Maak een selectie

502 van 502

   

Klacht tegen jeugdzorgwerker over het onbereikbaar zijn en over het niet handelen in het belang van het kind.

Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en geoordeeld in de volgende samenstelling:

mevrouw mr. D.J. Markx, voorzitter,
mr. A.R.O. Mooy, lid-jurist,
mevrouw M. de Roos, lid-beroepsgenoot,
mevrouw S. Ephraïm, lid-beroepsgenoot,
E.A.J. Ouwerkerk, lid-beroepsgenoot.

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. A.C. Veerman.

Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de door:

[klaagster], hierna te noemen: klaagster, ingediende klacht tegen:

[beklaagde], hierna te noemen: beklaagde.
Als gemachtigde van aangeklaagde is opgetreden mevrouw mr. E. Lam, […].

1 Het verloop van de procedure

Op 25 februari 2015 heeft het College het klachtschrift d.d. 25 februari 2015 ontvangen. Per brief d.d. 19 maart 2015 is aan beklaagde verweer gevraagd. Beklaagde geeft op 18 mei 2015 aan dat het verzoek om verweer niet is ontvangen. Per email d.d. 18 mei 2015 is nogmaals aan beklaagde verweer gevraagd. Op 12 juni 2015 heeft het College het verweerschrift d.d. 12 juni 2015 ontvangen. Klager heeft een afschrift ontvangen.
Het College besluit dat het wenselijk is om partijen in zitting bijeen te horen en verzoekt partijen om op 25 augustus 2015 daartoe te verschijnen.
Klaagster bericht op 24 augustus 2015 per email dat zij niet op de hoorzitting aanwezig is. Beklaagde en diens gemachtigde zien af van een mondelinge behandeling. Het College heeft de klacht buiten aanwezigheid van partijen behandeld.

2 De ontvankelijkheid van de klacht

Het College stelt vast dat het onderhavige klachtschrift voldoet aan de vereisten gesteld door art. 10 lid 1 sub a en lid 4, art. 11 en art. 12 van het Tuchtreglement. Beklaagde is geregistreerd sinds [datum] 2013. Het klachtschrift is derhalve ontvankelijk.

3 De feiten en het verloop van de gebeurtenissen

De dochter van klaagster, [dochter], is tien jaar oud en woont vanaf haar tweede jaar in een pleeggezin. Klaagster en haar dochter hebben eenmaal per maand één uur omgang met elkaar. De omgang wordt begeleid door de pleegouders. Bij beschikking van 1 december 2010 is klaagster uit het ouderlijk gezag ontheven. Klaagster verzoekt op 18 april 2013 om een uitbreiding van de omgangsregeling. Bij beschikking van 14 augustus 2013 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. Beklaagde is sinds 2006 als gezinsvoogd betrokken in het kader van de ondertoezichtstelling en voert sinds 1 december 2010 de voogdij uit namens [gecertificeerde instelling].

4 De klachten

Klager verwijt beklaagde samengevat het volgende.

Beklaagde is onbereikbaar en handelt niet in belang van het kind. Op 20 december 2014 heeft klaagster een eigen kracht-conferentie georganiseerd. Dit was een conferentie in het belang van [dochter]. Beklaagde was hier niet bij aanwezig en heeft niet afgebeld of teruggebeld. Op 24 januari 2015 was een tweede bijeenkomst. Klaagster heeft geen contact met beklaagde kunnen krijgen. Een ouder-en kindadviseur van de gemeente heeft ook geprobeerd om in contact te komen met klaagster maar ook zij heeft geen reactie ontvangen. Klaagster heeft ook contact opgenomen met de instelling waar beklaagde werkt. Haar klacht is in behandeling genomen en klaagster is doorverwezen maar klaagster heeft niets meer gehoord. Klaagster voelt zich onbegrepen als moeder en weet niet meer waar zij terecht kan.

5 Het verweer

Beklaagde voert met betrekking tot de bovenbeschreven klacht het volgende aan.

Beklaagde betreurt het dat klaagster het gevoel heeft dat verweerster niet bereikbaar voor haar is. Behalve de klacht over de eigen kracht-conferentie wordt door klaagster niet nader benoemd wanneer en hoe vaak beklaagde niet bereikbaar voor haar zou zijn geweest. Mogelijk dat het gevoel van klaagster dat beklaagde niet bereikbaar is, voortkomt uit het gegeven dat er tussen klaagster en beklaagde de afgelopen jaren veel contact is geweest en dat dit contact de laatste tijd nog maar beperkt is. Reden hiervan is dat de rol van [gecertificeerde instelling] nu een andere is.

