Maak een selectie

727 van 727

   

Klacht tegen jeugdzorgwerker over het belemmeren van de rechtsgang van klager en het schenden van de privacy.

Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en beslist in de volgende samenstelling:

De heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter,
mevrouw S.J. Ephraïm, lid-beroepsgenoot,
de heer A.R. van Empel, lid-beroepsgenoot.

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. L.N. Tabak.

Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de door

De heer A., hierna te noemen: klager, ingediende klacht tegen

Mevrouw B., hierna te noemen: beklaagde.

Als gemachtigde van beklaagde is opgetreden mevrouw mr. L. Neuschäfer-Greebe van DAS.

1 Het verloop van de procedure

1.1 Het College heeft kennis genomen van:

– het klaagschrift met de bijlagen van 7 april 2016;
– de aanvullende e-mails met bijlagen van 25 april, 2 mei en 19 mei 2016;
– het verweerschrift van 17 juni 2016;
– de twee door klager overgelegde stukken ter zitting.

1.2 De gezamenlijke behandeling ter zitting met zaaknummers 16.033Ta en 16.033Tb heeft plaatsgevonden op 29 november 2016 in aanwezigheid van klager, beklaagden en hun gemachtigden. Na afloop van de hoorzitting heeft de voorzitter aan partijen meegedeeld dat de beslissing uiterlijk over acht weken zal volgen.

2 De feiten

2.1 Op grond van de stukken en van hetgeen ter zitting heeft plaatsgevonden, gaat het College van de volgende feiten uit.

2.2 Klager is de vader van twee kinderen, geboren in 2006 en 2008. De ouders van de kinderen hebben te maken met echtscheidingsproblematiek. Moeder beschikt over het eenhoofdig ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij moeder.

2.3 Op 12 augustus 2013 heeft Jeugdbescherming […], hierna te noemen: JB[…], een zorgmelding van de politie ontvangen aangaande de kinderen. Een collega van beklaagde is vervolgens als jeugdbeschermer voor het gezin aangesteld.

2.4 Eind 2013 en begin 2014 is klager vanwege alcoholproblemen in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg opgenomen.

2.5 In mei 2014 heeft er een incident plaatsgevonden met klager. Sindsdien hebben er geen omgangsmomenten meer plaatsgevonden tussen klager en de kinderen.

2.6 In april 2015 heeft de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de Raad, een onderzoek afgerond naar gezag en omgang, waarbij de Raad geen grond aanwezig achtte voor een ondertoezichtstelling, hierna te noemen: ots. De Raad heeft vrijwillige hulpverlening geïndiceerd zoals het traject Kinderen uit de Knel.

2.7 Bij beschikking van 5 januari 2016 heeft de kinderrechter het verzoek van klager om een ots over de kinderen uit te spreken, afgewezen.

2.8 Op 21 maart 2016 heeft een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden waarbij klager, de zus van klager, beklaagde en de teammanager van beklaagde aanwezig waren.

2.9 Op 31 maart 2016 heeft de overdracht naar een andere jeugdbeschermer plaatsgevonden vanwege de verhuizing van de kinderen naar een andere regio.

2.10 Beklaagde is van november 2015 tot april 2016 bij de kinderen van klager betrokken geweest als jeugdbeschermer. Zij is sinds [datum] 2013 als jeugdzorgwerker geregistreerd in het Kwaliteitsregister.

3 De klachten

3.1 Klager verwijt beklaagde schending van artikel 3.3 van de Jeugdwet en van de artikelen D, F, H, I, J, M, O, Q, en U van de Beroepscode. Hij verwijt beklaagde kort samengevat en zakelijk weergegeven het volgende:

A) belemmering van de rechtsgang door de rechtbank van valse informatie te voorzien;
B) schending van de privacy van de cliënt;
C) schending van de privacy van de hulpverlener van cliënt;
D) niet onafhankelijk handelen;
E) schaden van het vertrouwen in JB[…] en schaden van het imago daarvan;
F) meedoen aan het onthouden van medische hulp van minderjarige kinderen met trauma;
G) schaden van het imago van de cliënt;
H) vertragen van de hulpverlening;
I) achterhouden van informatie en gegevens;
J) beklaagde zou zonder machtiging een financiering hebben aangevraagd voor de kosten van het omgangshuis.

