Maak een selectie

502 van 502

   
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.083Ta

Moeder klaagt over de uithuisplaatsing van haar zoon, de wijze van informatievoorziening, partijdigheid en de beperking van de omgang met de zoon.

Moeder klaagt in twee zaken bij het College van Toezicht over het handelen van twee jeugdprofessionals. Kort gezegd klaagt moeder over de (continuerende) uithuisplaatsing van haar zoon, dat de jeugdprofessionals haar chanteren en dreigen met ontheffing van gezag, partijdigheid, dat de jeugdprofessionals niet helpend zijn bij de verstoorde relatie tussen moeder en vader en de huidige omgangsregeling. Het College heeft op basis van de stukken en de mondelinge behandeling bij het College geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de jeugdprofessionals kunnen constateren, en verklaart alle klachtonderdelen ongegrond.

 

College van Beroep
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.001B

Dat de jeugdbeschermer de door de rechtbank opgelegde begeleiding van de omgangsregeling onvoldoende heeft uitgevoerd kan niet worden vastgesteld. Vanzelfsprekend is dat niet in het bijzijn van de kinderen gesproken wordt over gerechtelijke procedures.

Klager vindt dat de jeugdprofessional zich onvoldoende heeft ingezet om tot een vruchtbare samenwerking met hem en zijn ex-partner te komen en om daarvoor hulpverlening in te zetten. Volgens klager heeft een casemanager/contactpersoon een andere functie dan een jeugdbeschermer. Er heeft voor de eerste begeleide omgangsregeling geen kennismakingsgesprek met de jeugdprofessional plaats gevonden en de omgangsregeling is niet adequaat begeleid. Integendeel, deze is eerder ondermijnd. En de jeugdprofessional heeft aan klager verkapte aanwijzingen gegeven.

De jeugdprofessional heeft onder meer het verweer gevoerd, dat de klachten zijn ingediend voordat hij formeel geregistreerd was.

Het College van Beroep oordeelt als volgt. Bij BAMw is gebruikelijk geweest dat na de aanvraag tot registratie het enige tijd duurde voordat alle gegevens voor die registratie door het BAMw register waren verzameld; zodra dit het geval was, werd de registratie met terugwerkende kracht tot de datum van aanvraag verleend. De datum van de aanvraag kan ook thans in redelijkheid worden aangehouden omdat de aanvrager vanaf die datum registratie wenste en daarmee ook alle gevolgen die aan die registratie zijn verbonden. Klachten zijn in zoverre ontvankelijk.

Inhoudelijk kan een jeugdbeschermer niet verantwoordelijk worden gehouden voor onzorgvuldige communicatie of organisatorische keuzes die gemaakt zijn door de organisatie. Zo kon er geen kennismakingsgesprek worden ingepland door de jeugdprofessional voorafgaand aan de begeleide omgang – hetgeen volgens het College wel de nadrukkelijke voorkeur verdient – doordat de jeugdprofessional slechts enkele dagen van te voren op de hoogte werd gesteld van de overdracht van werkzaamheden.

De klacht van klager dat de jeugdprofessional hem verkapte aanwijzingen geeft berust op een onjuiste rechtsvatting, omdat aan een ouder zonder gezag geen schriftelijke aanwijzing kan worden gegeven. Het is aan hem om de adviezen betreffende de omgangsregeling ter harte te nemen of te negeren.

De overige grieven zijn kennelijk niet ontvankelijk of zijn niet komen vast te staan..

Het College verklaart het de klachten in beroep kennelijk niet ontvankelijk c.q. ongegrond.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.028T

Moeder, zonder gezag, verwijt de gezinsvoogd het verspreiden van leugens, het niet zorgdragen voor haar kinderen en het schenden van de privacy van moeder en kinderen.

Dochter verblijft in een instelling en zoon woont bij vader. Moeder is van mening dat de gezinsvoogd haar in verschillende aspecten heeft benadeeld, o.a. door leugens te verspreiden en haar privacy te schenden. Ook zou de gezinsvoogd met dochter naar de huisarts gegaan zijn, zonder medeweten van moeder.

Het College is van oordeel dat moeder haar klachten niet heeft onderbouwd. Het College is ervan overtuigd geraakt dat beklaagde zich heeft ingespannen om klaagster ter wille te zijn. Met betrekking tot het schenden van privacy is moeder mogelijk uit het oog verloren dat zij uit het gezag is ontheven, en zij bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling geen recht meer heeft op die informatie.

 

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.036Tb

Klacht tegen jeugdzorgwerker over het niet opvragen van informatie bij het OM en de GGD.

