gedrag c.q. seksueel misbruik. De moeder is het niet eens met de uitspraak van het College van Toezicht van de NVMW, dat zij het liefst alles betreffende de verzorging en opvoeding van haar zoon naar haar hand wil zetten. Tenslotte verwijt zij dat de gezinsvoogd tekort zou zijn geschoten in professionaliteit. De procedure in hoger beroep biedt de mogelijkheid om procedurele fouten hetzij gemaakt door het College van Toezicht van de NVMW hetzij door één van partijen te herstellen. In de onderhavige zaak heeft de gezinsvoogd uitspraken gedaan over de seksuele geaardheid van een oom en dit gekoppeld aan het vermeende seksueel overschrijdende gedrag van het kind. In de opvatting van het College van Beroep kan het niet zo zijn, dat in rapportages en processtukken het vermoeden jegens de oom een eigen leven gaat leiden, waarbij het gevaar bestaat dat gemakkelijk wordt aangenomen dat de oom wel degene zal zijn die oorzaak is van het vermeende seksueel grensoverschrijdende gedrag van zijn neefje. Er dient uiterst zorgvuldig en weloverwogen om te worden gegaan met het presenteren en uitspreken van vermoedens op het terrein van seksueel gedrag van derden in relatie tot een onder toezicht gesteld kind. Dergelijke vermoedens dienen door middel van een onderzoek onderbouwd te worden. Hierbij kunnen deskundigen worden betrokken. Tevens heeft de gezinsvoogd uitspraken gedaan over het handelen van moeder. De uitspraken zijn niet in alle opzichten gelukkig geweest. Gelet op de ingetreden polarisatie in de verhoudingen zou het wellicht beter zijn geweest als de gezinsvoogd had volstaan met een opsomming van feitelijkheden. Desondanks acht het College van Beroep deze kwalificatie van een geheel andere orde dan het eerste onderwerp. Vanwege de ernst van het eerste verwijtbare handelen van de gezinsvoogd wordt de eerder opgelegde waarschuwing gehandhaafd. Het College van Beroep erkent dat het veel vergt van de vaardigheden van een gezinsvoogd om goed te werk te gaan in complexe zaken, zoals hier bij een problematische scheiding. Juist in dit soort zaken is het van belang dat de gezinsvoogd de regie neemt en de tijd neemt om ouders en het netwerk zorgvuldig te informeren over de hulpverlening. Indien incidenten leiden tot een ernstig verstoorde werkrelatie tussen gezinsvoogd en ouder(s), die ten koste gaat van de professionaliteit van de individuele beroepsuitoefenaar, dient de gecertificeerde instelling in te grijpen. Conclusie: twee klachten slagen en een klacht slaagt ten dele. De overige klachten zijn niet gegrond. De ernst van de feiten die ten grondslag liggen aan de klachten, die slagen, is zodanig dat het College de door het College van Toezicht NVMW opgelegde maatregel van een waarschuwing handhaaft.      
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 14.003T

Beklaagde wordt verweten dat zij de privacy van klager heeft geschonden, partijdig is en de zoon van klager opzettelijk benadeeld heeft in diens gezondheid

Door het raadplegen van de gemeentelijke basisadministratie (GBA) met als doel de adresgegevens van klager te verifiëren, heeft aangeklaagde naar oordeel van het College legitiem en zorgvuldig gehandeld. De klacht van klager dat hiermee zijn privacy is geschonden, is ongegrond. De stelling van klager dat hij door de aangeklaagde is misleid, is gemotiveerd weerlegd. Het was aan het ziekenhuis en de instelling om te bepalen in hoeverre klager zou worden geïnformeerd over het onderzoek en de voorgenomen behandeling van zijn zoon, en niet aan aangeklaagde. Verder acht het College de klacht dat aangeklaagde partijdig is ongegrond. Op grond van de wet heeft een niet met gezag belaste ouder enkel recht op informatie op hoofdlijnen over diens minderjarige kind (artikel 1:377c BW). Hierover heeft aangeklaagde klager geïnformeerd en overeenkomstig gehandeld. Het College overwoog voorts dat aan aangeklaagde op het moment van registratie bij SKJ niet bekend was gemaakt dat er maatregelen konden worden opgelegd naar aanleiding van klachten van cliënten. In een dergelijke situatie geeft het College wel een oordeel over de klachten, maar kan het geen maatregel opleggen.
College van Beroep
SAMENVATTING
zaaknummer: 14.002Ba & 14.002Bb

Een ouder zonder gezag heeft een beperkte rechtspositie in het kader van een ondertoezichtstelling. Gezinsvoogden hebben naar deze ouder zorgvuldig en respectvol gehandeld.

Vader is de biologische vader van een vierjarige dochter, de moeder is belast met eenhoofdig ouderlijk gezag. Verweersters zijn opvolgende gezinsvoogden geweest in de ondertoezichtstelling, die over de dochter is uitgesproken. Tijdens de ondertoezichtstelling is er begeleide omgang geweest tussen vader en dochter. De vader heeft tal van klachten met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling, hij klaagt dat er ten onrechte geen voorbereidende stappen zijn genomen om de dochter bij hem en zijn moeder te plaatsen, hij klaagt over een gebrek aan informatie betreffende de uitvoering van de ondertoezichtstelling en hij is het ook niet eens dat de omgang begeleid wordt. Het College stelt vast dat de vader, als ouder zonder gezag, slechts een beperkte rechtspositie heeft in het kader van de ondertoezichtstelling. De klachten dat vader ten onrechte geen inzicht krijgt in de werkmethodiek van de gezinsvoogden, er geen familienetwerkberaad is ingezet en hij niet is betrokken bij periodieke evaluaties stuiten hierop af. In overeenstemming met de Beroepscode hebben de gezinsvoogden vader in hoofdlijnen op de hoogte gehouden over de ontwikkeling van zijn dochter. Gezien de slechte communicatie tussen vader en moeder is de beslissing van de gezinsvoogden om vader niet verder te informeren begrijpelijk. Vader verwijt één van de gezinsvoogden dat de omgangsregeling met zijn dochter is mislukt. Het College van Beroep stelt vast dat de gezinsvoogd alles wat in haar vermogen ligt, heeft gedaan om een goed functionerende omgang tot stand te brengen. Door gebrek aan medewerking van beide ouders, en de verhuizing van moeder en dochter naar het buitenland is dit tot op heden mislukt. Met betrekking tot de meer algemene klachten van vader over de werkwijze en de werkhouding van de gezinsvoogden herhaalt het College haar eerdere oordeel dat de gezinsvoogden er alles aan hebben gedaan om contactherstel tussen vader en dochter te bewerkstelligen. Zij zijn ondanks de negatieve bejegeningen van vader steeds respectvol naar hem gebleven. Beide gezinsvoogden hebben gehandeld zoals het een zorgvuldig handelend jeugdzorgwerker betaamd. Conclusie: een klacht is niet ontvankelijk en de overige klachten zijn ongegrond.