4 Het verweer

4.1 Met betrekking tot de afzonderlijke klachtonderdelen voert beklaagde het volgende aan.

A) belemmering van de rechtsgang door de rechtbank van valse informatie te voorzien
B) schaden van het vertrouwen in JB[…] en schaden van het imago daarvan

4.2 Beklaagde gaat ervan uit dat klager hiermee de zitting van 5 januari 2016 bedoelt waarbij de rechter een oordeel moest geven over verzochte ots. In de aanloop naar de zitting heeft beklaagde aan de moeder van de kinderen gevraagd een voorstel te doen betreffende de omgang van klager met de kinderen. Dit voorstel zou, samen met de reactie van klager op het voorstel en adviezen van Kinderen uit de Knel, een goed begin vormen voor realisatie van omgang tussen klager en de kinderen. Op 30 december 2015 kreeg beklaagde een voorstel van moeder. Wegens omstandigheden kon beklaagde zelf niet bij de zitting aanwezig zijn, derhalve heeft zij haar collega gevraagd voor haar te gaan en heeft zij een brief opgesteld ten behoeve van de zitting. Beklaagde heeft beide ouders hierover ingelicht.

4.3 Er is altijd helder met klager gecommuniceerd over een ots: zolang de ouders in een vrijwillig kader meewerken aan al datgene wat nodig is om de bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen af te wenden, is er geen aanleiding om een ots te verzoeken. De rechter heeft het verzoek van klager om een ots uit te spreken over de kinderen afgewezen. Beklaagde heeft op geen enkele wijze de rechtsgang belemmerd.

4.4 Van het weergeven van valse informatie is evenmin sprake. In de brief aan de rechtbank heeft beklaagde weergegeven dat er geen duidelijkheid is over enige verslaving van klager. Dit is dezelfde informatie als aan de Raad is verstrekt ten behoeve van het verzoek tot een ots in april 2015. Beklaagde beoogde duidelijk te maken dat eventueel alcoholgebruik bij klager geen rol speelde in de afweging om de omgang tussen klager en de kinderen te bewerkstelligen. Beklaagde was immers ook van mening dat omgang opgestart diende te worden, dat was ook het advies vanuit het traject Kinderen uit de Knel.

B) schending van de privacy van de cliënt
C) schending van de privacy van de hulpverlener van cliënt

4.5 Het is voor beklaagde onduidelijk wat klager met deze klachtonderdelen bedoelt en derhalve is het onmogelijk om hierop een deugdelijk verweer te voeren. In zijn algemeenheid merkt beklaagde het volgende op. In de contacten die beklaagde met klager heeft gehad, heeft klager steeds aangegeven aan alles mee te werken om zijn kinderen weer te kunnen zien. In het verleden zijn er zorgen geweest over drankmisbruik bij klager, mede hierdoor is het gezin bij JB[…] aangemeld. De hulpverleenster van klager zag geen belemmering voor het contact tussen klager en zijn kinderen en wilde hieromtrent aan beklaagde uitleg verschaffen. Op 27 november 2015 heeft beklaagde een email gestuurd naar de hulpverleenster van klager, klager zelf en de moeder. Daarin heeft beklaagde slechts dat deel van de informatie met hen gedeeld, wat op het contact tussen klager en zijn kinderen van invloed was. Van schending van de privacy van klager en/of zijn hulpverleenster is volgens beklaagde geen sprake.

D) niet onafhankelijk handelen

4.6 Het doel van het door beklaagde geboden zorgtraject is altijd geweest het herstellen van het contact tussen klager en zijn kinderen. Dit contactherstel is ook daadwerkelijk van de grond gekomen. Sinds beklaagde de begeleiding heeft opgepakt is er een start gemaakt met videogesprekken en mailcontact tussen klager en de kinderen. Ook is het traject bij het […] gestart en zijn er systeemgesprekken geweest tussen de ouders om elkaar op de hoogte te houden van de ontwikkeling van de kinderen. Daarbij is altijd het belang van de kinderen het uitgangspunt geweest.

