Maak een selectie

502 van 502

   
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.098Ta

Moeder uit diverse klachten over het handelen van twee jeugdprofessionals die elkaar hebben opgevolgd.

Moeder uit diverse klachten over het handelen van twee gezinsvoogden die elkaar hebben opgevolgd. Moeder heeft onder meer geklaagd dat beide gezinsvoogden hebben gedreigd met het informeren van de rechtbank als zij het ergens niet mee eens was, en dat de gezinsvoogden niet bemiddelden tussen de ouders. Het College stelt op grond van artikel A van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker dat het de taak van de gezinsvoogd is om ervoor te zorgen dat er hulpverlening wordt ingezet voor het kind, en de rechter te informeren. Het is niet de taak van de gezinsvoogd om te bemiddelen tussen de ouders. Het College acht zich niet bevoegd om te oordelen over de continuering van de bezoekregeling, omdat dit een beslissing is die de rechter moet nemen.

Met betrekking tot de klacht van moeder dat de gezinsvoogden hebben nagelaten om een evaluatieverslag te overleggen aan de kinderrechter overweegt het College dat de gezinsvoogden kennis had moeten nemen van dit verslag zodra zij het hadden ontvangen. Omdat de rechtbank wel kennis heeft kunnen nemen van dit verslag en de gezinsvoogden een toelichting hierop kon geven, zijn de gezinsvoogden echter binnen de grenzen van een bekwame beroepsuitoefening gebleven. Verder is het College van oordeel dat het de gezinsvoogden had gesierd indien zij nader onderzoek hadden gedaan naar hoe vader aan het geheime adres van moeder is gekomen, maar dat dit nalaten niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

Het College acht alle klachtonderdelen ongegrond.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.098Tb

Moeder uit diverse klachten over het handelen van twee jeugdprofessionals die elkaar hebben opgevolgd.

Moeder uit diverse klachten over het handelen van twee gezinsvoogden die elkaar hebben opgevolgd. Moeder heeft onder meer geklaagd dat beide gezinsvoogden hebben gedreigd met het informeren van de rechtbank als zij het ergens niet mee eens was, en dat de gezinsvoogden niet bemiddelden tussen de ouders. Het College stelt op grond van artikel A van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker dat het de taak van de gezinsvoogd is om ervoor te zorgen dat er hulpverlening wordt ingezet voor het kind, en de rechter te informeren. Het is niet de taak van de gezinsvoogd om te bemiddelen tussen de ouders. Het College acht zich niet bevoegd om te oordelen over de continuering van de bezoekregeling, omdat dit een beslissing is die de rechter moet nemen.

Met betrekking tot de klacht van moeder dat de gezinsvoogden hebben nagelaten om een evaluatieverslag te overleggen aan de kinderrechter overweegt het College dat de gezinsvoogden kennis had moeten nemen van dit verslag zodra zij het hadden ontvangen. Omdat de rechtbank wel kennis heeft kunnen nemen van dit verslag en de gezinsvoogden een toelichting hierop kon geven, zijn de gezinsvoogden echter binnen de grenzen van een bekwame beroepsuitoefening gebleven. Verder is het College van oordeel dat het de gezinsvoogden had gesierd indien zij nader onderzoek hadden gedaan naar hoe vader aan het geheime adres van moeder is gekomen, maar dat dit nalaten niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 16.002T

Moeder klaagt over jeugdprofessional omdat zij zich niet genoeg zou inzetten voor het welzijn van de dochter en moeder door onder andere beloftes niet na te komen.

Moeder van een dochter (1999) en een zoon (2003) klaagt over onder andere het onvoldoende communiceren met moeder, beloftes niet nakomen, het niet opstarten van een pleegouderonderzoek voor dochter en zonder toestemming contact opnemen met vader, die uit het ouderlijk gezag ontheven is.

 Het College overweegt dat de jeugdprofessional in het belang (in overleg) met dochter heeft gehandeld. Moeder is in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven. De mening van moeder als ouder met gezag kan niet zwaarder wegen dan het belang van dochter. Bij een ots staat het belang van dochter voorop. In het dossier zijn verder geen aanknopingspunten te vinden die de standpunten van moeder ondersteunen. Als biologische ouder heeft vader recht op informatie. Het telefonisch inlichten van moeder hierover was wenselijk geweest maar weegt niet zo zwaar dat de jeugdprofessional een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Het College van Toezicht verklaart de klachten ongegrond.

