Maak een selectie

480 van 480

   
College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.105T

Volgens moeder heeft de jeugdprofessional niet gekeken naar plaatsingsmogelijkheden van de zoon in het netwerk van moeder, is geen plan opgesteld over de terugplaatsing, is de zoon in een pleeggezin geplaatst op basis van een ongeldige diagnose en is de bezoekregeling ten onrechte gewijzigd.

Het College komt tot de slotsom dat de jeugdprofessional onderzoek heeft verricht naar de plaatsing van de zoon binnen het netwerk van moeder. De jeugdprofessional heeft gemotiveerd toegelicht waarom zij de zoektocht naar een geschikte voorziening is gestaakt. De jeugdprofessional heeft de taak en verantwoordelijkheid om prioriteit te geven aan het fysieke welbevinden van de zoon. De diagnoses van moeder zijn niet doorslaggevend geweest bij de afweging of de zoon teruggeplaatst zou worden bij moeder.

Het behoort niet tot de bevoegdheid van het College om te beoordelen of een gewijzigde bezoekregeling wenselijk of noodzakelijk is. Als moeder het niet eens is met een beslissing van de rechtbank, kan zij  hoger beroep instellen bij het gerechtshof.

De klachten zijn deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.074T

De jeugdprofessional heeft onvoldoende gecommuniceerd met vader en zoon.

Het College is van oordeel dat de jeugdprofessional met vader had moeten communiceren of en op welke wijze zij zou reageren op e-mails van vader, zodat de verwachtingen bij vader duidelijk waren. Het College is zich bewust van het gecompliceerde krachtenveld waarin de jeugdprofessional heeft moeten opereren. Daarnaast hebben factoren een rol gespeeld die de zaak er niet eenvoudiger op hebben gemaakt. Hieraan doet naar het oordeel van het College echter niet af dat de jeugdprofessional als gezinsvoogd haar verantwoordelijkheid heeft moeten nemen om S. in zijn opvoeding en ontwikkeling tot zijn recht te laten komen.

Het College is van oordeel dat de jeugdprofessional te weinig initiatief heeft genomen om contact met S. te hebben, waardoor zij minder goed heeft kunnen beoordelen wat voor soort hulp het beste bij hem heeft gepast. Verder is niet gebleken dat de jeugdprofessional de verschillen in visie met vader heeft besproken. De jeugdprofessional had zich in deze casus steviger moeten positioneren door naar de visie van vader te luisteren, deze visie van vader expliciet te benoemen en vervolgens haar visie met vader te delen. Zij heeft door dit na te laten niet gezocht naar gezamenlijke consensus.

De jeugdprofessional heeft gehandeld in strijd met artikel A en F van de beroepscode. Het College acht een waarschuwing passend en geboden.

 

 

 

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 16.005T

Vader en moeder klagen over de beleidswijzing van de jeugdprofessional en zijn van mening dat zij systematisch buiten beeld worden gehouden.

Ouders klagen over de beleidswijzing van de jeugdprofessional. Eerst is gewerkt aan terugplaatsing en vervolgens heeft de jeugdprofessional actief meegewerkt aan de blijvende uithuisplaatsing van dochter. Ouders zijn van mening dat zij systematisch buiten beeld zijn gehouden. Hun post niet wordt doorgestuurd aan dochter. Ouders hebben slechts een keer iets van hun dochter ontvangen. Er zijn geen ontwikkelingsverslagen van dochter beschikbaar gesteld aan ouders. Dochter is naar school gestuurd tegen de wil van ouders.

Het College is van oordeel dat de jeugdprofessional de zienswijze van de gecertificeerde instelling en de wijziging daarvan voldoende heeft gemotiveerd en gecommuniceerd naar moeder. Ook is het College niet gebleken dat het standpunt van de jeugdprofessional is gebaseerd op onwaarheden en onderbuikgevoelens. Ten gevolge van de rechterlijke beslissing tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is het de taak van de jeugdprofessional als gezinsvoogd om in het belang van Z. voorwaarden te stellen aan de wijze waarop de communicatie tussen ouders en Z. plaatsvindt. Op grond van de stukken en de mondelingen behandeling bij het College is niet vast komen te staan dat de jeugdprofessional ouders met deze voorwaarden systematisch buiten beeld heeft gehouden of heeft willen houden.

Het College heeft in het dossier geen aanknopingspunten kunnen vinden die leiden tot de conclusie dat de jeugdprofessional ouders niet heeft ingelicht over zaken die Z. aangaan. Uit voorbeelden, gegeven door de jeugdprofessional, blijkt dat de jeugdprofessional de communicatie met ouders heeft opgezocht. De jeugdprofessional heeft zich, op verzoek van de pleegmoeder van Z., ingespannen om het verzenden van knutselwerkjes van Z. mogelijk te maken.