Vader klaagt over het handelen van de gezinsvoogd in de onderhavige zaak. Het feit dat vader eenzelfde klacht tegen drie andere jeugdprofessionals heeft ingediend, betekent niet dat slechts één persoon verantwoordelijk is. Het College beoordeelt daarom ieders aandeel in de samenwerking met vader.

Door na te laten informatie op te vragen over een forensisch onderzoek heeft de gezinsvoogd behandeld in strijd met artikel A van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker (jeugdige cliënt tot zijn recht laten komen). De redenatie dat zij in afwachting is van het politieonderzoek, dat inmiddels al twee jaar duurt, kan niet worden gevolgd. Het enkele feit dat er sprake is van een politieonderzoek ontslaat de gezinsvoogd niet van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de kinderen. Het College legt een waarschuwing op.

 

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.036T

Klacht tegen jeugdzorgwerker over het niet opvragen van informatie bij het Openbaar Ministerie en de GGD.

Vader klaagt over het handelen van het hoofd staf in de onderhavige zaak. Het feit dat vader eenzelfde klacht tegen drie andere jeugdprofessionals heeft ingediend, betekent niet dat slechts één persoon verantwoordelijk is. Het College beoordeelt daarom ieders aandeel in de samenwerking met vader.

Klager is ontvankelijk in zijn klacht. Gelet op de directe contacten met vader, en het feit dat het hoofd staf zich weloverwogen heeft geregistreerd bij SKJ als jeugdzorgwerker, is haar beroepsmatig handelen in deze casus toetsbaar aan het tuchtrecht. Het lag op de weg van het hoofd staf om aan vader duidelijk te maken wat haar positie en verantwoordelijkheden in deze zaak waren als leidinggevende.

Het College is van oordeel dat het hoofd staf artikel A (jeugdige cliënt tot zijn recht laten komen) en F (informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker heeft geschonden. Een forensisch rapport van de GGD is niet opgevraagd, waardoor dit niet in het verslag over het verloop van de ondertoezichtstelling is opgenomen. De redenatie van beklaagde dat zij in afwachting is van het politieonderzoek, dat inmiddels bijna twee jaar duurt, wordt niet gevolgd door het College. Het enkele feit dat er sprake is van een politieonderzoek ontslaat het hoofd staf niet van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de kinderen. Daarnaast is sprake van gebrekkige informatievoorziening jegens vader over de stukken die in het kader van de procedure zijn verstuurd naar de politie en het OM. Het College legt de maatregel van waarschuwing op.

 

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.036Ta

Klacht tegen jeugdzorgwerker over het niet opvragen van informatie bij het Openbaar Ministerie en de GGD.

Vader klaagt over het handelen van de teamleider in de onderhavige zaak. Het feit dat vader eenzelfde klacht tegen drie andere jeugdprofessionals heeft ingediend, betekent niet dat slechts één persoon verantwoordelijk is. Het College beoordeelt daarom ieders aandeel in de samenwerking met vader.

Het College acht de klacht jegens de teamleider ontvankelijk. De teamleider was geregistreerd als jeugdzorgwerker bij SKJ, en heeft zich met deze registratie gecommitteerd aan het tuchtrecht en aan de normen uit de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker. Het College heeft geconstateerd dat de teamleider in de ogen van vader deel uitmaakte van het team van jeugdzorgverleners, en dat hij ook beslissingen heeft genomen in de zaak van klager. Het College is van oordeel dat de teamleider heeft gehandeld in de hoedanigheid van jeugdzorgwerker door een ondertoezichtstelling verslag op te stellen en te ondertekenen. Hiermee heeft de teamleider zijn verantwoordelijkheid voor de inhoud van het ots verslag aanvaard.

Op inhoudelijk vlak is het College van oordeel dat de teamleider heeft nagelaten informatie op te vragen over een forensisch onderzoek, waardoor hij in strijd heeft gehandeld met artikel A van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker (jeugdige cliënt tot zijn recht laten komen). Hierdoor heeft hij niet gehandeld in het belang van de kinderen. De redenatie dat hij in afwachting is van het politieonderzoek, dat inmiddels al twee jaar duurt, kan niet worden gevolgd. Het enkele feit dat er sprake is van een politieonderzoek ontslaat de teamleider niet van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de kinderen. Het College legt de maatregel van waarschuwing op.

 

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.036Tc

Klacht tegen jeugdzorgwerker over het niet opvragen van informatie bij het OM en de GGD.