 

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.095T

De jeugdprofessional heeft vader voldoende geïnformeerd, met hem gecommuniceerd en reflecterend vermogen getoond door zijn handelen met collega’s te bespreken.

Vader klaagt dat de jeugdprofessional hem niet met respect behandeld, hij voelt zich niet gehoord en is van mening dat de jeugdprofessional onvoldoende met hem heeft gecommuniceerd. Naar het oordeel van het College is niet gebleken dat er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Uit de stukken blijkt dat de jeugdprofessional vader heeft geïnformeerd en met vader heeft gecommuniceerd. Er valt niet af te leiden dat deze communicatie onvoldoende is of dat vader niet is gehoord. De jeugdprofessional heeft inzicht gegeven in de keuzes die zijn gemaakt, en heeft deze keuzes in het belang van het kind gewikt en gewogen. De jeugdprofessional heeft reflecterend vermogen laten zien door zijn handelen te bespreken met collega’s. De klachtonderdelen zijn ongegrond.

Vader klaagt voorts over het uitblijven van een gesprek met de instelling, terwijl dit hem was toegezegd nadat hij in het gelijk was gesteld door de klachtencommissie. Dit klachtonderdeel is niet-ontvankelijk, omdat het betrekking heeft op het handelen van de instelling en de teamleader van de gezinsvoogd.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 16.001T

De jeugdprofessional toont voldoende verbetering in samenwerking met moeder nadat het College van Toezicht in een eerdere beslissing een maatregel had opgelegd.

Moeder klaagt over de samenwerking met de jeugdprofessional. Na een eerdere beslissing van het College van Toezicht van SKJ is deze niet verbeterd. Ook klaagt moeder over de wijze van communicatie en dat de jeugdprofessional niet respectvol en professioneel handelt. Naar het oordeel van het College heeft de jeugdprofessional voldoende aannemelijk gemaakt dat zij na de eerdere beslissing heeft geprobeerd de samenwerking te verbeteren. Er zijn gesprekken gevoerd waaruit nieuwe afspraken zijn voortgekomen, de jeugdprofessional neemt bewust afstand tijdens bezoeken en laat een collega meelezen met de e-mails die zij voornemens is aan moeder te sturen. Het klachtonderdeel is ongegrond.

Het College is niet bevoegd te oordelen over instellingsbesluiten, omdat dit niet het handelen van de jeugdprofessional betreft. Deze klachtonderdelen zijn niet-ontvankelijk.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.102T

Klagers zijn afgewezen als pleegouders en verwijten de jeugdprofessional dat dit proces niet juist is verlopen en dat zij onheus zijn bejegend.

Klagers zijn afgewezen als pleegouders na het proces ‘Aspirant Pleegouderschap’ te hebben doorlopen onder begeleiding van de voorbereider pleegouderschap. Ze verwijten de voorbereider dat dit proces niet juist is doorlopen, en dat ze door haar onheus zijn bejegend.

Op grond van de stukken en de toelichting van de voorbereider tijdens de mondeling behandeling is het College ervan overtuigd geraakt dat de voorbereider zich voldoende heeft ingespannen om het traject ‘Aspirant Pleegouderschap’ op correcte wijze te doorlopen. Van belang is dat er op meerdere momenten overleg is gevoerd met collega’s en er duidelijk is gecommuniceerd naar de aspirant pleegouders. Naar het oordeel van het College is niet gebleken dat de voorbereider de aspirant pleegouders onheus heeft bejegend. Met betrekking tot de kritische vragen heeft zij gemotiveerd uiteengezet dat zij hiermee heeft beoogd dat de aspirant pleegouders zouden nadenken over het pleegouderschap.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.071T

Klacht over de kwaliteit van het conceptrapport van de raadsonderzoeker.

Vader klaagt over de kwaliteit van het conceptrapport van de raadsonderzoeker. Het College overweegt dat een raadsrapport vanuit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid aan diverse eisen dient te voldoen. Het College toetst ten volle of het onderzoek vanuit dat oogpunt de toets der kritiek kan doorstaan. Ten aanzien van de conclusie van het rapport vindt slechts een marginale toetsing plaats, d.w.z. er wordt beoordeeld of de raadsonderzoeker in redelijkheid tot zijn conclusies heeft kunnen komen.