F) meedoen aan het onthouden van medische hulp van minderjarige kinderen met trauma
G) schaden van het imago van de cliënt
H) vertragen van de hulpverlening
I) achterhouden van informatie en gegevens

4.7 Voornoemde klachtonderdelen zijn volgens beklaagde onvoldoende onderbouwd. Derhalve is het onmogelijk voor beklaagde om hierop verweer te voeren.

J) beklaagde zou zonder machtiging een financiering hebben aangevraagd voor de kosten van het […]

4.8 Op 28 januari 2016 heeft een systeemgesprek plaatsgevonden tussen de ouders. Tijdens dit gesprek is afgesproken dat beklaagde een brief zou opstellen om van de gemeente financiering te krijgen voor het traject van het […]. Vervolgens heeft de gemeente de gehele financiering van het […] op zich genomen. Van enig ander ingediend verzoek is geen sprake.

5 De beoordeling van de klachtonderdelen

5.1 Het College wijst er allereerst op dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund. Het gaat om een beantwoording van de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met hetgeen ten tijde van het klachtwaardig handelen in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard.

5.2 Beklaagde is bij SKJ geregistreerd sinds [datum] 2013. Beklaagde is van november 2015 tot april 2016 bij de kinderen van klager betrokken als jeugdbeschermer. Het College toetst het beroepsmatig handelen aan de algemene tuchtnorm gedurende de periode dat beklaagde betrokken is geweest bij het gezin en overweegt het volgende.

A) Hoewel gesteld, is niet gebleken dat beklaagde de rechtsgang van klager heeft belemmerd en zij de rechtbank van valse informatie heeft voorzien. In de aanloop naar de zitting heeft beklaagde aan moeder gevraagd om een voorstel te doen betreffende de omgang van klager met de kinderen. Gebleken is dat beklaagde dit voorstel op 30 december 2015 van moeder ontving. Gezien het feit dat dit voorstel nog niet was beoordeeld op haalbaarheid en het zich nog in een pril stadium bevond, kon het concept niet als vaststaand feit worden overgedragen aan de rechter en dat kon naar het oordeel van het College ook niet van beklaagde verlangd worden. Het College verklaart dit klachtonderdeel ongegrond.

B) Schending van de privacy door beklaagde heeft klager onvoldoende geconcretiseerd, daarvan is naar het oordeel van het College dan ook niet gebleken. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

C) Klager is ten aanzien van het klachtonderdeel over schending van de privacy van de hulpverlener van de cliënt niet-ontvankelijk, omdat klager niet bevoegd is om namens een hulpverlener een klacht in te dienen zonder machtiging daartoe.

J) Gebleken is dat beklaagde heeft getracht om bij de gemeente C. bekostiging te krijgen ten aanzien van het omgangshuis, terwijl klager dit heeft getracht bij de gemeente D. Toen beklaagde te horen kreeg dat de gemeente C. bereid was alle kosten te dragen, heeft zij gemeente D. daarvan in kennis gesteld. Dat beklaagde hiermee onheus zou hebben gehandeld, is niet gebleken. Het College verklaart dit klachtonderdeel ongegrond.

Hoewel klager wijst op schending van artikel 3.3 van de Jeugdwet, is het College niet gebleken dat daarvan sprake is. Voor wat betreft de overige klachtonderdelen is het College van oordeel dat deze onvoldoende zijn geconcretiseerd en deze niet zijn vast komen te staan. Het College verklaart de klacht voor het overige dan ook ongegrond.

6 De beslissing

Het College van Toezicht verklaart klager in klachtonderdeel C niet-ontvankelijk en verklaart alle overige klachtonderdelen ongegrond.

Aldus gedaan in de genoemde samenstelling en op 24 januari 2017 door het College van Toezicht aan partijen toegezonden.

mr. A.R.O. Mooy, voorzitter
mevrouw mr. L.N. Tabak, secretaris