Klaagster heeft als ouder zonder gezag sinds 1 december 2010 geen recht meer op inzage in stukken over de minderjarige. De pleegouders voorzien klaagster tijdens de omgangsregeling van informatie over belangrijke ontwikkelingen van [dochter]. Voor [gecertificeerde instelling] en beklaagde is er daarom geen aanleiding om veelvuldig contact met klaagster te hebben. Het staat klaagster altijd vrij om zelf contact met beklaagde te zoeken als zij vragen of klachten heeft maar klaagster maakt van deze mogelijkheid geen gebruik. Beklaagde heeft geen berichten ontvangen dat klaagster haar heeft geprobeerd te bereiken.

Beklaagde heeft wel contact gehad over de eigen kracht conferentie. Beklaagde is gebeld door een coördinator van een eigen kracht conferentie om haar uit te nodigen voor een bijeenkomst. Beklaagde heeft laten weten een eigen kracht conferentie met als onderwerp de omgang met [dochter] niet zinvol te achten. Zeker niet als [dochter] hier zelf niet in zou worden gekend. Overigens is aan beklaagde niet kenbaar gemaakt of de bijeenkomst door zou gaan en wanneer de bijeenkomst zou plaatsvinden. Ook van de datum van de tweede bijeenkomst was beklaagde niet op de hoogte.
Beklaagde weet niet wie de ouder-en kindadviseur is en er hebben haar geen berichten bereikt dat deze persoon haar zou hebben proberen te bereiken terwijl er tussen [gecertificeerde instelling] en de gemeente nauwe contacten zijn.

De klacht over de collega’s van beklaagde heeft geen betrekking op het handelen van beklaagde en hoort niet thuis in deze klachtprocedure en is daarom niet ontvankelijk.
Klaagster kan bij klachten over [gecertificeerde instelling] een klacht indienen bij de klachtencommissie van [gecertificeerde instelling]. Uit navraag is beklaagde overigens gebleken dat klaagster afgelopen maanden geen contact met haar directe collega’s of de gebiedsmanager heeft gezocht.

6 De beoordeling van de klachtonderdelen

Het College wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame en redelijk zorgvuldige beroepsuitoefening, rekening houdend met hetgeen ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

Bij het toetsen aan tuchtrechtelijke normen wordt alleen het handelen of nalaten van beklaagde getoetst. Het College kan geen klachten over het handelen en nalaten van andere personen of van de instelling als geheel toetsen.

Met betrekking tot de klacht.
De klacht luidt samengevat dat beklaagde onbereikbaar is en niet handelt in het belang van [dochter].
Klaagster onderbouwt dit door te stellen dat beklaagde niet deelnam aan de eigen kracht-conferentie die op verzoek van klaagster werd gehouden.

Het College stelt op basis van de stukken vast dat beklaagde erkent dat zij contact heeft gehad met de coördinator over de eigen kracht-conferentie. Beklaagde heeft te kennen gegeven dat zij niet zou komen en heeft de redenen in december 2014 medegedeeld aan degene die haar heeft benaderd. De redenen voor beklaagde om niet deel te nemen aan deze conferentie zijn onder andere dat [dochter] hier niet bij is betrokken en dat er al een vastgestelde omgangsregeling is.

Het College oordeelt dat onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid niet kan worden gesteld dat beklaagde, aldus handelend, niet heeft gehandeld zoals het een zorgvuldig handelend voogd betaamt.

Het College is van oordeel dat in deze omstandigheden niet gezegd kan worden dat beklaagde niet binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven.
De klacht is derhalve ongegrond.

7 Uitspraak

Dit alles overwegende komt het College van Toezicht tot de volgende uitspraak.

Voor zover de klacht betrekking heeft op andere personen dan beklaagde is de klacht niet ontvankelijk. Voor het overige verklaart het College de klacht ongegrond.

Aldus gedaan de 29e september 2015 door het College van Toezicht.

Mevrouw mr. D. Markx, voorzitter

Mevrouw mr. A.C. Veerman, secretaris