Vader klaagt over het handelen van de maatschappelijk werkster in de onderhavige zaak. Het feit dat vader eenzelfde klacht tegen drie andere jeugdprofessionals heeft ingediend, betekent niet dat slechts één persoon verantwoordelijk is. Het College beoordeelt daarom ieders aandeel in de samenwerking met vader.

Door na te laten informatie op te vragen over een forensisch onderzoek heeft de maatschappelijk werkster gehandeld in strijd met artikel A van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker (jeugdige cliënt tot zijn recht laten komen). De redenatie dat zij in afwachting is van het politieonderzoek, dat inmiddels al twee jaar duurt, kan niet worden gevolgd. Het enkele feit dat er sprake is van een politieonderzoek ontslaat de gezinsvoogd niet van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de kinderen. Het College legt een waarschuwing op.

 

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.065T

De jeugdzorgwerker heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij is overgegaan tot de spoed uithuisplaatsing van de kinderen.

In de Richtlijn crisisplaatsing voor jeugdhulp en jeugdbescherming staan de criteria voor een spoeduithuisplaatsing. Het gaat om situaties waarin de jeugdige of een gezinslid direct fysiek gevaar loopt. Het College acht het van groot belang dat de jeugdprofessional kan motiveren waarom hij tot het oordeel is gekomen dat er sprake was van een dergelijke situatie (conform artikel D van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker).

In de onderhavige zaak heeft de gezinsvoogd in het verweerschrift en tijdens de mondelinge behandeling van het College onvoldoende gemotiveerd waarom de door hem genoemde redenen hebben geleid tot een spoeduithuisplaatsing, en was naar het oordeel van het College geen sprake van een situatie waarin een spoeduithuisplaatsing nodig was. Door het handelen van beklaagde heeft klaagster geen gelegenheid gehad om met haar kinderen toe te werken naar de uithuisplaatsing, hetgeen het College hem kwalijk neemt, en het vertrouwen in de jeugdzorg niet heeft bevorderd. Het College legt een waarschuwing op.

 

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.023T

Klacht tegen een schoolmaatschappelijk werker over het niet op de hoogte zijn van de inhoud van de gesprekken van beklaagde met de dochter en het ontstaan van een onoverbrugbare verwijdering tussen klaagster en de dochter.

Moeder heeft een dochter uit een inmiddels ontbonden huwelijk. Tijdens gesprekken met de schoolmaatschappelijk werker kwam naar voren dat dochter veel druk ervaarde die vanuit thuis op haar schoolprestaties werd gelegd. Moeder is hierover geïnformeerd door de schoolmaatschappelijk werker. In navolging van de wens van dochter heeft de schoolmaatschappelijk werker in dit gesprek geadviseerd dat dochter tijdelijk bij haar vader zou gaan wonen. Moeder houdt de schoolmaatschappelijk werker verantwoordelijk voor het feit dat er nu een onoverbrugbare verwijdering is tussen haarzelf en haar dochter.

Deze klacht is ongegrond, omdat duidelijk is dat deze beslissing bij de ouders lag. De klachten over het feit dat moeder niet op de hoogte was van de inhoud van het contact tussen de schoolmaatschappelijk werker en haar dochter, en dat de schoolmaatschappelijk werker door haar handelen een onoverbrugbare verwijdering heeft veroorzaakt tussen dochter en klaagster zijn gegrond. De schoolmaatschappelijk werker heeft naar voren gebracht dat zij de keuze heeft gemaakt om de moeder stapsgewijs bij het traject met dochter te betrekken. Het College is van oordeel dat de schoolmaatschappelijk werker onvoldoende heeft gereflecteerd over de gevolgen van deze keuze voor de moeder. Bovendien blijkt onvoldoende op welke wijze de moeder stapsgewijs is betrokken. Door veel zaken bij dochter te laten heeft de schoolmaatschappelijk werker onvoldoende regie genomen. De schoolmaatschappelijk werker heeft niet gehandeld zoals het een redelijk zorgvuldig en bekwaam handelend jeugdprofessional betaamd. Het College legt een waarschuwing op.

College van Beroep
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.009B

Een analoge toepassing van artikel 35 van het Tuchtreglement brengt met zich mee dat het College niet bevoegd is om te oordelen over handelingen van voor de registratiedatum van verweerders.

Evenals het College van Toezicht verklaart het College van Beroep zich niet ontvankelijk met betrekking tot klachten tegen 4 jeugdzorgwerkers, omdat die klachten betrekking hebben op een periode die ligt voor de aanvang van de registratiedatum van deze jeugdzorgwerkers.