Maak een selectie

727 van 727

   

De maatschappelijk werker van Veilig Thuis heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld omdat hij bewust aan de dochter van klaagster een vraag gesteld heeft over de – geheime – zwangerschap van klaagster.

Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en beslist in de volgende samenstelling:

De heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter,
mevrouw T. Roosblad, lid-beroepsgenoot,
De heer A.R. van Empel, lid-beroepsgenoot.

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. L.N. Tabak.

Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de door

mevrouw A., hierna te noemen: klaagster, ingediende klacht tegen

De heer B., hierna te noemen: beklaagde.

Als gemachtigde van beklaagde is opgetreden mevrouw mr. J. Stappaerts-Zijlmans.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het College heeft kennis genomen van:
– het klaagschrift ontvangen op 27 juni 2016;
– het verweerschrift ontvangen op 8 september 2016.

1.2

Op 9 november 2016 is aan partijen medegedeeld dat het College voornemens is om de zaak op stukken af te doen. Op 28 november 2016 is aan partijen de definitieve bevestiging gestuurd dat de zaak zich leent om op stukken af te doen.

2 De feiten

2.1

Op grond van de stukken, gaat het College van de volgende feiten uit.

2.2

Klaagster is de moeder van een zoon en een dochter. Daarnaast heeft zij een kind gekregen dat zij bij de geboorte heeft afgestaan. De hoofdverblijfplaats van de dochter is bij moeder.

2.3

In december 2015 is door de gynaecoloog van klaagster een zorgmelding gedaan over het ongeboren kind. Deze melding heeft toen niet geleid tot een onderzoek. Wel is klaagster doorverwezen naar het (……), specialist bij ongewenste zwangerschap.

2.4

In januari 2016 is vanuit de school van de kinderen een zorgmelding binnengekomen bij Veilig Thuis […], hierna te noemen: Veilig Thuis, vanwege veelvuldig schoolverzuim. Beklaagde, werkzaam bij Veilig Thuis, is aangesteld om onderzoek naar het gezin te doen.

2.5

Bij brief van 7 april 2016 heeft beklaagde aan klaagster aangekondigd dat hij op 18 april 2016 op huisbezoek zou komen om met klaagster en haar dochter over de zorgen omtrent de opvoedsituatie te praten.

2.6

Het huisbezoek op 18 april 2016 verliep niet zoals verwacht, mede omdat beklaagde het geheim van klaagster over de afstandsbaby bekend heeft gemaakt. Na het huisbezoek van 18 april 2016 hebben klaagster en beklaagde geen contact meer gehad.

2.7

Op 31 mei 2016 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen klaagster en de teammanager van beklaagde in aanwezigheid van een medewerker van het (……). De teammanager heeft toegegeven dat er onjuist is gehandeld tijdens het huisbezoek en zij heeft daarvoor namens beklaagde haar excuses aangeboden.

2.8

Bij brief van 3 juni 2016 is aan klaagster een samenvatting gegeven van het gesprek van 31 mei 2016 en zijn wederom de excuses namens beklaagde aangeboden. Daarnaast is klaagster doorverwezen naar de klachtencommissie van Veilig Thuis en naar SKJ.

2.9

Beklaagde is sinds [datum] 2013 geregistreerd in het Kwaliteitsregister Jeugd.

3 De klacht

3.1

Klaagster verwijt beklaagde onzorgvuldig en onprofessioneel handelen omdat hij willens en wetens geheime informatie heeft verstrekt aan haar dochter tijdens het huisbezoek van 18 april 2016. Het voornemen van klaagster om afstand te doen van de baby is door alle betrokken instanties als geheim gedocumenteerd. Beklaagde meldde klaagster dat hij dit geheim bewust heeft ingezet in het gesprek met haar dochter over het schoolverzuim. Beklaagde heeft zelfs tegen de begeleider van klaagster gezegd dat als hij het opnieuw zou moeten doen hij het wederom op dezelfde manier zou aanpakken.

3.2

Door het feit dat de dochter nu op de hoogte is van het geheim, staat het leven van klaagster op zijn kop. Het heeft zoveel stress veroorzaakt dat de afstandsprocedure vertraging heeft opgelopen, terwijl klaagster juist zo snel mogelijk een goede overdracht wilde voor de baby.

4 Het verweer

4.1

Beklaagde kan zich vinden in de klacht en geeft de volgende toelichting. Het contact met klaagster liep van begin af aan moeizaam, omdat ze veel weerstand liet zien. Ook was er een communicatieprobleem omdat klaagster vrijwel geen Nederlands spreekt.

4.2

Tijdens het onderzoek van beklaagde in april 2016 kwam hij achter de zorgmelding van de gynaecoloog van december 2015. Deze informatie heeft beklaagde in multidisciplinair overleg besproken. Beklaagde kreeg het advies om met klaagster te bespreken dat Veilig Thuis op de hoogte was van de afstandsbaby en aan klaagster te vragen hoe de kinderen hierbij betrokken werden.