Het behoort niet tot de taak van de jeugdprofessional om ontwikkelingsverslagen te schrijven, dit kan haar dan ook niet verweten worden. De jeugdprofessional heeft zorggedragen voor een Plan van Aanpak dat jaarlijks is vastgesteld en aan ouders is verzonden en door hen is ontvangen. De jeugdprofessional heeft, op basis van een rechterlijke beschikking, Z. aangemeld op een school.

Het College verklaart de klacht in al zijn onderdelen ongegrond

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 16.019T

Klacht tegen een raadsonderzoeker over de inhoud en de wijze van totstandkoming van het raadsrapport. Ook voelt de moeder zich onvoldoende gehoord.

Moeder heeft eenhoofdig ouderlijk gezag over dochter E. Vader is niet meer in beeld. Na een melding bij de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) is E. in eerste instantie vrijwillig door moeder bij opa en oma moederszijde geplaatst. Op een gegeven moment wilde moeder E. weer thuis laten komen. Opa en oma en ook E. zelf wilden dit niet. Daarop is de raadsonderzoeker begonnen met een beschermingsonderzoek.

Moeder vindt dat de raadsonderzoeker het vertrouwen in de jeugdzorg heeft geschaad door onzorgvuldig onderzoek te doen. In het rapport zouden beweringen verdraaid zijn, er zijn slechts informanten benaderd waar moeder vooraf al problemen mee had en de raadsonderzoeker heeft niet geluisterd naar de kritiek die moeder op het rapport had.

De raadsonderzoeker heeft de indruk dat de verwijten van moeder vooral voortkomen uit een verschil van visie en inzicht over wat er in belang van E. is. Het blijkt dat de Raad met moeder heeft besproken welke informanten voor het rapport zouden worden benaderd en moeder heeft hier toestemming voor gegeven. Wel merkt het College op dat niet is gebleken dat de raadsonderzoeker schriftelijk heeft vastgelegd waarom een andere, door moeder aangereikte informant, niet is benaderd voor het onderzoek. Dit nalaten van handelen is echter binnen de grenzen van de beroepsnorm.

Het CvT verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. Het College is van oordeel dat van een gebrekkige communicatie, inhoud of totstandkoming van het raadsrapport geen sprake is.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 16.028T

De jeugdprofessional heeft onvoldoende met moeder gecommuniceerd over zijn rol. Ook heeft hij nagelaten om zijn veranderde rol met de dochter te bespreken.

Klaagster, hierna: moeder, is de moeder van dochter E.  Moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag, de onderlinge verstandhouding tussen beiden is niet goed.

Moeder vindt dat de legitimatie voor het handelen van de jeugdprofessional ontbreekt, zij heeft geen indicatiebesluit, zorgovereenkomst of andere documenten getekend. Moeder veronderstelde dat de hulpverlening gericht was op E. en niet op moeder en vader. Als moeder had geweten dat de hulpverlening op haar en vader was gericht, was zij hier niet mee akkoord gegaan. De jeugdprofessional heeft als vertrouwenspersoon voor E. gefungeerd, heeft dat later ontkend en heeft nagelaten dit met E. te bespreken.

Ook heeft de jeugdprofessional het conceptrapport steeds gewijzigd. Dit conceptrapport is eenzijdig aangezien de vader buiten beeld blijft en de jeugdprofessional niet heeft benoemd dat vader heeft tegengewerkt.

De jeugdprofessional voert verweer. Hij geeft aan dat in het indicatiebesluit expliciet staat dat moeder akkoord gaat met de ingezette hulpverlening. De jeugdprofessional was op dat moment weliswaar nog niet betrokken bij de zaak maar moeder heeft tijdens de overdracht van de hulpverlening naar de jeugdprofessional nooit naar voren gebracht dat zij niet heeft ingestemd met de inhoud van de hulpverlening. Ook de zorgovereenkomst is vastgelegd met de voorganger van de jeugdprofessional. De jeugdprofessional heeft moeder uitgelegd dat bij een verandering van hulpverlener geen nieuwe zorgovereenkomst hoeft te worden opgesteld. Ook is deze zorgovereenkomst gesloten met de organisatie en niet met een individuele hulpverlener.

De jeugdprofessional zou als vertrouwenspersoon van E. fungeren met dien verstande dat vanuit datgene dat E. nodig heeft, de begeleiding gericht zal zijn op beide ouders. De jeugdprofessional erkent dat hij mogelijk onvoldoende duidelijkheid heeft geboden.