In de onderhavige zaak is het College van oordeel dat het conceptrapport voldoet aan de eisen. De raadsonderzoeker heeft contact gehad met alle betrokkenen, het advies is gemotiveerd, er is voldoende afstand gehouden van partijen, en er is objectief gerapporteerd. Het niet eens zijn met de visie van een ander kan echter op zichzelf niet leiden tot de conclusie dat in een rapport leugens of onwaarheden worden opgeschreven. Het zijn de meningen van partijen die beklaagde feitelijk heeft weergegeven.

De klacht is ongegrond.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.088T

Raadsonderzoeker heeft persoonsgegevens niet oneigenlijk verwerkt.

Moeder heeft eenhoofdig gezag over haar zoon. Naar aanleiding van een zorgmelding over een ander kind van vader is er een onderzoek gestart door de Raad van de Kinderbescherming. In het kader van dit onderzoek heeft de raadsonderzoeker aan vader gevraagd naar de leeftijd van zoon, omdat het onderzoek mogelijk werd uitgebreid naar die zoon. Na multidisciplinaire overleg is besloten het onderzoek niet uit te breiden. Moeder verwijt de raadsonderzoeker dat hij de persoonsgegevens van zoon oneigenlijk heeft verwerkt omdat haar toestemming ontbrak, en niet is geïnformeerd door de raadsonderzoeker.

Het College is van oordeel dat de raadsonderzoeker op grond van artikel 2.1 van het Kwaliteitskader dat van toepassing is op de werkwijze van de Raad voor de Kinderbescherming, aan de vader had mogen vragen naar de leeftijd van zoon. Toestemming van moeder was hier niet nodig. De persoonsgegevens zijn niet oneigenlijk verwerkt zodat de klacht ongegrond is.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.058T

Het College oordeelt dat de opdracht aan beklaagde, op grond van het hulpverleningsplan, meebracht dat zij zou rapporteren over klagers dochter waardoor het noteren van een bevinding over haar binnen de gegeven opdracht viel. Het verzoek van de vader om een geluidsopname te maken wordt afgewezen.

Vader klaagt dat de jeugdprofessional heeft gehandeld op grond van een ongeldig indicatiebesluit, gekleurde bevindingen over vader en zijn dochter heeft opgenomen in een rapportage, partijdig is en haar telefoon niet heeft opgenomen.

Het College oordeelt dat de jeugdprofessional, onder de omstandigheden van het geval, mocht afgaan op de inhoud van het indicatiebesluit. Het College oordeelt voorts dat beklaagde niet onzorgvuldig heeft gerapporteerd. De overige klachten van vader zijn onvoldoende onderbouwd. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

Het verzoek van vader om een geluidsopname te maken van de mondelinge behandeling is afgewezen. Het College oordeelt dat vader voor zijn verzoek geen argumenten aanvoerde en dar er geen omstandigheden waren waaruit zou kunnen blijken dat vader in zijn processuele belang zou worden geschaad wanneer hij geen opnames zou mogen maken. Voorts oordeelt het College dat het maken van geluidsopnames tijdens een besloten zitting, omdat het College geen invloed op het verdere gebruik van deze geluidsopnames heeft, de belangen van andere personen kan schaden.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.083Tb

Moeder klaagt over de uithuisplaatsing van haar zoon, de wijze van informatievoorziening, partijdigheid en de beperking van de omgang met de zoon.

Moeder klaagt in twee zaken bij het College van Toezicht over het handelen van twee gezinsvoogden. Kort gezegd klaagt moeder over de (continuerende) uithuisplaatsing van haar zoon, dat de gezinsvoogden haar chanteren en dreigen met ontheffing van gezag, partijdigheid, dat de gezinsvoogden niet helpend zijn bij de verstoorde relatie tussen moeder en vader en de huidige omgangsregeling. Het College heeft op basis van de stukken en de mondelinge behandeling bij het College geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de gezinsvoogden kunnen constateren, en verklaart alle klachtonderdelen ongegrond.