4.3

Gezien het feit dat de dochter zeventien jaar was en bij moeder woonde, was het aannemelijk dat zij wist van de zwangerschap. Ook als de kinderen het niet wisten, hadden de spanningen en verdriet die een ongewenste zwangerschap en adoptie met zich meebrengen ongetwijfeld invloed gehad op de kinderen. In hoeverre dit had geleid tot het schoolverzuim van de kinderen, moest blijken uit een gesprek met klaagster.

4.4

Toen beklaagde op het aangekondigde moment op huisbezoek kwam, bleek alleen de dochter van klaagster thuis te zijn. Aangezien het onduidelijk was wanneer klaagster thuis zou komen, heeft beklaagde eerst een gesprek gevoerd met de dochter over het schoolverzuim. Ook probeerde hij te achterhalen in hoeverre ze wist van de zwangerschap en adoptie om in te schatten wat de impact hiervan was. Beklaagde probeerde niets prijs te geven maar realiseerde zich dat hij in zijn woordkeuze niet zorgvuldig genoeg is geweest toen hij tranen zag in de ogen van de dochter.

4.5

Tijdens een gesprek met klaagster later op die dag, heeft beklaagde aan klaagster verteld dat Veilig thuis op de hoogte was van de afstandsbaby en hoe het gesprek met de dochter was verlopen. Sindsdien is klaagster erg boos en wil ze niet meer met beklaagde praten.

4.6

Beklaagde benadrukt dat het de bedoeling was om eerst met klaagster in gesprek te gaan. Daardoor zou achteraf gezien gebleken zijn dat klaagster de informatie over de zwangerschap en adoptie niet had gedeeld met haar kinderen. Beklaagde zou hier dan verder over praten met klaagster, maar niet met haar kinderen. Beklaagde betreurt zijn beslissing om eerst het gesprek met de dochter aan te zijn gegaan. Beklaagde benadrukt echter dat hij de geheime informatie niet willens en wetens kenbaar heeft gemaakt, maar dat hij abusievelijk zijn mond voorbij heeft gepraat. Beklaagde betwist dat hij gezegd zou hebben dat hij het een volgende keer op dezelfde manier zou aanpakken.

4.7

Tot slot voert beklaagde aan dat hij ruim voordat deze tuchtklacht werd ingediend zijn fout reeds heeft erkend en dat hiervoor meermalen zijn excuses zijn aangeboden. Desondanks zit hij nog steeds erg in zijn maag met zijn fout. Beklaagde zal een andere keer nog zorgvuldiger letten op zijn woordkeuze. Beklaagde verzoekt dan ook om af te zien van het opleggen van een maatregel.

5 De beoordeling van de klachtonderdelen

5.1

Het College wijst er allereerst op dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund. Het gaat om een beantwoording van de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met hetgeen ten tijde van het klachtwaardig handelen in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Beklaagde is bij het Kwaliteitsregister Jeugd geregistreerd sinds [datum] 2013.

5.3

Het College toetst het beroepsmatig handelen van de bij SKJ geregistreerde professional aan de algemene tuchtnorm en overweegt op grond van de stukken het volgende.

5.4

Gebleken is dat het dossier van klaagster geheime informatie bevatte over haar zwangerschap en adoptie en dat dit dossier door beklaagde is besproken in multidisciplinair overleg. Hieruit kwam het advies aan beklaagde om met klaagster te praten. Vervolgens is beklaagde op huisbezoek gegaan waarbij hij alleen de minderjarige dochter aantrof in de woning, klaagster was niet thuis. Hierop heeft beklaagde besloten om het gesprek met de dochter in de woning aan te gaan. Beklaagde heeft daarbij bewust, want beklaagde wilde dit achterhalen, de vraag gesteld of de zwangerschap van haar moeder de reden kan zijn van het schoolverzuim. Het College verwijt beklaagde niet alleen dat hij de minderjarige dochter zonder toestemming van haar moeder heeft geconfronteerd met de geheime gegevens over de zwangerschap en adoptie, maar tevens dat beklaagde hierover, nadat klaagster niet thuis bleek te zijn, geen enkel voorafgaand overleg heeft gehad met moeder.

5.5

Het moedwillig met de minderjarige dochter over de geheime zwangerschap en adoptie praten zonder voorafgaand overleg met klaagster daartoe, neemt het College beklaagde zeer kwalijk. Klaagster had erop moeten kunnen vertrouwen dat de geheime gegevens uit het dossier vertrouwd bleven en zeker ten aanzien van de kinderen. Door zijn handelen heeft beklaagde de privacy van klaagster en het vertrouwen in de jeugdzorg geschonden en is sprake van overtreding van artikel D en J van de Beroepscode.

5.6

Het handelen van beklaagde rechtvaardigt zonder meer een voorwaardelijke schorsing, maar gebleken is dat beklaagde blijk heeft gegeven van reflectie en er meermalen excuses zijn aangeboden. Dankzij deze verzachtende omstandigheden, komt het College tot oplegging van de maatregel van een berisping.

6 De beslissing

Het College van Toezicht:
– verklaart de klacht gegrond;
– legt op de maatregel van een berisping.

Aldus gedaan in de genoemde samenstelling en op 24 januari 2017 door het College van Toezicht aan partijen toegezonden.

mr. A.R.O. Mooy, voorzitter
mevrouw mr. L.N. Tabak, secretaris