De bijstellingen in de conceptrapportage zijn gemaakt op basis van opmerkingen van moeder op het concept. Verder wijst de jeugdprofessional voortdurend naar de rol van beide ouders aangezien beide ouders een rol spelen in de huidige situatie.

Het College oordeelt als volgt. Het College is niet bevoegd om klachten over het handelen en nalaten van andere personen (de voorganger van de jeugdprofessional) of van de instelling te toetsen. Het College stelt zich op het standpunt dat het de taak van de jeugdprofessional is om als professional bij het overnemen van de zaak aan moeder zijn rol duidelijk te maken. De jeugdprofessional had tijdens het overdrachtsgesprek nadrukkelijk moeten navragen of zijn rol bij moeder duidelijk was. Het College neemt het de jeugdprofessional kwalijk dat hij zijn veranderde rol niet met E. besproken heeft. Hij had bij het maken van deze afweging niet alleen de leeftijd van E. maar alle feiten en omstandigheden in aanmerking had moeten nemen.

Uit de stukken is het College gebleken dat de jeugdprofessional moeder in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren op het conceptrapport. Deze reacties zijn door de jeugdprofessional verwerkt en hierdoor zijn meerdere concepten aan moeder verzonden. Het College heeft uit het rapport niet kunnen afleiden dat de jeugdprofessional het rapport eenzijdig heeft opgesteld.

Het College overweegt dat de jeugdprofessional niet alleen de leeftijd van E. maar alle feiten en omstandigheden van het geval heeft moeten meewegen bij de beslissing om E. al dan niet te informeren. Daarmee heeft beklaagde in strijd gehandeld met artikel A en F. van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker. Het College legt een maatregel van waarschuwing op.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 16.006T

De jeugdbeschermer heeft ontoereikend gereageerd op een mail van klager waarin hij zijn ongenoegen over haar handelen had uitgesproken.

Klager is de vertrouwenspersoon van moeder. Moeder zou door de gezinsvoogd buitengesloten zijn bij belangrijke beslissingen over haar dochter, die onder toezicht staat. Zo zou de gezinsvoogd op de hoogte zijn van medische behandeling van de dochter, waarvoor door ouders geen toestemming is gegeven. Klager stelt voorts dat de gezinsvoogd ontoereikend heeft gereageerd op een e-mail waarin de vertrouwenspersoon zijn ongenoegen over haar uitspreekt.

De gezinsvoogd voert gemotiveerd verweer aan. Zij maakt duidelijk dat zij de samenwerking met moeder altijd als goed heeft ervaren. Zij heeft regelmatig contact gehad en altijd ruimte gelaten voor vragen. Zij heeft bij evaluaties expliciet aan moeder gevraagd hoe zij de samenwerking ervoer. Moeder heeft toen niet laten merken dat zij deze onprettig vond. Op de tekst van de e-mail heeft de gezinsvoogd advies gevraagd aan de juridische afdeling en aan haar leidinggevende.

Het College is van mening dat de gezinsvoogd wat betreft de inhoud van haar reactie op klagers e-mail, mede zelf en vanuit beroepsethische waarden had moeten reflecteren en dat zij hierbij niet slechts diende te handelen op advies van juridisch deskundigen. De gezinsvoogd heeft aldus niet gehandeld in overeenstemming met artikel Q. Het klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. De andere klachten worden ongegrond verklaard.

Het College van Toezicht beoordeelt de klacht als deels ongegrond, deels gegrond, maar acht het handelen niet in die mate verwijtbaar dat oplegging van een maatregel noodzakelijk is.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.098Ta

Moeder uit diverse klachten over het handelen van twee jeugdprofessionals die elkaar hebben opgevolgd.

Moeder uit diverse klachten over het handelen van twee gezinsvoogden die elkaar hebben opgevolgd. Moeder heeft onder meer geklaagd dat beide gezinsvoogden hebben gedreigd met het informeren van de rechtbank als zij het ergens niet mee eens was, en dat de gezinsvoogden niet bemiddelden tussen de ouders. Het College stelt op grond van artikel A van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker dat het de taak van de gezinsvoogd is om ervoor te zorgen dat er hulpverlening wordt ingezet voor het kind, en de rechter te informeren. Het is niet de taak van de gezinsvoogd om te bemiddelen tussen de ouders. Het College acht zich niet bevoegd om te oordelen over de continuering van de bezoekregeling, omdat dit een beslissing is die de rechter moet nemen.

Met betrekking tot de klacht van moeder dat de gezinsvoogden hebben nagelaten om een evaluatieverslag te overleggen aan de kinderrechter overweegt het College dat de gezinsvoogden kennis had moeten nemen van dit verslag zodra zij het hadden ontvangen. Omdat de rechtbank wel kennis heeft kunnen nemen van dit verslag en de gezinsvoogden een toelichting hierop kon geven, zijn de gezinsvoogden echter binnen de grenzen van een bekwame beroepsuitoefening gebleven. Verder is het College van oordeel dat het de gezinsvoogden had gesierd indien zij nader onderzoek hadden gedaan naar hoe vader aan het geheime adres van moeder is gekomen, maar dat dit nalaten niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

Het College acht alle klachtonderdelen ongegrond.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.098Tb

Moeder uit diverse klachten over het handelen van twee jeugdprofessionals die elkaar hebben opgevolgd.

Moeder uit diverse klachten over het handelen van twee gezinsvoogden die elkaar hebben opgevolgd. Moeder heeft onder meer geklaagd dat beide gezinsvoogden hebben gedreigd met het informeren van de rechtbank als zij het ergens niet mee eens was, en dat de gezinsvoogden niet bemiddelden tussen de ouders. Het College stelt op grond van artikel A van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker dat het de taak van de gezinsvoogd is om ervoor te zorgen dat er hulpverlening wordt ingezet voor het kind, en de rechter te informeren. Het is niet de taak van de gezinsvoogd om te bemiddelen tussen de ouders. Het College acht zich niet bevoegd om te oordelen over de continuering van de bezoekregeling, omdat dit een beslissing is die de rechter moet nemen.

Met betrekking tot de klacht van moeder dat de gezinsvoogden hebben nagelaten om een evaluatieverslag te overleggen aan de kinderrechter overweegt het College dat de gezinsvoogden kennis had moeten nemen van dit verslag zodra zij het hadden ontvangen. Omdat de rechtbank wel kennis heeft kunnen nemen van dit verslag en de gezinsvoogden een toelichting hierop kon geven, zijn de gezinsvoogden echter binnen de grenzen van een bekwame beroepsuitoefening gebleven. Verder is het College van oordeel dat het de gezinsvoogden had gesierd indien zij nader onderzoek hadden gedaan naar hoe vader aan het geheime adres van moeder is gekomen, maar dat dit nalaten niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 16.002T

Moeder klaagt over jeugdprofessional omdat zij zich niet genoeg zou inzetten voor het welzijn van de dochter en moeder door onder andere beloftes niet na te komen.

Moeder van een dochter (1999) en een zoon (2003) klaagt over onder andere het onvoldoende communiceren met moeder, beloftes niet nakomen, het niet opstarten van een pleegouderonderzoek voor dochter en zonder toestemming contact opnemen met vader, die uit het ouderlijk gezag ontheven is.

 Het College overweegt dat de jeugdprofessional in het belang (in overleg) met dochter heeft gehandeld. Moeder is in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven. De mening van moeder als ouder met gezag kan niet zwaarder wegen dan het belang van dochter. Bij een ots staat het belang van dochter voorop. In het dossier zijn verder geen aanknopingspunten te vinden die de standpunten van moeder ondersteunen. Als biologische ouder heeft vader recht op informatie. Het telefonisch inlichten van moeder hierover was wenselijk geweest maar weegt niet zo zwaar dat de jeugdprofessional een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Het College van Toezicht verklaart de klachten ongegrond.

 

College van Toezicht
SAMENVATTING
zaaknummer: 15.095T

De jeugdprofessional heeft vader voldoende geïnformeerd, met hem gecommuniceerd en reflecterend vermogen getoond door zijn handelen met collega’s te bespreken.

Vader klaagt dat de jeugdprofessional hem niet met respect behandeld, hij voelt zich niet gehoord en is van mening dat de jeugdprofessional onvoldoende met hem heeft gecommuniceerd. Naar het oordeel van het College is niet gebleken dat er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Uit de stukken blijkt dat de jeugdprofessional vader heeft geïnformeerd en met vader heeft gecommuniceerd. Er valt niet af te leiden dat deze communicatie onvoldoende is of dat vader niet is gehoord. De jeugdprofessional heeft inzicht gegeven in de keuzes die zijn gemaakt, en heeft deze keuzes in het belang van het kind gewikt en gewogen. De jeugdprofessional heeft reflecterend vermogen laten zien door zijn handelen te bespreken met collega’s. De klachtonderdelen zijn ongegrond.

Vader klaagt voorts over het uitblijven van een gesprek met de instelling, terwijl dit hem was toegezegd nadat hij in het gelijk was gesteld door de klachtencommissie. Dit klachtonderdeel is niet-ontvankelijk, omdat het betrekking heeft op het handelen van de instelling en de teamleader van de gezinsvoogd.